Inkomstenbelasting, winst uit onderneming, herinvesteringsreserve
Inkomstenbelasting, winst uit onderneming, herinvesteringsreserve
Besluit CPP2003/2004M
- Opvolgende besluiten
- CPP2006/1173M
- Versies van huidig besluit
Opschrift
Mij zijn vragen voorgelegd over de toepassing van de herinvesteringserve (hierna: HIR) als bedoeld in artikel 3.54 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001).
De vragen en het antwoorden zijn hierna opgenomen.
Tevens zijn in dit besluit de vragen en antwoorden van het besluit van 6 maart 2003, nr. CPP 2002/1330M verwerkt; in dat geval is achter het onderwerp van de vraag de datum van en het nummer van de vraag in dat eerdere besluit vermeld. Voor zover die vragen en antwoorden zijn geherformuleerd (met name bij de onder A.6 opgenomen vraag 8 uit het besluit van 6 maart 2003 is dat het geval) is geen inhoudelijke wijziging maar een verduidelijking beoogd. Toegevoegde dan wel geherformuleerde passages zijn aangegeven door een verticale streep in de kantlijn.
In dit besluit wordt verstaan onder:
Wet IB 2001: de Wet inkomstenbelasting 2001;
artikel 3.54: artikel 3.54 van de Wet IB 2001;
HIR: herinvesteringsreserve als bedoeld in artikel 3.54;
kort-afschrijfbare bedrijfsmiddelen: bedrijfsmiddelen waarop in maximaal tien jaren pleegt te worden afgeschreven;
lang-afschrijfbare bedrijfsmiddelen: bedrijfsmiddelen waarop in meer dan tien jaren pleegt te worden afgeschreven.
Het besluit is onderverdeeld in de rubrieken:
Vorming van de HIR
Afboeking van de HIR
Boekwaarde-eis
Eenzelfde economische functie
Overheidsingrijpen
Overige onderwerpen