Ga verder naar content

Regeling handelaarskentekens en -kentekenbewijzen

Geldig vanaf 5 januari 2021
Geldig vanaf 5 januari 2021

Regeling handelaarskentekens en -kentekenbewijzen

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 05-01-2021]

Aanhef

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op artikel 37, vierde en zevende lid, van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 24, tweede, derde en vierde lid, van het Reglement kentekenregistratie;

Besluit:

Artikel 1

1.

De aanvrager van een handelaarskentekenbewijs dient te beschikken over een erkenning bedrijfsvoorraad als bedoeld in artikel 62, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 dan wel exploitant te zijn van een onderneming waarin in een overdekte en behoorlijk af te sluiten ruimte onder alle weersomstandigheden reparaties en andere bewerkingen aan voertuigen kunnen worden uitgevoerd.

2.

Ingeval de aanvraag wordt ingediend door een exploitant als bedoeld in het eerste lid, legt de aanvrager bij de aanvraag een uittreksel uit het handelsregister, bedoeld in artikel 22 van de Handelsregisterwet 2007, over waaruit blijkt dat een onderneming wordt uitgeoefend als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 1a

Handelaarskentekens bestaan uit de lettercombinatie, genoemd in artikel 3 van het Kentekenreglement, en twee groepen van twee cijfers of één cijfer en één groep van drie cijfers.

Artikel 2

1.

Het is degene aan wie een handelaarskenteken is opgegeven niet toegestaan meer dan vijf kentekenplaten waarop dat kenteken is aangebracht ter beschikking te hebben, met dien verstande dat:

  1. indien het kenteken is aangebracht op kentekenplaten volgens de modellen 27.11 tot en met 27.14, van de bijlage bij de Regeling kentekens en kentekenplaten, beschikt mag worden over ten hoogste twee kentekenplaten per model wat betreft de modellen 27.11, 27.12 en 27.14 en over ten hoogste één kentekenplaat van het model 27.13 van de bijlage bij de Regeling kentekens en kentekenplaten;

  2. indien een kenteken is aangebracht bevattende de lettercombinatie OA of LH, beschikt mag worden over ten hoogste drie kentekenplaten met deze combinatie en wel één volgens model 27.11, één volgens model 27.12 en één volgens model 27.13 van de bijlage bij de Regeling kentekens en kentekenplaten;

  3. indien een kenteken is aangebracht bevattende de lettercombinatie HC, beschikt mag worden over ten hoogste twee kentekenplaten met deze combinatie, en wel één volgens model 30.5 en één volgens model 30.6, van de bijlage bij de Regeling kentekens en kentekenplaten.

2.

Degene aan wie een handelaarskenteken is opgegeven vernietigt de handelaarskentekenplaten terstond nadat het bijbehorende kentekenbewijs ongeldig is verklaard dan wel is verloren of teniet gegaan.

3.

Bij een motorrijtuig of een aanhangwagen voorzien van een handelaarskentekenplaat, dient het bijbehorende kentekenbewijs aanwezig te zijn.

Artikel 3

Artikel 4

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 7 [Vervallen per 05-01-2021]

Artikel 8 [Vervallen per 05-01-2021]

Artikel 9 [Vervallen per 05-01-2021]

Artikel 10

Artikel 11