Home

Syllabus vrijstelling, verrekening, verliescompensatie internationaal belastingrecht

Geldig van 13 april 2004 tot 18 maart 2021
Geldig van 13 april 2004 tot 18 maart 2021

Syllabus vrijstelling, verrekening, verliescompensatie internationaal belastingrecht

Besluit IFZ2004/236M

Opvolgende besluiten
2021-49042, 2023-26158
Versies van huidig besluit

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 13-04-2004 tot 18-03-2021]
[Regeling ingetrokken per 18-03-2021]

De Directeur-Generaal voor Fiscale Zaken heeft namens de Staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.

1. inleiding

1.1. aanleiding

Bij de berekening van verminderingen ter voorkoming van internationale dubbele belasting voor de vennootschapsbelasting gebruikt de Belastingdienst het computerprogramma VVV-IBR (Vrijstelling, Verrekening, Verliescompensatie, Internationaal Belastingrecht). Voor een juist gebruik van dit computerprogramma is inzicht vereist in de verschillende onderdelen van de berekeningswijze van deze verminderingen. Deze syllabus heeft als doel dit inzicht te verschaffen.

De syllabus wordt sinds het Besluit van 27 mei 1997, nr. IFZ97/520U ook ter beschikking gesteld aan belangstellenden buiten de Belastingdienst. Bij Besluit van 2 april 2002, nr. IFZ2002/206M werd een geactualiseerde versie van de syllabus naar de stand van de van kracht zijnde wet- en regelgeving per 1 januari 1999 uitgebracht. Deze syllabus is ook voor de jaren 1999 en 2000 actueel gebleven, omdat tot 1 januari 2001 geen (wets-)wijzigingen hebben plaatsgehad die betrekking hebben op de verminderingen ter voorkoming van dubbele belasting.

Met de belastingherziening 2001 is de Nederlandse belastingwetgeving zodanig gewijzigd dat de syllabus opnieuw is aangepast. Dit keer naar de stand van de van kracht zijnde wetgeving per 1 januari 2002. De syllabus houdt onder andere rekening met de inwerkingtreding van het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 als gevolg waarvan met name artikelverwijzingen en terminologie zijn aangepast. Ook houdt de syllabus rekening met het arrest Saint Gobain en het hiermee verband houdende Besluit van 21 januari 2004, nr. IFZ2003/558M. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de invoering van art. 8c Wet op de vennootschapsbelasting 1969 dat handelt over dienstverleningslichamen.

Hoewel in de rekenkundige wijze van voorkomen van dubbele belasting geen veranderingen hebben plaatsgehad, is het computerprogramma op onderdelen aangepast. Daarvan heeft de belangrijkste wijziging betrekking op de invoering van de euro. Verder hebben aanpassingen op het programma plaatsgevonden in verband met het sluiten van nieuwe verdragen, wijzigingen in tarieven, etc.

De herziening van het computerprogramma (versie 3.11) is in januari 2003 uitgebracht en is tot stand gekomen – onder leiding van de project-organisatie Artificial Intelligence & Audit Automation (POAI&-AA) – en de projectgroep VVV-IBR. De projectgroep VVV-IBR bestaat uit medewerkers van de Belastingdienst en van de Directie Internationale Fiscale Zaken van het Ministerie van Financiën. De actualisering van de syllabus is tot stand gekomen onder verantwoordelijkheid van de Directie Internationale Fiscale Zaken en Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling.

1.2. afbakening

Zowel het computerprogramma als de syllabus zien uitsluitend op de berekening van de voorkoming van dubbele belasting bij belastingplichtigen voor de vennootschapsbelasting. Voorts zullen in deze syllabus slechts die problemen worden besproken die bij de berekening van de belastingvermindering een rol spelen.

Niet ingegaan wordt op feitelijke dan wel juridische beoordelingen die aan het maken van de berekening vooraf gaan. Vragen die aan de techniek van voorkoming van dubbele belasting voorafgaan en hier niet aan de orde zullen komen, zijn bijvoorbeeld:

  • aan welke voorwaarden moeten buitenlandse activiteiten voldoen om als vaste inrichting te kunnen worden aangemerkt;

  • welk deel van de winst moet aan de buitenlandse activiteiten worden toegerekend;

  • welke vermogensbestanddelen kunnen aan de buitenlandse activiteiten worden toegerekend;

  • is een verdrag ter vermijding van dubbele belasting van toepassing op een belastingplichtige;

  • is sprake van dividenden, interest of royalty’s in de zin van een verdrag ter vermijding van dubbele belasting, de Belastingregeling voor het Koninkrijk (hierna: BRK) of het Besluit ter voorkoming van dubbele belasting (hierna: Bvdb);

  • het verschil in tijdstip waarop in het buitenland belasting wordt geheven en het tijdstip waarop in Nederland de winst in aanmerking wordt genomen;

  • de voorkoming van dubbele belasting van en bij beleggingsinstellingen in de zin van art. 28 Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: Wet Vpb 1969).

In de tekst is uitgegaan van de wetteksten zoals die gelden per 1 januari 2002.

1.3. Verband tussen de syllabus en het computerprogramma

1.4. opbouw van de syllabus

1.5. dubbele belasting

1.5.1. wat is dubbele belasting?

