Giftbegrip, tweetrapsmaking en afstand bezwaard vermogen
Giftbegrip, tweetrapsmaking en afstand bezwaard vermogen
Gegevens
- Kenmerk
- KG:063:2023:16
- Publicatiedatum
- 6 juni 2023
- Bron
- Kennisgroepen Standpunten
- Status
- Geldig
Aanleiding
Erflater heeft in zijn testament een tweetrapsmaking opgenomen. Hij heeft zijn echtgenoot tot bezwaarde en zijn kinderen tot verwachters benoemd. Na drie jaar doet de echtgenoot afstand van het geërfde bezwaard vermogen.
Vraag
Leidt het doen van afstand van bezwaard vermogen door de bezwaarde tot heffing van erf- of schenkbelasting?
Antwoord
Ja, als de bezwaarde afstand doet van het bezwaard vermogen leidt dat altijd tot belastingheffing in de relatie insteller — verwachter. Als de bezwaarde uit vrijgevigheid afstand doet, is er ook een gift van de bezwaarde aan de verwachter. Heffing van schenkbelasting over deze gift blijft echter achterwege, zodat dubbele heffing wordt voorkomen.
N.B. Het maakt hierbij geen verschil of sprake is van een ’gewone’ tweetrapsmaking of van een tweetrapsmaking met vervreemdings- en verteringsbevoegdheid (ook: fideï commis de residuo). Een bezwaarde kan immers - zo nodig met instemming van de verwachter - door afstand te doen, het bezwaard vermogen overdragen aan de verwachter.
Beschouwing
Een tweetrapsverkrijging kan zowel een schenking als een verkrijging krachtens erfrecht zijn. Voor de leesbaarheid wordt hier uitgegaan van een tweetrapsverkrijging krachtens erfrecht.
Bij een tweetrapsmaking beschikt de erflater als het ware meerdere keren over zijn vermogen. De erflater (hierna: insteller) benoemt iemand onder ontbindende voorwaarde tot erfgenaam. Deze erfgenaam wordt bezwaarde genoemd. Daarbij aansluitend wijst de insteller een erfgenaam onder opschortende voorwaarde aan; dit is de verwachter. Wanneer de voorwaarde wordt vervuld en de verwachter is dan in leven, is de verwachter automatisch rechthebbende van het (vaak jaren eerder) nagelaten vermogen. Een veel voorkomende voorwaarde is het overlijden van de bezwaarde. Bij het vervullen van de voorwaarde verkrijgt de verwachter krachtens erfrecht van de insteller. De heffing vindt bij de verwachter plaats naar het tarief en de vrijstelling van het jaar waarin de voorwaarde wordt vervuld, met toepassing van de rekenmethode van Hoge Raad 12 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY8780.
Een bezwaarde heeft - tenzij de insteller dat heeft uitgesloten - de mogelijkheid om tussentijds (zo nodig na instemming van de verwachter) afstand te doen van het bezwaard vermogen. Het vermogen gaat in dat geval - via de insteller - eerder dan voorzien naar de verwachter. Als dit afstand doen gebeurt uit vrijgevigheid, is het ook een gift van de bezwaarde aan de verwachter. Daarnaast verkrijgt de verwachter op datzelfde moment het bezwaarde vermogen krachtens erfrecht van de insteller. Voorheen regelde de resolutie van 18 december 1958, PW 16 929 dat heffing van schenkbelasting achterwege bleef, zodat dubbele heffing werd voorkomen. Hoewel deze resolutie is ingetrokken (zie: Staatscourant 2008, nr. 107), geldt de gedachte nog steeds. Dit betekent dat alleen erfbelasting wordt geheven en geen schenkbelasting.
Schenkings- en verteringsbevoegdheid
Iets heel anders is dat de insteller bij testament bevoegdheden kan toekennen aan de bezwaarde. Bijvoorbeeld de bevoegdheid voor de bezwaarde om het bezwaard vermogen te kunnen vervreemden en verteren, te schenken of na te laten. Als gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid om te vervreemden, vindt er zaaksvervanging plaats. De tweetrapsbepaling rust dan op hetgeen voor het vervreemde goed in de plaats komt.
Bij gebruikmaken van de bevoegdheid tot schenken of nalaten vindt er geen zaaksvervanging plaats, maar wordt de tweetrapsmaking opgeheven (zie het zogenoemde boerenplaatsje-arrest, Hoge Raad 16 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AN8282). Er wordt dan alleen verkregen van de voormalige bezwaarde. Er vindt geen dubbele heffing plaats, omdat er niet (ook) van de insteller wordt verkregen. Heffing van belasting vindt dan alleen plaats in de relatie (voormalig) bezwaarde — verkrijger. Dat kan een lager tarief zijn dan in de relatie insteller — verwachter. In dat geval wordt in bepaalde situaties de belasting berekend met toepassing van artikel 31 van de Successiewet (hierna: SW 1956). Dit ziet op de situatie dat het afstand doen plaatsheeft ten behoeve van een ander dan de verwachter (zie hierna).