Home

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 29-01-2013, ECLI:NL:RBZWB:2013:541 BZ5866, 12/2770

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 29-01-2013, ECLI:NL:RBZWB:2013:541 BZ5866, 12/2770

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
29 januari 2013
Datum publicatie
25 juli 2013
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ5866
Zaaknummer
12/2770

Inhoudsindicatie

In geschil is of de inspecteur terecht een informatiebeschikking heeft afgegeven. Nu belanghebbende geen antwoord heeft gegeven op de gestelde vragen heeft belanghebbende niet aan zijn inlichtingenverplichting voldaan en is de informatiebeschikking terecht afgegeven.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, meervoudige kamer

Zittingsplaats: Breda

Procedurenummer: AWB 12/2770

Uitspraakdatum: 29 januari 2013

Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

[X], wonende te [woonplaats],

belanghebbende,

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Zuidwest, kantoor Breda,

de inspecteur.

1. Ontstaan en loop van het geding

1.1. De inspecteur heeft ten name van belanghebbende met dagtekening 20 december 2011 een informatiebeschikking vastgesteld als bedoeld in artikel 52a, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR). De inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar van 14 mei 2012 de beschikking gehandhaafd.

1.2. Belanghebbende heeft daartegen bij brief van 18 juni 2012, ontvangen bij de rechtbank op 19 juni 2012, beroep ingesteld. Ter zake van dit beroep heeft de griffier van belanghebbende een griffierecht geheven van € 42.

1.3. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.4. Bij brieven van 20 juni 2012 en 10 juli 2012 heeft de rechtbank partijen en andere cliënten van gemachtigde uitgenodigd voor de mondelinge behandeling op 23 en 24 oktober 2012.

1.5. Het onderzoek ter zitting is gestart op 23 oktober 2012 te Breda. De beroepen met procedurenummers AWB 11/5569, 09/2831 t/m 09/2846, 11/6021 t/m 11/6033, 12/2770, 09/2847 t/m 09/2851, 11/4651 t/m 11/4654, 12/2772, 09/2957 t/m 09/2961, 09/2962 t/m 09/2977, 09/2873 t/m 09/2888, 11/2494 t/m 11/2511, 09/2889 t/m 09/2893, 09/2978 t/m 09/2983, 11/6062 t/m 11/6066, 12/1117 t/m 12/1122, 12/1124 t/m 12/1133, 11/6034 t/m 11/6061, 09/2915 t/m 09/2929, 09/2930 t/m 09/2934, 09/2894 t/m 09/2909, 12/2774, 09/2910 t/m 09/2914, 11/4647 t/m 11/4650, 11/2545 t/m 11/2549, 12/2769, 09/2852 t/m 09/2867, 11/2522 t/m 11/2538, 09/2868 t/m 09/2872, 09/2935 t/m 09/2951, 11/2540 t/m 11/2544 en 09/2952 t/m 09/2956 (hierna: AWB 11/5569 e.v.), zijn daarbij gelijktijdig behandeld. Aldaar zijn verschenen en gehoord, de gemachtigde van belanghebbende, [gemachtigde] en namens de inspecteur en de ontvanger, [gemachtigden]. Partijen hebben ter zitting een pleitnota voorgedragen en exemplaren daarvan overgelegd aan de rechtbank en aan elkaar.

1.6. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst en hervat op 24 oktober 2012 te Breda. De beroepen met procedurenummers genoemd in 1.5 zijn daarbij (weer) gelijktijdig behandeld. Aldaar zijn verschenen en gehoord, de gemachtigde van belanghebbende, [gemachtigde], voornoemd, en namens de inspecteur, [gemachtigden]. Tijdens de zitting van 24 oktober 2012 zijn wederom alle gezamenlijke aspecten van deze zaken behandeld.

1.7. Voor elk van de zittingsdagen van 23 en 24 oktober 2012 is een algemeen proces-verbaal opgemaakt. Verder is per belanghebbende (indien gehuwd: per echtpaar) een zaakspecifiek proces-verbaal opgemaakt. Afschriften van de processen-verbaal zijn op 29 oktober 2012 op verzoek van gemachtigde digitaal aan belanghebbende verstuurd. Na de constatering van fouten in het vermelden van de procedurenummers zijn op 2 november 2012 zowel de eerste als de gewijzigde processen-verbaal aan partijen gestuurd.

1.8. De inspecteur heeft op de zitting van 24 oktober 2012 in de zaken die betrekking hebben op de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) en vermogensbelasting (VB), nadere stukken overgelegd. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst en de behandeling van de beroepen aangehouden om belanghebbende in de gelegenheid te stellen binnen twee weken na de mondelinge behandeling op deze stukken te reageren.

1.9. Belanghebbende heeft in de zaken die betrekking hebben op de aanslagen IB/PVV en VB op 14 november 2012 nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn, bij brief van 15 november 2012, in afschrift verstrekt aan de inspecteur. De inspecteur heeft hier bij brief van 5 december 2012 op gereageerd. Deze stukken zijn, bij brief van 11 december 2012, in afschrift verstrekt aan belanghebbende. De rechtbank heeft hierbij het onderzoek gesloten en een schriftelijke uitspraak aangekondigd.

