Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 31-05-2016, ECLI:NL:GHARL:2016:4336, 14/00780

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 31-05-2016, ECLI:NL:GHARL:2016:4336, 14/00780

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
31 mei 2016
Datum publicatie
10 juni 2016
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2016:4336
Zaaknummer
14/00780

Inhoudsindicatie

Vennootschapsbelasting. Buitengewone last? Rentecorectie.

Uitspraak

Afdeling belastingrecht

Locatie Arnhem

nummer 14/00780

uitspraakdatum: 31 mei 2016

nummer /

Uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 3 juli 2014, nummer AWB 13/4056, in het geding tussen belanghebbende en

de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Enschede (hierna: de Inspecteur)

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

Aan belanghebbende is voor het jaar 2009 een aanslag in de vennootschapsbelasting (hierna: Vpb) opgelegd van nihil. Voorts is bij beschikking het verlies van dat jaar vastgesteld op € 26.915.

1.2.

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen deze verliesvaststellingsbeschikking. De Inspecteur heeft het bezwaar afgewezen.

1.3.

Belanghebbende is tegen voormelde uitspraak van de Inspecteur in beroep gekomen bij de rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft bij uitspraak van 3 juli 2014 het beroep ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

Tot de stukken van het geding behoren, naast de hiervoor vermelde stukken, het van de Rechtbank ontvangen dossier dat op deze zaak betrekking heeft, alsmede alle stukken die nadien, al dan niet met bijlagen, door partijen in hoger beroep zijn overgelegd.

1.6.

Het eerste onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 juni 2015 te Arnhem. Belanghebbende is vertegenwoordigd door [A] , bijgestaan door mr. [B] als de gemachtigde van belanghebbende. Namens de Inspecteur zijn verschenen mr. drs. [C] en mr. [D] .

1.7.

De gemachtigde van belanghebbende heeft een pleitnota overgelegd.

1.8.

Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat aan partijen is toegezonden.

1.9.

Het Hof heeft het onderzoek heropend op de voet van artikel 8:68, van de Algemene wet bestuursrecht. In dat kader hebben partijen nadere stukken ingediend.

1.10.

Het tweede onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 april 2016 te Arnhem. Belanghebbende is vertegenwoordigd door [A] , bijgestaan door mr. [B] als de gemachtigde van belanghebbende. Namens de Inspecteur zijn verschenen mr.drs. [C] en mr. [D] .

1.11.

De gemachtigde van belanghebbende heeft een pleitnota overgelegd.

1.12.

Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat aan deze uitspraak is gehecht.

2 De vaststaande feiten

2.1

Belanghebbende is 100% aandeelhoudster van de in Tsjechië gevestigde en naar Tsjechisch recht opgerichte vennootschap [E] sro (hierna: [E] ). Laatstgenoemde vennootschap houdt 50% van de aandelen in [F] sro (hierna: [F] ). De overige 50% van de aandelen in [F] worden gehouden door [G] B.V. Belanghebbende houdt daarnaast 25% van de aandelen in [H] sro (hierna: [H] ). De overige 75% van de aandelen in [H] worden in gelijke delen gehouden door [I] B.V., [G] B.V. en [J] B.V.

2.2

Belanghebbende heeft op 1 januari 2003 kredietovereenkomsten gesloten met [E] , [F] en [H] (hierna tezamen ook aangeduid als de Tsjechische deelnemingen). Op deze overeenkomsten is het Tsjechische recht van toepassing verklaard.

2.3

Belanghebbende heeft afschriften van de betreffende op 1 januari 2003 ondertekende kredietovereenkomsten overgelegd, alsmede de door een erkende vertaler opgemaakte vertalingen in het Nederlands. Tussen partijen is niet in geschil dat de Nederlandse vertaling overeenkomt met de oorspronkelijke Tsjechische tekst. In de Nederlandse vertaling van elk van de kredietovereenkomsten is voor zover van belang het volgende opgenomen:

II Onderwerp van de overeenkomst

[*] De schuldeiser verplicht zich ertoe om de schuldenaar een krediet te verschaffen met als doel de aankoop, reconstructie en het herstel van onroerende goederen in overeenstemming met de vennootschapsovereenkomst en het besluit van de algemene vergadering.

