Home

Gerechtshof Den Haag, 28-05-2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:2200, BK-12/00263

Gerechtshof Den Haag, 28-05-2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:2200, BK-12/00263

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
28 mei 2014
Datum publicatie
7 augustus 2014
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2014:2200
Formele relaties
Zaaknummer
BK-12/00263

Inhoudsindicatie

Inkomstenbelasting. Navordering. In geschil is of de navorderingsaanslag terecht is opgelegd. Meer specifiek is in geschil of sprake is van een ambtelijk verzuim dat het opleggen van de navorderingsaanslag verhindert. Voorts is in geschil of belanghebbende in 2006 ter zake van de aandelen een voordeel uit dienstbetrekking en een voordeel uit sparen en beleggen heeft genoten, en zo ja, welke waarde aan de (onderliggende) aandelen dient te worden toegekend ter bepaling van de omvang van die voordelen.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Team Belastingrecht

meervoudige kamer

nummers BK-12/00263

Uitspraak d.d. 28 mei 2014

in het geding tussen:

[X] te [Z], belanghebbende,

en

de directeur van de Belastingdienst/Utrecht-Gooi, de Inspecteur,

op het hoger beroep van de Inspecteur tegen de uitspraak van de rechtbank

‘s-Gravenhage (thans rechtbank Den Haag) van 8 februari 2012, nr. AWB 10/2821, betreffende de hierna onder 1.1. vermelde navorderingsaanslag.

Aanslagen, beschikkingen heffingsrente, bezwaar en geding in eerste aanleg

1.1. Aan belanghebbende is voor het jaar 2006 met dagtekening 20 december 2008 een navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting en de premie volksverzekeringen (aanslagnummer [...]) opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 248.395 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 1.921 (de eerste navorderingsaanslag). Daarnaast is aan belanghebbende bij beschikking een bedrag van € 10.079 aan heffingsrente in rekening gebracht.

1.2. Voorts is aan belanghebbende voor het jaar 2006 met dagtekening 11 juli 2009 een navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting en de premie volksverzekeringen (aanslagnummer [...]) opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 444.471 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 279 (de tweede navorderingsaanslag). Daarnaast is aan belanghebbende bij beschikking een bedrag van € 14.709 aan heffingsrente in rekening gebracht.

1.3. De Inspecteur heeft bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar van 11 maart 2010 de onder 1.1 en 1.2 genoemde navorderingsaanslagen gehandhaafd.

1.4. De rechtbank heeft de beroepen gegrond verklaard, de uitspraken op bezwaar vernietigd, de navorderingsaanslagen en de heffingsrentebeschikkingen vernietigd, bepaald dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de vernietigde besluiten, de Inspecteur veroordeeld de proceskosten tot een bedrag van € 437 aan belanghebbende te voldoen en gelast dat de Inspecteur het door belanghebbende in de zaak AWB 10/2821 betaalde griffierecht van € 41 aan hem vergoed.

Loop van het geding in hoger beroep

Vaststaande feiten

Omschrijving geschil in hoger beroep en standpunten van partijen

Conclusies van partijen

Oordeel van de rechtbank

Beoordeling van het hoger beroep

Proceskosten en griffierecht

Beslissing