Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 15-12-2015, ECLI:NL:GHARL:2015:9776, 12/00389

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 15-12-2015, ECLI:NL:GHARL:2015:9776, 12/00389

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
15 december 2015
Datum publicatie
8 januari 2016
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2015:9776
Zaaknummer
12/00389

Inhoudsindicatie

Rioolrecht. Gemeente Nijmegen. Schending hoorplicht en gelijkheidsbeginsel? Redelijke termijn.

Uitspraak

Afdeling belastingrecht

Locatie Arnhem

Nummer 12/00389

uitspraakdatum: 15 december 2015

Uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 3 juli 2012, nummer AWB 08/2051 in het geding tussen belanghebbende en

de heffingsambtenaar van de gemeente Nijmegen (hierna: de heffingsambtenaar)

alsmede

de Minister van Veiligheid en Justitie

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1

De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende voor het jaar 2008 ter zake van het genot krachtens eigendom van een onroerende zaak een aanslag in het rioolrecht van de gemeente Nijmegen opgelegd.

1.2

Na daartegen door belanghebbende gemaakt bezwaar heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak op bezwaar de aanslag gehandhaafd.

1.3

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank Arnhem, thans de rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep bij uitspraak van 3 juli 2012 ongegrond verklaard.

1.4

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.5

Tot de stukken van het geding behoren, naast de hiervoor vermelde stukken, de van de Rechtbank ontvangen dossiers die op deze zaken betrekking hebben alsmede alle stukken die nadien, al dan niet met bijlagen, door partijen in hoger beroep zijn overgelegd.

1.6

Belanghebbende is bij brief van de griffier van het Hof van 21 mei 2015 op de hoogte gesteld van de voorgenomen mondelinge behandeling van het hogerberoepschrift op 29 september 2015, tezamen met meer (nagenoeg) gelijkluidende beroepschriften. Hij is daarbij uitgenodigd bij die mondelinge behandeling aanwezig te zijn. Belanghebbende is niet ter zitting verschenen. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 september 2015 te Arnhem. Daarbij is – onder anderen – verschenen en gehoord mr. [A] als de gemachtigde in soortgelijke zaken met betrekking tot het rioolrecht/de rioolheffing van de gemeente Nijmegen over de jaren 2007, 2008 en 2009. Namens de heffingsambtenaar is verschenen [B] , bijgestaan door [C] en [D] .

1.7

Mr. [A] en de heffingsambtenaar hebben voorafgaand aan de mondelinge behandeling een pleitnota overgelegd die met instemming van hen geacht wordt ter zitting te zijn voorgedragen.

1.8

Met instemming van mr. [A] en de heffingsambtenaar is het beroep gelijktijdig behandeld met 47 andere (nagenoeg) identieke hogerberoepschriften.

1.9

Van het verhandelde ter zitting is één proces-verbaal opgemaakt dat aan deze uitspraak is gehecht. Mr. [A] en de heffingsambtenaar hebben verklaard er geen bezwaar tegen te hebben dat het proces-verbaal in alle gelijktijdig behandelde zaken aan de uitspraak wordt gehecht.

2 De vaststaande feiten

2.1

Belanghebbende is eigenaar van de onroerende zaak, plaatselijk bekend [a-straat] 225 te [Z] . Het betreft een woonhuis dat is aangesloten op het gemeentelijke rioleringsstelsel.

2.2

Tot de stukken van het geding behoren een overzicht “Rioleringskosten obv stadsbegroting 2008-2011, jaarsnede 2008” en een daarop gegeven toelichting. Uit die stukken blijkt dat voor 2008 de raming van zowel de baten als de lasten, inclusief een zogenoemde BTW-component, sluit op een bedrag van € 18.706.000.

2.3

In het overzicht van de rioleringskosten is een bedrag aan kosten van vervangingen opgenomen van € 3.525.000 alsmede een bedrag aan kosten van verbetering van het rioleringsstelsel van € 2.300.000. Het totaal van deze bedragen, € 5.825.000, is in het overzicht in mindering gebracht op een bedrag van € 7.876.814 aan dotatie aan een zogenoemd schommelfonds, welke dotatie als ‘last ter zake’ is opgenomen in de basisberekening van het rioolrecht. Het genoemde totaalbedrag van € 5.825.000 is niet in de basisberekening opgenomen. Per saldo vloeit uit het overzicht derhalve een storting in het schommelfonds voort van € 2.051.814.

2.4

Het beroepschrift van belanghebbende is bij de Rechtbank binnengekomen op 25 april 2008 waarna een kopie door de griffier op 28 april 2008 is verzonden naar de heffingsambtenaar. Bij brief van 19 oktober 2009 heeft de griffier belanghebbende ingelicht omtrent de verdere behandeling van het beroepschrift waarbij het verloop is aangegeven van lopende proefprocedures inzake het rioolrecht van de gemeente Nijmegen voor het jaar 2006. De Rechtbank heeft aangegeven dat de behandeling van beroepschriften over andere jaren niet verder zal worden aangehouden in verband met die lopende procedures voor het jaar 2006. De Rechtbank heeft belanghebbende in de gelegenheid gesteld zijn beroep nader toe te lichten. Belanghebbende heeft daarop gereageerd bij brief van 27 oktober 2008 (het Hof leest 2009) waarin belanghebbende, onder verwijzing naar artikel 6 van het EVRM, stelt dat de redelijke termijn (voor de behandeling van het beroep) is verstreken.

