Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 06-11-2013, ECLI:NL:GHARL:2013:8374, BK 13/00586

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 06-11-2013, ECLI:NL:GHARL:2013:8374, BK 13/00586

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
6 november 2013
Datum publicatie
8 november 2013
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2013:8374
Formele relaties
Zaaknummer
BK 13/00586

Inhoudsindicatie

In hoger beroep is in geschil het antwoord op de vraag of terecht een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting is opgelegd en zo ja, of terecht een boete is opgelegd en of er aanleiding tot matiging daarvan is.

Uitspraak

Afdeling belastingrecht

Locatie Leeuwarden

nummer 13/00586

uitspraakdatum: 6 november 2013

Uitspraak van de veertiende enkelvoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland (hierna: de Rechtbank) van 23 april 2013, nummer AWB 12/2285, in het geding tussen belanghebbende en

de inspecteur van de Belastingdienst/Centrale Administratie (hierna: de Inspecteur)

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1

Aan belanghebbende is over het tijdvak 12 juli 2011 tot en met 7 januari 2012 een naheffingsaanslag in de motorrijtuigenbelasting opgelegd ten bedrage van € 691. Bij beschikking is een verzuimboete opgelegd van € 691.

1.2

Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de Inspecteur bij in één geschrift verenigde uitspraken op bezwaar de naheffingsaanslag en de verzuimboete gehandhaafd.

1.3

Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij de Rechtbank. De Rechtbank heeft het beroep bij uitspraak van 23 april 2012 ongegrond verklaard.

1.4

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld.

1.5

De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.6

Tot de stukken van het geding behoort, naast de hiervoor vermelde stukken, het van de Rechtbank ontvangen dossier dat op deze zaak betrekking heeft.

1.7

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 oktober 2013 te Leeuwarden. Daarbij zijn verschenen en gehoord belanghebbende en namens de Inspecteur [A].

1.8

Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat aan deze uitspraak is gehecht.

2 De vaststaande feiten

2.1

Belanghebbende is volgens het kentekenregister vanaf 12 juli 2011 houder van het motorrijtuig van het merk Dodge met kenteken [YY-VV-00] (hierna: de auto). De datum van kentekenbewijs deel I is 8 juli 1996.

2.2

Op verzoek van belanghebbende is de geldigheid van het kentekenbewijs van de auto geschorst vanaf 12 juli 2011.

2.3

Tot de stukken van het geding behoort een Proces-Verbaal van [B], parkeercontroleur in dienst van Parkeer Combinatie Holland, opgemaakt op 15 oktober 2011, nummer 1510111552000315, waarop staat vermeld dat een auto van het merk/type Dodge Ram met kenteken [YY-VV-00] te [L] aan de [a-straat] tegenover 62 heeft geparkeerd op een gehandicaptenparkeerplaats zonder geldige gehandicapten parkeervergunning.

2.4

Tot de stukken van het geding behoort voorts een Proces-Verbaal opgemaakt door [B] op 21 november 2012 met de volgende tekst:

PROCES VERBAAL

Gegevens incident

Gemeente waar het incident plaats vond:

Franekeradeel

Straatnaam waar het incident plaats vond:

[a-straat] t/o 62

Datum wanneer het incident plaats vond:

Dinsdag 14 augustus 2012. Tijd omstreeks 11:40 uur

Onderwerp: R402b – als bestuurder voertuig parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats zonder vergunning.

Ten laste van: kentekenhouder [YY-VV-00]

Ik, [B], parkeercontroleur in dienst van Parkeer Combinatie Holland (PCH), tevens buitengewoonopsporingsambtenaar, nummer akte van beëdiging [000000001], verbalisantennummer [00002] en standplaats [L], verklaar het volgende:

Op zaterdag 15 oktober 2011, omstreeks 15:52 uur, bevond ik mij in uniform gekleed en met toezicht belast op het (betaald) parkeren op de openbare weg [a-straat] te [L].

Tijdens deze controle, zag ik dat aan de [a-straat] een Dodge RAM VAN 2.5TD, met het kenteken [YY-VV-00] geparkeerd stond op een gehandicaptenparkeerplaats.

Voor het raam had de bestuurder een ongeldige gehandicaptenparkeerkaart. Deze was geldig tot 10-02-2010. (tien februari tweeduizend en tien).

Ik zag de bestuurder aan komen lopen en sprak hem hier op aan. Toen ik hem vertelde dat ik hier voor een bon uit zou schrijven, verklaarde de bestuurder dat hij de bon toch niet behoefde te betalen. Bij het uitschrijven van de bon reed de bestuurder snel weg. De boete is op kenteken uit geschreven.

Ik zag dat er geen sprake was van onmiddellijk zichtbaar laden/lossen van goederen van enig omvang.

Aan overzijde waren nog voldoende vrije parkeerplaatsen.

Op ambtsbelofte opgemaakt te [L] 21-11-2012

21 november tweeduizend twaalf

[B] (…)”

2.5

Met dagtekening 4 april 2012 is aan belanghebbende een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting toegezonden over de periode 12 juli 2011 tot en met 7 januari 2012 ter zake van het geconstateerde gebruik van de weg tijdens een voor het motorrijtuig geldende schorsing als bedoeld in artikel 35 van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 (hierna: Wet MRB).

3 Het geschil, de standpunten en conclusies van partijen

3.1

In hoger beroep is in geschil het antwoord op de vraag of terecht een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting is opgelegd en zo ja, of terecht een boete is opgelegd en of er aanleiding tot matiging daarvan is.

3.2

Belanghebbende beantwoordt deze vraag ontkennend en concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank en vernietiging van de naheffingsaanslag. Voorts verzoekt belanghebbende daarbij om toekenning van een immateriële schadevergoeding.

3.3

De Inspecteur beantwoordt de onder 3.1 bedoelde vraag bevestigend en concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank.

3.4

Beide partijen hebben voor hun standpunt aangevoerd wat is vermeld in de van hen afkomstige stukken. Daaraan hebben zij ter zitting toegevoegd hetgeen is vermeld in het aan deze uitspraak gehechte proces-verbaal van de zitting.

4 Beoordeling van het geschil

5 Proceskosten

6 Beslissing