Ga verder naar content

Kostenwet invordering rijksbelastingen

Geldig vanaf 1 januari 2021

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 01-01-2021]

Aanhef

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is het tarief van de kosten van vervolging inzake rijksbelastingen te herzien en een voorziening te treffen om de betekening van dwangbevelen inzake rijksbelastingen te vereenvoudigen, alsmede in enkele andere wetten daarmede samenhangende wijzigingen aan te brengen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1

In afwijking van de afdelingen 4.4.4 en 4.4.5 van de Algemene wet bestuursrecht worden ter zake van het verrichten van werkzaamheden voor de invordering van bedragen door de zorg van een inzake rijksbelastingen bevoegde ontvanger en door een belastingdeurwaarder op grond van de bepalingen van de Invorderingswet 1990 of enige andere wettelijke bepaling aan degene die in gebreke is gebleven het verschuldigde tijdig te betalen, kosten in rekening gebracht volgens het bepaalde in de volgende artikelen, tenzij ter zake kosten verschuldigd zijn op grond van artikel 8.39 van de Belastingwet BES.

Artikel 2

Voor het verzenden van een aanmaning tot betaling is verschuldigd € 8 bij een gevorderde som tot € 454 en € 17 bij een gevorderde som van € 454 of meer.

Artikel 3

1.

Voor het betekenen van een dwangbevel met bevel tot betaling is verschuldigd € 44 verhoogd met € 4 van elk geheel bedrag van € 45 waarmee de gevorderde som € 45 te boven gaat, met dien verstande dat niet meer verschuldigd is dan € 13.108.

2.

Voor het ingevolge een wettelijk voorschrift doen van een ander exploot is verschuldigd € 17.

3.

Voor het geven van kwitantie door de ambtenaar belast met de tenuitvoerlegging van een dwangbevel ter zake van een aan deze gedane betaling ter afwering van lijfsdwang of van beslaglegging, niet zijnde een beslag onder derden, op goederen die geen registergoederen zijn, is verschuldigd € 17.

4.

Voor het ingevolge een wettelijk voorschrift voor 'gezien' doen tekenen van een exploot of ander stuk, aanplakken van een exploot en doen aankondigen van een gedaan exploot in een dagblad is, voor elk dezer handelingen, verschuldigd € 4.

Artikel 4

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-1992]

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 8

Artikel 9 [Vervallen per 01-06-1990]

Artikel 10 [Vervallen per 01-06-1990]

Artikel 11