2.5

Bij brief van 29 november 2011 heeft de griffier belanghebbende een afschrift gezonden van uitspraken van de Rechtbank inzake de (proef)procedures met betrekking tot het rioolrecht van de gemeente Nijmegen voor de jaren 2007 en 2008. Daarbij is belanghebbende verzocht de Rechtbank toestemming te verlenen uitspraak in zijn zaak te doen zonder mondelinge behandeling. Belanghebbende heeft, blijkens een ingezonden verklaring van 30 november 2011, die toestemming niet verleend.

2.6

Bij brief van 12 december 2011 heeft de griffier, na eerdere brieven van 14 mei 2008 en 16 juni 2008, de heffingsambtenaar voor de derde maal verzocht de stukken van het geding in te zenden. De griffier heeft dit verzoek nogmaals herhaald bij brief van 12 januari 2012.

2.7

Bij brieven van 10 februari 2012 zijn belanghebbende en de heffingsambtenaar door de Rechtbank uitgenodigd voor de mondelinge behandeling van het beroepschrift. Met dagtekening 13 februari 2012 heeft de heffingsambtenaar alsnog een verweerschrift en de stukken van het geding ingezonden. De griffier heeft deze stukken in afschrift aan belanghebbende gezonden bij brief van 15 februari 2012.

2.8

Het beroepschrift is behandeld op de zitting van de Rechtbank van 26 april 2012 waarna de Rechtbank op 3 juli 2012 uitspraak heeft gedaan.

2.9

Het hogerberoepschrift is op 11 juli 2012 bij het Hof binnengekomen. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend dat op 11 september 2012 in afschrift aan belanghebbende is gezonden.

2.10

De griffier van het Hof heeft belanghebbende bij brief van 13 november 2013 meegedeeld dat de behandeling van het hoger beroep is aangehouden in verband met een drietal lopende cassatieprocedures.

2.11

Bij brief van 21 mei 2015 is belanghebbende door de griffier van het Hof ingelicht over het verdere verloop van de procedure. Daarbij is aangekondigd dat de mondelinge behandeling zal plaatsvinden ter zitting op 29 september 2015. In die brief is het volgende opgenomen:

“(…)

Het gerechtshof zal alle zaken “Rioolheffing Nijmegen” mondeling behandelen op dinsdag 29 september 2015. (…) Het gerechtshof heeft er om organisatorische redenen voor gekozen zoveel mogelijk zaken gelijktijdig te behandelen tussen, naar planning, 10.00 en 12.30 uur.

Het gerechtshof verneemt graag van u of ook uw zaak gelijktijdig met de overige zaken in de ochtend kan worden behandeld. In dat geval wordt ook u uitgenodigd om aanwezig te zijn bij de mondelinge behandeling op 29 september 2015 om 10.00 uur. (…)

Indien u niet akkoord gaat met gelijktijdige behandeling of u uw zaak uitgebreid wilt toelichten, verzoek ik u dat aan het gerechtshof door te geven. Ook in dat geval ontvangt u daarna zo spoedig mogelijk een afzonderlijke uitnodiging voor de behandeling op 29 september 2015. Het tijdstip van behandeling zal dan in de middag liggen, vermoedelijk tussen 14.30 en 16.30 uur. (…)”

Belanghebbende heeft niet gereageerd op de brief van 21 mei 2015.

2.12

Bij brief van 23 juli 2015 gericht aan het laatstelijk bij het Hof bekende adres ( [a-straat] 225, [Z] ) is belanghebbende door de griffier uitgenodigd voor de mondelinge behandeling van het onderhavige hogerberoepschrift op 29 september 2015 om 10.00 uur.

2.13

Belanghebbende is - zonder bericht - niet ter zitting verschenen. Uit een door de griffier ingesteld onderzoek blijkt dat deze uitnodiging op 1 augustus 2015 door belanghebbende in ontvangst is genomen en dat daarvoor is getekend. Belanghebbende is derhalve op de juiste wijze voor de zitting van het Hof uitgenodigd.

3 Het geschil, de standpunten en conclusies van partijen

3.1

Blijkens de inhoud van het hogerberoepschrift is in hoger beroep nog slechts in geschil:

a. of belanghebbende door de heffingsambtenaar had moeten worden gehoord voordat op het bezwaar is beslist;

b. of de aanslag rioolrecht is opgelegd in strijd met het gelijkheidsbeginsel;

c. of de redelijke termijn voor de behandeling van het beroepschrift is overschreden.

3.2

Beide partijen hebben voor hun standpunt aangevoerd wat is vermeld in de van hen afkomstige stukken. Daaraan is ter zitting door de heffingsambtenaar niets meer toegevoegd .

3.3

Belanghebbende concludeert, naar het Hof begrijpt, tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank en die van de heffingsambtenaar, vernietiging van de opgelegde aanslagen en tot vergoeding van door hem geleden immateriële schade doordat de redelijke termijn voor de behandeling van het beroep is overschreden.

3.4

De heffingsambtenaar concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank.

4 Beoordeling van het geschil

5 Proceskosten

6 Beslissing