Ga verder naar content

Uitvoeringsbesluit onderbouwing en uitvoering waardebepaling Wet waardering onroerende zaken

Geldig vanaf 1 januari 2010

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 01-01-2010]

Aanhef

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Financiën van 9 november 1994, nr. WV 94/498M, Directoraat-Generaal voor Fiscale Zaken, Directie Wetgeving Verbruiksbelastingen, gedaan mede namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken Van de Vondervoort;

Gelet op artikel 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken;

De Raad van State gehoord (advies van 12 december 1994, nr. W06.94.0695);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Financiën van 21 december 1994, nr. WV 94/601U, Directoraat-Generaal voor Fiscale Zaken, Directie Wetgeving Verbruiksbelastingen, uitgebracht mede namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken Van de Vondervoort;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

2.

In dit besluit wordt verstaan onder de wet: de Wet waardering onroerende zaken.

Artikel 2

Bij ministeriële regeling wordt een instructie vastgesteld waarin regels zijn neergelegd voor de onderbouwing en de uitvoering van de waardebepaling van onroerende zaken op de voet van de wet.

Artikel 3

De instructie bevat richtlijnen voor het rapporteren door de colleges van burgemeester en wethouders aan de Waarderingskamer over de stand van zaken, de planning en de voortgang van de werkzaamheden in het kader van de Wet waardering onroerende zaken, alsmede over de kwaliteit van die werkzaamheden.

Artikel 4

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 8

Artikel 9