Home

Burgerlijk Wetboek Boek 4

Geldig vanaf 1 mei 2023
Geldig vanaf 1 mei 2023

Burgerlijk Wetboek Boek 4

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 01-05-2023]
[Regeling ingetrokken per 01-01-2003]

Boek 4. Erfrecht

Titel 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

1.

Erfopvolging heeft plaats bij versterf of krachtens uiterste wilsbeschikking.

2.

Van de erfopvolging bij versterf kan worden afgeweken bij een uiterste wilsbeschikking die een erfstelling of een onterving inhoudt.

Artikel 2

1.

Wanneer de volgorde waarin twee of meer personen zijn overleden niet kan worden bepaald, worden die personen geacht gelijktijdig te zijn overleden en valt aan de ene persoon geen voordeel uit de nalatenschap van de andere ten deel.

2.

Indien een belanghebbende ten gevolge van omstandigheden die hem niet kunnen worden toegerekend, moeilijkheden ondervindt bij het bewijs van de volgorde van overlijden, kan de rechter hem een of meermalen uitstel verlenen, zulks voor zover redelijkerwijs mag worden aangenomen dat het bewijs binnen de termijn van het uitstel kan worden geleverd.

Artikel 3

Artikel 4

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 8

Titel 2. Erfopvolging bij versterf

Artikel 9

Artikel 10

Artikel 11

Artikel 12

Titel 3. Het erfrecht bij versterf van de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot en van de kinderen alsmede andere wettelijke rechten

Afdeling 1. Het erfrecht bij versterf van de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot en van de kinderen

Artikel 13
Artikel 14
Artikel 15
Artikel 16
Artikel 17
Artikel 18
Artikel 19
Artikel 20
Artikel 21
Artikel 22
Artikel 23
Artikel 24
Artikel 25
Artikel 26
Artikel 27

Afdeling 2. Andere wettelijke rechten

Artikel 28
Artikel 29
Artikel 30
Artikel 31
Artikel 32
Artikel 33
Artikel 34
Artikel 35
Artikel 36
Artikel 37
Artikel 38
Artikel 39
Artikel 40
Artikel 41

Titel 4. Uiterste willen

Afdeling 1. Uiterste wilsbeschikkingen in het algemeen

Artikel 42
Artikel 43
Artikel 44
Artikel 45
Artikel 46
Artikel 47
Artikel 48
Artikel 49
Artikel 50
Artikel 51
Artikel 52
Artikel 53
Artikel 54

Afdeling 2. Wie uiterste wilsbeschikkingen kunnen maken en wie daaruit voordeel kunnen genieten

Artikel 55
Artikel 56
Artikel 57
Artikel 58
Artikel 59
Artikel 60
Artikel 61
Artikel 62

Afdeling 3. Legitieme portie

Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 63
Artikel 64
Paragraaf 2. De omvang van de legitieme portie
Artikel 65
Artikel 66
Artikel 67
Artikel 68
Artikel 69
Artikel 70
Artikel 71
Artikel 72
Artikel 73
Artikel 74
Artikel 75
Artikel 76
Artikel 77
Artikel 78
Paragraaf 3. Het geldend maken van de legitieme portie
Artikel 79
Artikel 80
Artikel 81
Artikel 82
Artikel 83
Artikel 84
Artikel 85
Artikel 86
Artikel 87
Artikel 88
Artikel 89
Artikel 90
Artikel 91
Artikel 92

Afdeling 4. Vorm van uiterste willen

Artikel 93
Artikel 94
Artikel 95
Artikel 96
Artikel 97
Artikel 98
Artikel 99 [Vervallen per 01-05-2004]
Artikel 100
Artikel 101
Artikel 102
Artikel 103
Artikel 104
Artikel 105
Artikel 106
Artikel 107
Artikel 108
Artikel 109
Artikel 110

Afdeling 5. Herroeping van uiterste wilsbeschikkingen

Artikel 111
Artikel 112
Artikel 113
Artikel 114

Titel 5. Onderscheiden soorten van uiterste wilsbeschikkingen

Afdeling 1. Erfstellingen

Artikel 115
Artikel 116

Afdeling 2. Legaten

Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 117
Artikel 118
Artikel 119
Artikel 120
Artikel 121
Artikel 122
Artikel 123
Artikel 124
Artikel 125
Paragraaf 2. Giften en andere handelingen die worden aangemerkt als legaten
Artikel 126
Artikel 127
Artikel 128
Artikel 129

Afdeling 3. Testamentaire lasten

Artikel 130
Artikel 131
Artikel 132
Artikel 133
Artikel 134

Afdeling 4. Stichtingen

Artikel 135

Afdeling 5. Makingen onder tijdsbepaling en onder voorwaarde

Artikel 136
Artikel 137
Artikel 138
Artikel 139
Artikel 140
Artikel 141

Afdeling 6. Executeurs

Artikel 142
Artikel 143
Artikel 144
Artikel 145
Artikel 146
Artikel 147
Artikel 148
Artikel 149
Artikel 150
Artikel 151
Artikel 152

Afdeling 7. Testamentair bewind

Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 153
Artikel 154
Artikel 155
Artikel 156
Paragraaf 2. De bewindvoerder
Artikel 157
Artikel 158
Artikel 159
Artikel 160
Artikel 161
Artikel 162
Artikel 163
Artikel 164
Artikel 165
Paragraaf 3. De gevolgen van het bewind
Artikel 166
Artikel 167
Artikel 168
Artikel 169
Artikel 170
Artikel 171
Artikel 172
Artikel 173
Artikel 174
Artikel 175
Artikel 176
Paragraaf 4. Einde van het bewind
Artikel 177
Artikel 178
Artikel 179
Artikel 180
Artikel 181

Titel 6. Gevolgen van de erfopvolging

Afdeling 1. Algemene bepalingen

Artikel 182
Artikel 183
Artikel 184
Artikel 185
Artikel 186
Artikel 187
Artikel 188
Artikel 188a
Artikel 189

Afdeling 2. Aanvaarding en verwerping van nalatenschappen en van legaten

Artikel 190
Artikel 191
Artikel 192
Artikel 193
Artikel 194
Artikel 194a
Artikel 195
Artikel 196
Artikel 197
Artikel 198
Artikel 199
Artikel 200
Artikel 201

Afdeling 3. Vereffening van de nalatenschap

Artikel 202
Artikel 203
Artikel 204
Artikel 205
Artikel 206
Artikel 207
Artikel 208
Artikel 209
Artikel 210
Artikel 211
Artikel 212
Artikel 213
Artikel 214
Artikel 215
Artikel 216
Artikel 217
Artikel 218
Artikel 219
Artikel 220
Artikel 221
Artikel 222
Artikel 223
Artikel 224
Artikel 225
Artikel 226

Afdeling 4. Verdeling van de nalatenschap

Artikel 227
Artikel 228
Artikel 229
Artikel 230
Artikel 231
Artikel 232
Artikel 233