Home

Gerechtshof Amsterdam, 03-07-2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:3211, 13/00089

Gerechtshof Amsterdam, 03-07-2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:3211, 13/00089

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
3 juli 2014
Datum publicatie
13 augustus 2014
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2014:3211
Zaaknummer
13/00089
Relevante informatie
Besluit proceskosten bestuursrecht [Tekst geldig vanaf 01-01-2023] art. 1, Besluit proceskosten bestuursrecht [Tekst geldig vanaf 01-01-2023] art. 2

Inhoudsindicatie

Aan de toekenning van een vergoeding voor de kosten van een aan belanghebbende uitgebracht deskundigenrapport mag niet de eis worden gesteld dat het een bijdrage heeft geleverd aan de beslissing van de rechter over dat geschilpunt. De heffingsambtenaar heeft onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld en onderbouwd op grond waarvan zou moeten worden geconcludeerd dat de taxateur niet onafhankelijk tot zijn oordeel over de waarde van de woning is gekomen. Het betoog van de heffingsambtenaar dat belanghebbendes taxateur niet als deskundig is aan te merken, treft geen doel.

Uitspraak

Kenmerk 13/00089

3 juli 2014

uitspraak van de derde enkelvoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[X], te [Z], belanghebbende,

tegen de uitspraak in de zaak met kenmerk AWB 11/3101 van de rechtbank Alkmaar (hierna: de rechtbank) in het geding tussen

belanghebbende

en

de heffingambtenaar van de Gemeente Stede Broec, de heffingsambtenaar.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De heffingsambtenaar heeft bij beschikking, gedagtekend 28 februari 2011, de waarde van de onroerende zaak, plaatselijk bekend als [A-straat 1] te [Z], op de waardepeildatum 1 januari 2010 voor het kalenderjaar 2011 vastgesteld op € 267.000.

1.2.

Na daartegen gemaakt bezwaar heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak, gedagtekend 13 oktober 2011, de vastgestelde waarde gehandhaafd.

1.3.

Bij uitspraak van 27 december 2012, heeft de rechtbank het door belanghebbende ingestelde beroep gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd, de bij beschikking vastgestelde waarde verminderd tot € 250.000, de heffingsambtenaar opgedragen het betaalde griffierecht van € 41 te vergoeden en de heffingsambtenaar veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende van € 437.

1.4.

Het tegen deze uitspraak ingestelde hoger beroep is bij het Hof ingekomen op 6 februari 2013, aangevuld bij brief van 5 maart 2013. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 mei 2013. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.

2 Feiten

2.1.

De rechtbank heeft in de onderdelen 1.1 en 1.2 van haar uitspraak de navolgende feiten vastgesteld. Belanghebbende wordt daarin, evenals in de overigens op te nemen citaat van de rechtbank, aangeduid als ‘eiser’, de heffingsambtenaar als ‘verweerder’.

“1.1. Verweerder heeft de WOZ-waarde van eisers woning aan de [A-straat 1] te [Z] voor het belastingjaar 2011 vastgesteld op € 267.000. Verweerder is daarbij uitgegaan van de waardepeildatum 1 januari 2010.

1.2.

Eisers woning is vrijstaand en heeft een inhoud van 280 m³ en een aanbouw van 60 m³. De woning heeft verder een souterrain/woonkelder van 72 m³, dakkapel en garage. De woning is gebouwd in 1958 en ligt op een perceel van 420 m².”

2.2.

Nu tegen de feitenvaststelling door de rechtbank, als hiervoor vermeld, door partijen geen bezwaren zijn ingebracht, gaat ook het Hof van die feiten uit.

2.3.

In aanvulling hierop stelt het Hof het volgende vast. Ter zitting van het Hof van 20 mei 2014 heeft de gemachtigde als volgt verklaard:

“Het taxatierapport waar het in het onderhavige geval om gaat is opgemaakt door [A]. Hij is een taxateur die al zijn diploma’s heeft gehaald. De werkzaamheden van de juridische afdeling van [B] BV en die van de taxatie afdeling zijn gescheiden.

Ik zou niet meer geloofwaardig zijn als ik een taxateur in een bepaalde richting zou bewegen. Beide afdelingen behoren tot [B] BV, maar handelen onder een andere naam. Wij werken in hetzelfde gebouw, maar op een andere verdieping. Er is één bestuur dat leiding geeft aan de verschillende afdeling, maar verder is er geen verwevenheid. (…)

Het uittreksel van de Kamer van Koophandel dat door de heffingsambtenaar in hoger beroep is overgelegd ziet op [C] BV. Dit is een andere BV dan die waartoe WOZ Specialisten behoort (namelijk [B] BV). [C] BV is een dochter van [B] BV. Maar de taxatie afdeling en de juridische afdeling zitten niet in afzonderlijke vennootschappen. [C] BV houdt zich bezig met de jaarrekeningen en is de administratieve tak.”

3 Geschil in hoger beroep

3.1.

In hoger beroep is uitsluitend nog in geschil de hoogte van de proceskostenvergoeding. Meer specifiek is in geschil of er aanleiding bestaat voor een vergoeding van de kosten van de door belanghebbende ingeschakelde deskundige (taxateur).

3.2.

Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden welke door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken.

4 Beoordeling van het geschil

5 Kosten

6 Beslissing