Kosten ter zake van vervreemding deelneming in verband met juridische moeder-dochterfusie
Kosten ter zake van vervreemding deelneming in verband met juridische moeder-dochterfusie
Gegevens
- Kenmerk
- KG:023:2025:1
- Publicatiedatum
- 13 januari 2025
- Bron
- Kennisgroepen Standpunten
- Status
- Geldig
Aanleiding
Een belastingplichtige houdt alle aandelen in Y. Op dit aandelenbelang is de deelnemingsvrijstelling van toepassing. Op enig moment vindt er een juridische fusie plaats tussen de belastingplichtige als verkrijgende rechtspersoon en Y als verdwijnende rechtspersoon. Ter zake van deze juridische moeder-dochterfusie worden kosten gemaakt door de belastingplichtige. Verondersteld wordt dat deze kosten terecht aan de belastingplichtige zijn gealloceerd.
Vraag
Is het aftrekverbod van artikel 13, eerste lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: Wet Vpb 1969) van toepassing op de kosten ter zake van de juridische moeder-dochterfusie?
Antwoord
De belastingplichtige wordt fiscaal geacht Y ten tijde van de fusie te hebben vervreemd. Tegelijkertijd heeft de belastingplichtige ten tijde van de fusie op grond van het civiele recht de vermogensbestanddelen van Y verkregen.
Het aftrekverbod van artikel 13, eerste lid, Wet Vpb 1969 is van toepassing op het deel van de kosten dat kan worden toegerekend aan de vervreemding van Y en daarmee tevens rechtstreeks oorzakelijk verband houdt in de zin van HR 7 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2264 en HR 22 december 2023, ECLI:NL:HR:2023:1793.
Het is aan de behandelend inspecteur om te bepalen welk deel van de kosten is toe te rekenen aan de vervreemding van Y en welk deel van de kosten is toe te rekenen aan de verkrijging van de vermogensbestanddelen (en al dan niet geactiveerd moet worden). Hierbij zal in een casus als de onderhavige, waarin sprake is van een juridische moeder-dochterfusie, doorgaans geen of een (zeer) beperkt deel van de kosten kunnen worden toegerekend aan de vervreemding van de aandelen Y.
Beschouwing
Wettelijk kader
Op grond van artikel 13, eerste lid, Wet Vpb 1969 blijven bij het bepalen van de winst voordelen uit hoofde van een deelneming, alsmede de kosten ter zake van de verwerving of vervreemding van die deelneming, buiten aanmerking.
Op grond van artikel 3.57, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001) juncto artikel 8, eerste lid, Wet Vpb 1969, wordt een belastingplichtige die is betrokken bij een overgang onder algemene titel in het kader van een fusie van een rechtspersoon, geacht zijn aandelen in of zijn schuldvorderingen op de verdwijnende rechtspersoon ten tijde van de fusie te hebben vervreemd.