Het Nieuw-Guinea Herinneringskruis wordt toegekend aan de militairen van de Koninklijke marine, van de Koninklijke landmacht, van de Koninklijke luchtmacht alsmede aan de militairen van het voormalig Koninklijk Nederlands Indonesisch Leger, die in Nieuw-Guinea of de aangrenzende zeegebieden gedurende het tijdvak van 28 december 1949 tot 23 november 1962 ten minste drie maanden in werkelijke dienst zijn geweest.
Instellingsbesluit Nieuw-Guinea-herinneringskruis
Instellingsbesluit Nieuw-Guinea-herinneringskruis
Opschrift
Aanhef
Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Op de gemeenschappelijke voordracht van Onze minister van defensie van 27 september 1962, directie militair personeel, nr. P. 122.894/B, en van de staatssecretaris van binnenlandse zaken van 27 september 1962, directoraat-generaal voor Nederlands Nieuw-Guinea, nr. 518196/-;
Overwegende, dat het gewenst is om aan militairen van de Koninklijke marine, van de Koninklijke landmacht, van de Koninklijke luchtmacht, alsmede aan niet-militairen, Nederlanders, die zich in Nederlands Nieuw-Guinea in militaire zin verdienstelijk hebben gemaakt een herinneringsteken toe te kennen en dit herinneringsteken tevens dienstbaar te stellen als beloning voor hen, die in militair verband hebben deelgenomen aan een door de overheid bevolen actie of een verkennings- of patrouilletocht;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
Artikel 2
Het herinneringskruis kan mede worden toegekend aan niet-militairen, Nederlanders, die zich in het tijdvak, genoemd in het eerste lid, in militaire zin verdienstelijk hebben gemaakt.
Aan hen die in 1962 in de gebieden, genoemd in het eerste lid, in militair verband hebben deelgenomen aan een actie of een verkennings- of patrouilletocht, bevolen door de militaire overheid, wordt een gesp toegekend.
De toekenning van de gesp is onafhankelijk van de duur van de actie of tocht waaraan werd deelgenomen.
Artikel 3
De toekenning van het herinneringskruis en van de gesp geschiedt:
aan de militairen van de Koninklijke marine, van de Koninklijke landmacht, van de Koninklijke luchtmacht en van het voormalig Koninklijk Nederlands Indonesisch Leger: door Onze minister van defensie, of namens deze door een door hem daartoe aangewezen autoriteit;
aan personen als bedoeld in artikel 2, tweede lid: door Onze minister van binnenlandse zaken of namens deze door een door hem daartoe aangewezen autoriteit.