Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 07-05-2015, ECLI:NL:GHARL:2015:3296, 14/00675

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 07-05-2015, ECLI:NL:GHARL:2015:3296, 14/00675

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
7 mei 2015
Datum publicatie
22 mei 2015
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2015:3296
Zaaknummer
14/00675

Inhoudsindicatie

Parkeerbelasting. Parkeren of ‘onmiddellijk laden en lossen’?

Uitspraak

Afdeling belastingrecht

Locatie Arnhem

nummer 14/00675

uitspraakdatum: 7 mei 2015

Uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 8 juli 2014, nummer UTR 13/5005, in het geding tussen belanghebbende en

de heffingsambtenaar van de gemeente Weesp (hierna: de heffingsambtenaar)

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1

Aan belanghebbende is op 31 juli 2013 een naheffingsaanslag in de parkeerbelastingen van de gemeente Weesp opgelegd ten bedrage van € 57,20, bestaande uit € 1,20 aan belasting en € 56 aan kosten ter zake van het opleggen van die aanslag.

1.2

Deze naheffingsaanslag is, na daartegen gemaakt bezwaar, door de heffingsambtenaar bij uitspraak op bezwaar gehandhaafd.

1.3

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank Midden-Nederland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep bij uitspraak van 8 juli 2014 ongegrond verklaard.

1.4

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.5

Tot de stukken van het geding behoort, naast de hiervoor vermelde stukken, het van de Rechtbank ontvangen dossier dat op deze zaak betrekking heeft.

1.6

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 april 2015 te Arnhem. Daarbij zijn verschenen en gehoord belanghebbende, alsmede [A] namens de heffingsambtenaar.

1.7

Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat aan deze uitspraak is gehecht.

2 De vaststaande feiten

2.1

Belanghebbende, inwoner van de gemeente Weesp, is eigenaar van een personenauto van het merk Peugeot, type 306 station, kleur blauw, voorzien van het kenteken [YY-YY-00] (hierna: de auto).

2.2

Op 31 juli 2013 is belanghebbende met zijn auto gereden naar een juwelier gevestigd aan de [a-straat] te [Z]. Belanghebbende heeft zijn auto aldaar, aan de [a-straat] ter hoogte van nr. 42, stilgezet op een parkeerplaats. Ter zake van het parkeren op die parkeerplaats is parkeerbelasting verschuldigd.

2.3

Belanghebbende heeft geen parkeerbelasting voldaan. Belanghebbende is vervolgens de juwelierszaak ingelopen. Bij terugkomst trof belanghebbende een parkeercontroleur (de heer [B]) aan. Deze heeft hem om 13.20 uur de onderhavige naheffingsaanslag in de parkeerbelastingen opgelegd.

2.4

Tegen het opleggen van deze naheffingsaanslag heeft belanghebbende vergeefs bezwaar bij de heffingsambtenaar en vergeefs beroep bij de Rechtbank aangetekend.

3 Het geschil, de standpunten en conclusies van partijen

3.1

Tussen partijen is in hoger beroep in geschil of de onderwerpelijke naheffingsaanslag terecht aan belanghebbende is opgelegd. Meer in het bijzonder houdt partijen verdeeld of te dezen sprake is van ‘parkeren’ zoals de heffingsambtenaar betoogt, dan wel van ‘onmiddellijk laden en lossen’ zoals belanghebbende bepleit.

3.2

Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden die door hen zijn aangevoerd in de stukken. Voor hetgeen zij daaraan ter zitting hebben toegevoegd, wordt verwezen naar het proces-verbaal van de zitting.

3.3

Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de bestreden uitspraak van de Rechtbank, van de uitspraak op bezwaar en van de naheffingsaanslag.

3.4

De heffingsambtenaar concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank.

4 Beoordeling van het geschil

5 Proceskosten

6 Beslissing