Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 31-05-2016, ECLI:NL:GHARL:2016:4175, 15/00419

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 31-05-2016, ECLI:NL:GHARL:2016:4175, 15/00419

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
31 mei 2016
Datum publicatie
3 juni 2016
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2016:4175
Formele relaties
Zaaknummer
15/00419

Inhoudsindicatie

Het ontbreken van het woord “precariobelasting” op de aanslag brengt niet mee dat de vaststelling niet in de voorgeschreven vorm is verricht. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt.

Uitspraak

Afdeling belastingrecht

Locatie Leeuwarden

nummer 15/00419

uitspraakdatum: 31 mei 2016

Uitspraak van de eerste meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 16 april 2015, nummer LEE 14/1870, in het geding tussen belanghebbende en

de heffingsambtenaar van de gemeente Leeuwarden (hierna: de heffingsambtenaar)

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1

De heffingsambtenaar heeft voor het jaar 2014 aan belanghebbende een aanslag in de precariobelasting opgelegd ten bedrage van € 798,38.

1.2

Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak op bezwaar de aanslag gehandhaafd.

1.3

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank Noord-Nederland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep bij uitspraak van 16 april 2015 ongegrond verklaard.

1.4

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.5

Tot de stukken van het geding behoren, naast de hiervoor vermelde stukken, het van de Rechtbank ontvangen dossier dat op deze zaak betrekking heeft alsmede alle stukken die nadien, al dan niet met bijlagen, door partijen in hoger beroep zijn overgelegd.

1.6

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 april 2016 te Leeuwarden. Daarbij zijn verschenen en gehoord belanghebbende, alsmede [A] namens de heffingsambtenaar, bijgestaan door mevrouw [B] .

1.7

Belanghebbende heeft een pleitnota overgelegd.

1.8

Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat aan deze uitspraak is gehecht.

2 De vaststaande feiten

2.1

Belanghebbende is eigenaar en gebruiker van een woonboot, in het belastingjaar 2014 gelegen aan de [a-straat] 139 te [Z] . De woonboot was gelegen boven grond die eigendom is van de gemeente Leeuwarden.

2.2

De heffingsambtenaar heeft met dagtekening 25 februari 2014 aan belanghebbende een aanslag in de gemeentelijke heffingen opgelegd. Op het aanslagbiljet is - voor zover hier van belang - het volgende vermeld:

"Aanslag gemeentelijke heffingen

Omschrijving

Bedrag

Precario: schip of woonwagen per jaar

€ 798,38

Dossier: [00000] " [C] "

Betreft adres: [a-straat] 139 [Z]

Aanslag op basis van de tarieventabel behorende bij Legesverordening Leeuwarden

_______

Totaalbedrag

€ 798,38"

2.3

In een tot de gedingstukken behorende e-mail van 1 april 2014 van de heffingsambtenaar aan belanghebbende, die betrekking heeft op de luifel aan de voorkant van [D] , is het volgende vermeld:

"Het kadastrale perceel waarop [D] staat en waaronder de parkeergarage ligt is gesplitst in appartementsrechten. De Vereniging van Eigenaren is eigenaar van het zogenaamde grondperceel en daarmee ook eigenaar van het plein dat voor [D] ligt.

Op het plein is een recht van opstal gevestigd ten behoeve van de gemeente Leeuwarden. Volgens de notariële akte omvat dit recht van opstal niet de pilaren met toebehoren ter ondersteuning van de luifel van [D] voor zover deze op het openbaar plein staan noch de luifel of ieder ander gedeelte van een gebouw onderdeel uitmakende van het in de voornoemde splitsing te betrekken complex voor zover dit over het openbaar plein is gebouwd."

3 Het geschil, de standpunten en conclusies van partijen

3.1

In geschil is of de aanslag terecht aan belanghebbende is opgelegd, welke vraag belanghebbende ontkennend en de heffingsambtenaar bevestigend beantwoord.

3.2

Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat de aanslag nietig is, omdat op het aanslagbiljet "precario" is vermeld, en niet "precariobelasting". Voorts stelt belanghebbende dat de heffingsambtenaar niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken in het geding heeft gebracht en dat de heffingsambtenaar het gelijkheidsbeginsel als beginsel van behoorlijk bestuur heeft geschonden door, met oogmerk van begunstiging, de eigenaar van de parkeergarage onder [E] , de Stichting [D] , en de eigenaar van het winkelcentrum [E] niet in de heffing te betrekken.

3.3

De heffingsambtenaar heeft het standpunt van belanghebbende gemotiveerd weersproken.

3.4

Beide partijen hebben voor hun standpunt aangevoerd wat is vermeld in de van hen afkomstige stukken. Daaraan hebben zij ter zitting toegevoegd hetgeen is vermeld in het proces-verbaal van de zitting.

3.5

Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank en tot vernietiging van de uitspraak van de heffingsambtenaar en van de aanslag.

3.6

De heffingsambtenaar concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank.

4 Beoordeling van het geschil

6 Beslissing