[*] Het concrete bedrag en de stand van de middelen, die opgenomen werden in het kader van

de Overeenkomst zullen jaarlijks gespecificeerd worden in een bijlage bij deze Overeenkomst.

[*] Overeengekomen is een renteloos krediet.

III Tijdstippen van opname en terugbetaling van het krediet

[*] Het bedrag zal door de schuldenaar vrijgemaakt worden op basis van een schriftelijke aanvraag, overgedragen door de schuldenaar.

(…)

[*] De schuldenaar verplicht zich ertoe het gehele bedrag uiterlijk op 29 januari 2019 terug te betalen.

(…)

[*] Het bedrag kan terugbetaald worden in regelmatige afbetalingen of ineens op basis van toestemming van de algemene vergadering. (…) Als de algemene vergadering de terugbetaling van het krediet weigert, is de vennoot, aan wie het bedrag terugbetaald werd, verplicht om het binnen 10 dagen na plaatsvinden van de algemene vergadering opnieuw te verschaffen.”

2.4

Het verloop van de vorderingen en de gehanteerde rentepercentages kan blijkens de in de aangiften van belanghebbende opgenomen balanspost “kortlopende vorderingen op deelnemingen en gelieerde maatschappijen” als volgt worden weergegeven (bedragen in euro’s, telkens per 31 december):

Naam deelneming 2007 (3,5%) 2008 (4,5%) 2009 (0%) 2010 (0%) 2011 (0%)

[E] 224.696 236.519 213.979 214.979 131.167

[F] 901.405 941.969 0 63.500 0

[H] 125.188 130.821 107.075 0 0

2.5

Belanghebbende heeft in haar fiscale resultaat over de jaren 2002 tot en met 2008 met betrekking tot de verstrekte kredieten telkens een bedrag aan geïmputeerde rentebaten opgenomen.

2.6

In de aangifte Vpb over het jaar 2009 heeft belanghebbende een bedrag van € 229.941 (het totaal van de geïmputeerde rentebaten over de jaren 2002 tot en met 2008) als buitengewone last ten laste van haar fiscale resultaat gebracht. De Inspecteur heeft belanghebbende bij brief van 23 mei 2012 verzocht om nadere informatie te verstrekken in verband met de opgevoerde buitengewone last. Belanghebbende heeft hierop gereageerd bij brief van 10 juli 2012. In deze brief is, voor zover van belang, het volgende vermeld:

“Bij aflossing van de lening van [X] BV. aan [F] S.r.o. in 2009 is bij controle gebleken dat bij de vaststelling van de jaarrekening [X] B.V. over 2002 t/m 2008 ten onrechte met een rentevergoeding rekening is gehouden. De over de jaren 2002 t/m 2008 in aanmerking genomen rente bedraagt € 229.941,= (...).

(…)

Blijkens art. II lid 3 van de overeenkomst tussen [X] BV. en [F] B.V. [Hof leest: [F] sro] is deze lening renteloos.”

3 Het geschil, de standpunten en conclusies van partijen

3.1.

Tussen partijen is in geschil of belanghebbende de buitengewone last ter zake van de rentecorrectie, in 2009 ten laste van haar winst kan brengen.

3.2.

Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat zulks mogelijk is, de Inspecteur is de tegengestelde mening toegedaan.

3.3.

Beide partijen hebben voor hun standpunten aangevoerd wat is vermeld in de van hen afkomstige stukken. Hetgeen daaraan op de zitting is toegevoegd, is vermeld in de processen-verbaal van de zittingen.

3.4.

Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank en van de uitspraak op bezwaar, en tot het vaststellen van het verlies conform de door haar ingediende aangifte. De Inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank.

4 Beoordeling van het geschil

5 Proceskosten

6 Beslissing