Aan de stichting wordt jaarlijks door Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat subsidie verleend voor het verrichten van onderzoek en ontwikkeling op het gebied van de lucht- en ruimtevaart.
Wet houdende de omzetting van de Rijksstudiedienst voor de luchtvaart in een stichting
Wet houdende de omzetting van de Rijksstudiedienst voor de luchtvaart in een stichting
Opschrift
Aanhef
Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten:
Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenschelijk is den Rijksstudiedienst voor de Luchtvaart om te zetten in een Stichting en dat het in verband daarmede noodig is een regeling te treffen, als bedoeld in artikel 89 a van de Comptabiliteitswet 1927 (Staatsblad No. 259);
Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
Onze Ministers van Waterstaat, van Defensie, van Koloniën, van Handel, Nijverheid en Scheepvaart, van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen en van Financiën worden gemachtigd om voor en namens het Rijk met de Vereeniging van Nederlandsche Vliegtuigfabrikanten, gevestigd te ’s-Gravenhage, de N. V. Koninklijke Luchtvaartmaatschappij voor Nederland en Koloniën, gevestigd te ’s-Gravenhage, de N. V. Koninklijke Nederlandsch-Indische Luchtvaartmaatschappij, gevestigd te Amsterdam en de Koninklijke Nederlandsche Vereeniging voor Luchtvaart, gevestigd te ’s-Gravenhage, een Stichting, genaamd "Nationaal Luchtvaartlaboratorium", in het leven te roepen overeenkomstig de bepalingen van de bij deze wet gevoegde ontwerp-akte van oprichting.
Artikel 2
Onze Ministers van Waterstaat en van Financiën worden gemachtigd om voor en namens het Rijk met het Bestuur van de Stichting een overeenkomst aan te gaan overeenkomstig het bij deze wet gevoegd model.
Onze Ministers van Economische Zaken en Klimaat en Financiën worden gemachtigd overeenkomsten tot wijziging van de in dit artikel bedoelde overeenkomst met het Bestuur van de Stichting aan te gaan.
Wijzigingen van deze overeenkomst zullen onverwijld door de zorg van Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat aan de Staten-Generaal worden medegedeeld.