1.5.2. belangrijkste oorzaak van dubbele belasting

1.5.3. Waar is de voorkoming van dubbele belasting geregeld?

1.5.4. Welke methoden ter voorkoming van dubbele belasting past Nederland toe?

1.5.5. Wanneer welke methode?

1.5.6. Cijfervoorbeeld

2. belastingvrijstelling

2.1. Algemeen

2.1.1. de vrijstellingsbreuk

2.1.2. Afzonderlijke methode

2.2. De teller van de vrijstellingsbreuk (buitenlandse winst)

2.2.1. algemeen

2.2.2. De teller van de vrijstellingsbreuk in het Bvdb 2001

2.2.3. De teller van de vrijstellingsbreuk in de BRK

2.2.4. De teller van de vrijstellingsbreuk in de verdragen

2.3. De noemer van de vrijstellingsbreuk

2.3.1. algemeen

2.3.2. de noemer van de vrijstellingsbreuk in het bvdb 2001

2.3.3. de noemer van de vrijstellingsbreuk in de brk

2.3.4. de noemer van de vrijstellingsbreuk in de verdragen

2.3.5. samenvatting (noemer)

2.4. de verschuldigde belasting

2.4.1. algemeen

2.4.2. de invloed van sanctiebepalingen op de verschuldigde belasting

2.4.3. verliesverrekening

2.5. de doorschuif- en inhaalregeling

2.5.1. algemeen

2.5.2. de doorschuif- en inhaalregeling in het bvdb 2001

2.5.2.1. de doorschuifregeling; het overbrengen van buitenlandse winst (art. 34, bvdb 2001)
2.5.2.2. de inhaalregeling; het overbrengen van buitenlands verlies (art. 35, bvdb 2001)

2.5.3. de doorschuif- en inhaalregeling in de brk

2.5.4. de doorschuif- en inhaalregeling in de verdragen

2.5.5. Samenloop van de doorschuif- en inhaalregeling met verliesverrekening

3. verrekening van buitenlandse (bron)belasting

3.1. algemeen

3.2. de dubbele begrenzing van de tegemoetkoming bij belastingverrekening (algemeen)

3.3. de eerste limiet

3.3.1. De eerste limiet in het Bvdb 2001

3.3.2. De eerste limiet in de BRK

3.3.3. De eerste limiet in de verdragen

3.4. de tweede limiet: de teller van de verrekeningsbreuk

3.4.1. de teller van de verrekeningsbreuk in het bvdb 2001

3.4.2. De teller van de verrekeningsbreuk in de BRK

3.4.3. Het commentaar bij de OESO-modelverdragen van 1963, 1977 en 1992-2000 ter zake van de teller van de verrekeningsbreuk

3.4.4. de teller van de verrekeningsbreuk in de verdragen

3.4.5. Samenvatting van de teller van de verrekeningsbreuk (tweede limiet)

3.5. de tweede limiet: de noemer van de verrekeningsbreuk

3.5.1. de noemer in het bvdb 2001

3.5.2. De noemer in de BRK

3.5.3. de noemer in de verdragen

3.5.4. samenvatting van de noemer van de verrekeningsbreuk (tweede limiet)

3.6. De tweede limiet: de verschuldigde belasting

3.7. voortwenteling niet verrekende belasting

3.7.1. voortwenteling in het bvdb 2001

3.7.2. voortwenteling in de brk

3.7.3. Voortwenteling in de verdragen

3.8. verrekening: per land afzonderlijk of voor alle landen gezamenlijk?

3.8.1. onderscheid afzonderlijke en gezamenlijke methode

3.8.2. gezamenlijke methode bvdb 2001

3.8.3. Afzonderlijke methode BRK en verdragen

3.9. verrekening van buitenlandse bronbelasting voor nederlandse vaste inrichtingen

3.9.1. algemeen

3.9.2. Vaste inrichting van buitenlands belastingplichtige met vestigingsvrijheid

3.9.3. Vaste inrichting van buitenlands belastingplichtige zonder vestigingsvrijheid

3.9.4. methode van verrekening

4. verrekening van belasting over passieve winst uit buitenlandse onderneming

4.1. algemeen

4.2. de dubbele begrenzing van de tegemoetkoming bij belastingverrekening (algemeen)

4.3. De eerste limiet

4.3.1. de eerste limiet in het bvdb 2001

4.3.2. de eerste limiet in de brk

4.3.3. de eerste limiet in de verdragen

4.4. de tweede limiet

4.4.1. de tweede limiet in het bvdb 2001

4.4.2. De tweede limiet in de verdragen

4.5. Voortwenteling en inhaal

4.5.1. Voortwenteling in het Bvdb 2001

4.5.2. De inhaalregeling in het Bvdb 2001

4.5.3. de aanvullende inhaalregeling in het bvdb 2001

4.5.4. Voortwenteling in de verdragen

4.6. Verrekening: per land afzonderlijk of voor alle landen gezamenlijk?

4.7. Overgangsproblematiek bij passieve winst uit buitenlandse onderneming

5. samenloop

5.1. Samenloop van verschillende soorten regelingen

5.2. Samenloop bij de vrijstelling van buitenlandse winst

5.3. Samenloop bij de verrekening van buitenlandse (bron)belasting

5.4. samenloop van meerdere regelingen voor hetzelfde winstbestanddeel

5.5. In het programma toegepaste rangorde

6. kostenaftrek

6.1. buitenlandse (bron)belasting als kosten aftrekbaar

6.2. dienstverleningslichamen en deelnemingen (artt. 8c en 13 vpb)

7. De gevolgen van fusie of splitsing van landen

7.1. fusie van landen

7.2. splitsing van landen

Bijlage I . Overzicht verdragen (incl. Bvdb 2001 en BRK)