Ga verder naar content

Wet Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij

Geldig vanaf 14 juni 1992

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 14-06-1992]

Aanhef

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is tot verzelfstandiging van de Nederlandse Staatsloterij over te gaan, daartoe de Wet op de kansspelen te wijzigen en de Minister van Financiën te machtigen tot de oprichting van een stichting waaraan de organisatie van de Staatsloterij kan worden opgedragen en waarin de vermogensbestanddelen van de Staat, welke kunnen worden toegerekend aan de Directie der Staatsloterij, worden ingebracht, dat voor de oprichting van deze stichting op grond van artikel 40 van de Comptabiliteitswet 1976 (Stb. 671) een wettelijke machtiging vereist is;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk I. Algemeen

Artikel 1

In deze wet wordt verstaan onder:

  1. Onze Minister: Onze Minister van Financiën;

  2. de stichting: de Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij, bedoeld in artikel 2;

  3. de overgangsdatum: de datum van oprichting van de stichting;

  4. personeelslid: degene die op de dag voor de overgangsdatum in dienst is bij het Ministerie van Financiën, de Directie der Staatsloterij, hetzij als ambtenaar, hetzij op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, met uitzondering van de in artikel 10 bedoelde personen.

Hoofdstuk 2. Machtiging

Artikel 2

Artikel 3

Artikel 4

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 7

Hoofdstuk 3. Personeel

Artikel 8

Artikel 9

Artikel 10

Hoofdstuk 4. Wijziging van de wet op de kansspelen

Artikel 11

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 12

Artikel 13

Artikel 14

Artikel 15

Artikel 16

Artikel 17