Schenking en borgstelling
Schenking en borgstelling
Gegevens
- Kenmerk
- KG:063:2026:2
- Publicatiedatum
- 18 maart 2026
- Bron
- Kennisgroepen Standpunten
- Status
- Geldig
Aanleiding
B richt een persoonlijke holding (Kind BV) op, met € 1 kapitaal. Kind BV koopt de volgende dag voor € 5 miljoen de aandelen in Werk BV van een derde. De volledige koopsom wordt door Kind BV onder zakelijke voorwaarden van een bank geleend. Deze lening is mogelijk doordat de vader van B persoonlijk borg staat voor deze lening. Kind BV hoeft voor deze borgstelling geen vergoeding (ook wel borgstellingsprovisie genoemd) aan de vader van B te betalen.
Vraag
Is een borgstelling voor een door een derde verstrekte lening aan een BV een schenking, als de borgsteller hiervoor een lagere dan zakelijke vergoeding van die BV ontvangt?
Antwoord
Ja, als een borgsteller uit vrijgevigheid genoegen neemt met een lagere dan zakelijke vergoeding voor de borgstelling is sprake van een schenking aan degene die voordeel heeft bij die borgstelling. Dat is de aandeelhouder van de lenende BV. De verrijking betreft de waardestijging van diens aandelen, die het gevolg is van de borgstelling tegen een lagere dan zakelijke vergoeding in combinatie met een lening onder aantrekkelijkere voorwaarden.
Beschouwing
Borgstelling - de juridische term is borgtocht (artikel 7:850 van het Burgerlijk Wetboek) - is de overeenkomst waarbij de borgsteller ofwel borg zich tegenover de schuldeiser verbindt tot nakoming van een verbintenis, die de hoofdschuldenaar tegenover de schuldeiser heeft of zal krijgen. Voor een borgstelling wordt in het economische verkeer door de hoofdschuldenaar een vergoeding betaald aan de borgsteller. In de casus (van de aanleiding) is vader de borgsteller, de bank de schuldeiser en Kind BV de hoofdschuldenaar.
Schenking
Voor de Successiewet wordt onder schenking verstaan de gift zoals verwoord in artikel 7:186, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek. Een gift is daar omschreven als “iedere handeling die er toe strekt dat degeen die de handeling verricht, een ander ten koste van eigen vermogen verrijkt”. Voor een gift is nodig: verarming van de schenker en verrijking van de begiftigde, als gevolg van een handeling met een bevoordelingsbedoeling (zie ECLI:NL:HR:2002:AD7272). Hieronder worden deze voorwaarden uitgewerkt aan de hand van de casus van de aanleiding.