Legitieme portie en box 3
Legitieme portie en box 3
Gegevens
- Kenmerk
- KG:202:2026:4
- Publicatiedatum
- 30 april 2026
- Bron
- Kennisgroepen Standpunten
- Status
- Geldig
Aanleiding
Na het overlijden van de alleenstaande erflater wordt de nalatenschap verdeeld over de erfgenamen. Een kind (hierna: legitimaris) van de erflater is bij testament onterfd. Drie jaar na het overlijden van de erflater raakt deze legitimaris hiervan op de hoogte. De legitimaris eist vervolgens zijn legitieme portie van de reeds verdeelde nalatenschap op.
Vragen
Mogen de erfgenamen in box 3 rekening houden met de mogelijkheid dat de legitimaris aanspraak kan maken op zijn legitieme portie?
Wat zijn de fiscale gevolgen voor de erfgenamen voor de voorgaande kalenderjaren als de legitimaris drie jaar na overlijden van de erflater aanspraak maakt op zijn legitieme portie?
Antwoorden
Nee, op dat moment heeft de legitimaris nog geen aanspraak gemaakt op zijn legitieme portie en staat nog niet vast dat de legitieme portie daadwerkelijk zal worden opgeëist. Omdat nog geen sprake is van een opeisbare schuld is het niet mogelijk voor de erfgenamen om de aanspraak op de legitieme portie als schuld in box 3 in aanmerking te nemen.
Vanaf het moment dat de legitimaris aanspraak heeft gemaakt op zijn legitieme portie, kan deze aanspraak als schuld in box 3 in aanmerking worden genomen bij de erfgenamen. Dat heeft geen fiscale gevolgen voor de grondslag sparen en beleggen van de erfgenamen op eerdere peildata tussen het overlijden van de erflater en het aanspraak maken door de legitimaris.
Beschouwing
Legitieme portie
De definitie van legitieme portie staat in artikel 4:63, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). De legitieme portie van een legitimaris is het gedeelte van de waarde van het vermogen van de erflater, waarop de legitimaris in weerwil van giften en uiterste wilsbeschikkingen van de erflater aanspraak kan maken. Legitimarissen zijn, ingevolge het tweede lid, de afstammelingen van de erflater die door de wet als erfgenamen tot zijn nalatenschap worden geroepen. Deze erfgenamen zijn door erflater in zijn uiterste wil onterfd.
De legitieme portie wordt ingevolge artikel 4:65 BW berekend over de waarde van de goederen van de nalatenschap. Op grond van artikel 4:6 BW wordt daaronder verstaan de waarde van de goederen op het tijdstip onmiddellijk na het overlijden van de erflater.
Op grond van artikel 4:7, eerste lid, aanhef en onderdeel g, BW worden de schulden ter zake van legitieme porties waarop krachtens artikel 4:80 BW aanspraak wordt gemaakt als schulden van de nalatenschap aangemerkt. De legitieme portie komt dus in mindering op de waarde van de nalatenschap. De legitimaris die aanspraak maakt op de legitieme portie heeft op grond van artikel 4:80, eerste lid, BW een vordering in geld op de erfgenamen.
De termijn waarbinnen aanspraak kan worden gemaakt op de legitieme portie is begrensd. In artikel 4:85, eerste lid, BW, staat dat de mogelijkheid om aanspraak te maken op de legitieme portie vervalt indien de legitimaris niet binnen een door een belanghebbende (erfgenamen) gestelde redelijke termijn en anders uiterlijk vijf jaren na het overlijden van de erflater heeft verklaard dat hij zijn legitieme portie wenst te ontvangen. In artikel 4:81, eerste lid, BW staat nog dat de vordering opeisbaar is vanaf zes maanden na overlijden van de erflater.