Home

Gerechtshof Amsterdam, 12-11-2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:4960, 15/00083 en 15/00084

Gerechtshof Amsterdam, 12-11-2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:4960, 15/00083 en 15/00084

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
12 november 2015
Datum publicatie
2 december 2015
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2015:4960
Zaaknummer
15/00083 en 15/00084
Relevante informatie
Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 [Tekst geldig vanaf 23-02-2019] art. 3

Inhoudsindicatie

Belanghebbende drijft een internationaal opererend kantoor met advocaten, notarissen en fiscalisten. De vaktechnische overleggen worden wekelijks tijdens de lunchpauze of buiten de reguliere kantoortijden gehouden, zodat de werknemers zoveel mogelijk declarabele uren kunnen maken en het contact met de cliënten zo min mogelijk hinder ondervindt. Tijdens de bijeenkomsten verstrekt eiseres spijzen en dranken aan de deelnemende werknemers. Het Hof is van oordeel de aftrek van voorbelasting die drukt op de aanschaf van deze spijzen en dranken is uitgesloten op grond van (artikel 3 van) het BUA.

Uitspraak

kenmerk 15/00083 en 15/00084

12 november 2015

uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer

op de hoger beroepen van

[X] NV te [Z] , belanghebbende,

tegen

de uitspraak in de zaken met kenmerk HAA 14/1798 en 14/1799 van de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank) van 23 januari 2015 in het geding tussen

belanghebbende

en

de inspecteur van de belastingdienst kantoor Amsterdam, de inspecteur.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De inspecteur heeft aan belanghebbende met dagtekening 25 april 2012 een

naheffingsaanslag in de omzetbelasting opgelegd over het tijdvak 1 januari 2007 tot en met 31 december 2011 van € 63.721 (aanslagnummer 8132.71.368.F.01.1501).

1.2.

Belanghebbende heeft voor het tijdvak 1 oktober 2012 tot en met 31 december 2012 een bedrag van € 527.621 aan omzetbelasting op aangifte voldaan. Belanghebbende heeft vervolgens bezwaar gemaakt tegen de eigen aangifte.

1.3.

De inspecteur heeft bij uitspraken op bezwaar de naheffingsaanslag omzetbelasting en de heffingsrente verminderd tot respectievelijk € 49.465 en € 4.127 en voor het tijdvak 1 oktober 2012 tot en met 31 december 2012 een teruggaaf verleend van € 1.065 aan omzetbelasting en € 29 aan heffingsrente.

1.4.

Bij uitspraak van 23 januari 2015 heeft de rechtbank het door belanghebbende ingestelde beroep ongegrond verklaard.

1.5.

Het tegen deze uitspraak ingestelde hoger beroep is bij het Hof ingekomen op 4 maart 2015.

1.6.

De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.7.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 oktober 2015. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.

2 Feiten

2.1.

De rechtbank heeft in haar uitspraak de navolgende feiten vastgesteld. Belanghebbende wordt daarin aangeduid als ‘eiseres’.

“1. Eiseres drijft een internationaal opererend kantoor met advocaten, notarissen en fiscalisten. De vaktechnische overleggen worden wekelijks tijdens de lunchpauze of buiten de reguliere kantoortijden gehouden, zodat de werknemers zoveel mogelijk declarabele uren kunnen maken en het contact met de cliënten zo min mogelijk hinder ondervindt. De vaktechnische overleggen worden in beginsel georganiseerd per afdeling (juridische discipline) en duren gemiddeld één à twee uur. Ook vinden op het kantoor van eiseres cursussen plaats om te voldoen aan de eisen van permanente educatie die de verschillende beroepsorganisaties stellen en worden in voorkomende gevallen bij belangrijke ontwikkelingen extra bijeenkomsten gehouden. De werknemers zijn verplicht om aan de bijeenkomsten deel te nemen. Tijdens de bijeenkomsten verstrekt eiseres spijzen en dranken aan de deelnemende werknemers. Deze worden geserveerd in de vergaderruimte die voor de bijeenkomst wordt gebruikt en worden verzorgd door een cateringbedrijf. Het betreft eenvoudige maaltijden, meestal broodjes met beleg, voor € 5 à € 10 per persoon. Eiseres heeft een bedrijfskantine waar werknemers tijdens de lunchpauze, maar ook voor ontbijt en diner, maaltijden tegen betaling kunnen krijgen. Het staat de werknemer vrij om zelf voor een maaltijd te zorgen.”

Nu tegen de feitenvaststelling door de rechtbank, als hiervoor vermeld, door partijen geen bezwaren zijn ingebracht, gaat het Hof ook van die feiten uit en voegt daaraan de volgende feiten toe.

2.2.

De werknemers van belanghebbende worden geacht de vaktechnische bijeenkomsten bij te wonen. De bijeenkomsten hebben derhalve een verplicht karakter. In de praktijk nemen werknemers geen eigen lunch/maaltijd mee. De werknemers hoeven voor de lunch/maaltijden geen eigen bijdrage aan belanghebbende te verstrekken.

3 Geschil in hoger beroep

In geschil is of de voorbelasting op de aan de werknemers tijdens vaktechnische overleggen en cursussen verstrekte spijzen en dranken aftrekbaar is.

4 Beoordeling van het geschil

5 Kosten

6 Beslissing