Home

Toepassing artikel 3.62 Wet IB 2001 bij de overdracht aan minderjarige kinderen

Toepassing artikel 3.62 Wet IB 2001 bij de overdracht aan minderjarige kinderen

Gegevens

Kenmerk
KG:212:2022:3
Publicatiedatum
12 januari 2023
Bron
Kennisgroepen Standpunten
Status
Geldig

Aanleiding

Erflater (ouder 1) exploiteerde voor gezamenlijke rekening en risico een onderneming met ouder 2. Bij testament heeft ouder 1 de twee minderjarige kinderen benoemd tot erfgenamen in de nalatenschap waarbij ouder 2 tevens is uitgesloten als erfgenaam. In het testament is tevens bepaald dat de vruchten aan de minderjarige kinderen toekomen. In de aangifte inkomstenbelasting wordt namens deze kinderen een beroep gedaan op de doorschuiffaciliteit van artikel 3.62 Wet IB 2001. Door de Rechtbank is een beschikking afgegeven waarin ouder 2 als bewindvoerder wordt aangesteld om namens de kinderen de onderneming voort te zetten.

Vraag

Kan de doorschuiffaciliteit van artikel 3.62 Wet IB 2001 worden toegepast?

Antwoord

Ja.

Beschouwing

Artikel 3.58 Wet IB 2001 bepaalt dat de onderneming door het overlijden van ouder 1 gestaakt wordt en wordt overgedragen aan degene aan wie het krachtens erfrecht toekomt tegen de waarde in het economische verkeer.

In artikel 3.62 Wet IB 2001 is echter een doorschuifbepaling opgenomen bij staking door overlijden. Artikel 3.62 Wet IB 2001 is alleen van toepassing indien de opvolgers de onderneming rechtstreeks voortzetten. In artikel 3.62 Wet IB 2001 is, in tegenstelling tot artikel 3.63 Wet IB 2001, niet de eis opgenomen dat moet worden voortgezet door een ‘echte’ ondernemer. Er wordt slechts gesproken over het rechtstreeks voortzetten.

Artikel 3.62 Wet IB 2001 geeft ruimte om de doorschuifregeling ook toe te passen  indien de minderjarige kinderen als medegerechtigde zijn aan te merken. In artikel 3.3, eerste lid, onderdeel a, Wet IB 2001 is een uitbreiding opgenomen van het begrip belastbare winst uit onderneming.

Ten overvloede

Content informatie