2. Feiten

Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat het volgende vast:

2.1. In verband met de behandeling van de aangifte IB/PVV over het jaar 2007 heeft de inspecteur belanghebbende bij brief van 6 december 2011 verzocht om nadere gegevens en inlichtingen van aangehouden vermogen in het buitenland te verstrekken. Hierbij heeft de inspecteur de volgende vragen gesteld:

“1. Worden deze bankrekeningen in 2007 nog steeds door uw cliënten aangehouden?

2. Zo ja, wat was het saldo, inclusief onderliggende sub- en beleggingsrekeningen, op 1 januari en 31 december 2007?

3. Zo nee, waar wordt het eerder op de van Lanschot-rekening gestalde vermogen in 2007 aangehouden?

4. Wat was het saldo van die andere rekeningen op 1 januari en 31 december 2007?

5. Indien niet langer vermogen in het buitenland wordt aangehouden, wanneer en op welke binnenlandse rekening is dit vermogen gestort of wanneer en waarvoor is het aangewend?

6. Ik verzoek u de bescheiden met betrekking tot de buitenlandse rekening(en) (in kopie) voor het betreffende jaar te overleggen."

Aan belanghebbende wordt een termijn van 14 dagen na dagtekening van de brief gegund om te reageren.

2.2. Belanghebbende heeft hierop niet gereageerd. Vervolgens heeft inspecteur de onderhavige informatiebeschikking afgegeven. Daarin heeft inspecteur belanghebbende, onder verwijzing naar de brief van 6 december 2011, wederom verzocht de gevraagde informatie te verstrekken.

3. Geschil

3.1. In geschil is het antwoord op de vraag of de inspecteur terecht een informatiebeschikking heeft afgegeven.

3.2. Belanghebbende beantwoordt de onder 3.1 vermelde vraag ontkennend, de inspecteur bevestigend.

3.3. Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden die daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken en het verhandelde ter zitting.

4. Beoordeling van het geschil

4.1.1. Artikel 52a, eerste lid, van de AWR bepaalt, voor zover te dezen van belang, het volgende:

“1. Indien met betrekking tot een op te leggen aanslag, navorderingsaanslag of naheffingsaanslag of een te nemen beschikking niet of niet volledig wordt voldaan aan de verplichtingen ingevolge artikel 41, 47, 47a, 49, 52, (…), kan de inspecteur dit vaststellen bij voor bezwaar vatbare beschikking (informatiebeschikking). De inspecteur wijst in de informatiebeschikking op artikel 25, derde lid.”

4.1.2. Artikel 47, eerste lid, van de AWR luidt:

“Ieder is gehouden desgevraagd aan de inspecteur:

a. de gegevens en inlichtingen te verstrekken welke voor de belastingheffing te zijnen aanzien van belang kunnen zijn;

b. de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud daarvan – zulks ter keuze van de inspecteur – waarvan de raadpleging van belang kan zijn voor de vaststelling van de feiten welke invloed kunnen uitoefenen op de belastingheffing te zijnen aanzien, voor dit doel beschikbaar te stellen.”

4.1.3. Artikel 49, eerste lid, van de AWR luidt:

“De gegevens en inlichtingen dienen duidelijk, stellig en zonder voorbehoud te worden verstrekt, mondeling, schriftelijk of op andere wijze - zulks ter keuze van de inspecteur - en binnen een door de inspecteur te stellen termijn.”

4.2. Belanghebbende heeft geen antwoord gegeven op de door de inspecteur gestelde vragen. Op grond van artikel 47 van de AWR was hij daartoe wel verplicht. Belanghebbende heeft niet aan zijn inlichtingenverplichting voldaan. Aldus is aan belanghebbende terecht de onderhavige informatiebeschikking afgegeven. Het beroep is ongegrond.

4.3. De rechtbank zal belanghebbende op grond van artikel 27e, tweede lid, van de AWR een nieuwe termijn stellen om de in de informatiebeschikking gestelde vragen te beantwoorden en de verzochte informatie te verstrekken. De rechtbank acht een termijn van 2 weken passend. De rechtbank acht het verder redelijk deze termijn te doen aanvangen vanaf de dag na die van verzending van de uitspraak (zie artikelen 27e, tweede lid, in verbinding met 27j, tweede lid, AWR).

5. Proceskosten

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

6. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- stelt belanghebbende een termijn van twee weken, gerekend vanaf de dag waarop deze uitspraak is verzonden, om alsnog aan de inspecteur de in de informatiebeschikking gevraagde informatie te verstrekken.

Deze uitspraak is gedaan op 29 januari 2013 door mr. A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, voorzitter, mr. C.A.F.M. Stassen en mr. W.A.P. van Roij, rechters, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. M. Jansen, griffier.

De griffier, De voorzitter,

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: 5 februari 2013

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.