Home

Besluit voorkoming verontreiniging door schepen

Geldig vanaf 1 juni 2022
Geldig vanaf 1 juni 2022

Besluit voorkoming verontreiniging door schepen

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 01-06-2022]

Aanhef

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 23 augustus 2006, nr. HDJZ/SCH/2006-1285, Hoofddirectie Juridische Zaken, gedaan mede namens de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

Gelet op het op 2 november 1973 te Londen totstandgekomen Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen (Trb. 1975, 147) met het op 17 februari 1978 te Londen totstandgekomen Protocol bij dat Verdrag (Trb. 1978, 188), op Bijlage IV van het op 4 oktober 1991 te Madrid totstandgekomen Protocol betreffende milieubescherming bij het Verdrag inzake Antarctica (Trb. 1992, 110), het op 5 oktober 2001 te Londen totstandgekomen Internationaal Verdrag inzake de beperking van schadelijke aangroeiwerende verfsystemen op schepen (Trb. 2004, 44), richtlijn nr. 2000/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 november 2000 betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen (PbEG L 332), richtlijn nr. 2005/33/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 6 juli 2005 tot wijziging van richtlijn 1999/32/EG wat het zwavelgehalte van scheepsbrandstoffen betreft (PbEU L 191), en de artikelen 1, 2, 4, 5, 6, 7, 8, 8a, 9, 10, 11, 12c, 12e, 21, 23, en 38 van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen;

De Raad van State gehoord (advies van 12 oktober 2006, nr. W09.06.0362/V);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 5 december 2006, nr. HDJZ/SCH/2006-1806, Hoofddirectie Juridische Zaken, uitgebracht mede namens de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

1.

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  1. a.
  2. b.

    olietankschip: een olietankschip als bedoeld in voorschrift 1 van Bijlage I van het Verdrag;

  3. c.

    passagiersschip: schip als bedoeld in voorschrift 1 van Bijlage IV van het Verdrag.

  4. d.

    schadelijke vloeistof: een schadelijke vloeistof als bedoeld in voorschrift 1 van Bijlage II van het Verdrag;

  5. e.

    schadelijke stoffen in verpakte vorm: schadelijke stoffen als bedoeld in voorschrift 1 van Bijlage III van het Verdrag, in verpakte vorm als bedoeld in dat voorschrift, met uitzondering van schadelijke stoffen in verpakte vorm, bestemd voor eigen scheepsgebruik of behorend tot de eigen scheepsuitrusting;

  6. f.

    sanitair afval: sanitair afval als bedoeld in voorschrift 1 van Bijlage IV van het Verdrag met uitzondering van spoelwater afkomstig uit ruimten waar zich huisdieren bevinden;

  7. g.

    Antarctisch gebied: gebied ten zuiden van 60° zuiderbreedte;

  8. h.

    uitstoot: emissie als bedoeld in voorschrift 2 van Bijlage VI van het Verdrag;

  9. i.

    GT: de maateenheid bruto-tonnage waarin de totale inhoud van een schip, vastgesteld overeenkomstig het op 23 juni 1969 te Londen totstandgekomen Verdrag betreffende de meting van schepen (Trb. 1970, 122), wordt uitgedrukt;

  10. j.

    lengte: de overeenkomstig het verdrag, genoemd in onderdeel h, vastgestelde lengte van een schip;

  11. k.

    internationale reis: een reis tussen twee verschillende landen, waarbij een gebied voor welks buitenlandse betrekkingen een buiten dat gebied zetelende regering verantwoordelijk is of waarvan de Verenigde Naties het besturend lichaam zijn, mede als een afzonderlijk land wordt aangemerkt;

  12. l.

    AFS-verdrag: het op 5 oktober 2001 te Londen totstandgekomen Internationaal Verdrag inzake de beperking van schadelijke aangroeiwerende verfsystemen op schepen (Trb. 2004, 44);

  13. m.

    IMO: de Internationale Maritieme Organisatie van de Verenigde Naties;

  14. n.

    Mariene Milieucommissie: de gelijknamige commissie van de IMO;

  15. o.

    BCH-Code: de bij resolutie MEPC.20(22) van de Mariene Milieucommissie aangenomen Code voor de bouw en uitrusting van schepen die gevaarlijke chemicaliën in bulk vervoeren (Bulk Chemical Code);

  16. p.

    IBC-Code: de bij resolutie MEPC.19(22) van de Mariene Milieucommissie aangenomen Internationale Code voor de bouw en uitrusting van schepen die gevaarlijke chemicaliën in bulk vervoeren (International Bulk Chemical Code);

  17. q.

    NOx-Code: de Technische Code inzake de beheersing van de emissie van stikstofoxiden door scheepsdieselmotoren (Technical Code on Control of Emission of Nitrogen Oxides from Marine Diesel Engines, Trb. 2005, 30), aangenomen als bijlage bij resolutie 2 bij het Protocol van 1997 tot wijziging van het Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, 1973, zoals gewijzigd bij het Protocol van 1978, met Bijlage (Trb. 1999, 169);

  18. q.

    Ballastwaterverdrag: het op 13 februari 2004 te Londen tot stand gekomen Internationaal Verdrag voor de controle en het beheer van ballastwater en sedimenten van schepen (Trb. 2005, 44);

  19. r.

    ballastwater: water dat aan boord genomen wordt teneinde de trim, helling, diepgang, stabiliteit van of krachten op het schip te beheersen;

  20. s.

    Scheepsrecyclingsverdrag: het op 15 mei 2009 te Hongkong tot stand gekomen Internationaal verdrag voor het veilig en milieuvriendelijk recyclen van schepen (Trb. 2010, 227 en 2017, 29).

2.

Voor de toepassing van de op grond van dit besluit toepasselijke verdragen en Codes wordt in dit besluit en de daarop berustende bepalingen, tenzij bij of krachtens dit besluit anders is bepaald, verstaan onder Administratie: Onze Minister.

3.

Voor de toepassing van dit besluit wordt met een internationale reis gelijkgesteld een trans-Atlantische reis tussen landen van het Koninkrijk of delen daarvan.

4.

Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat voor de toepassing van dit besluit ook reizen tussen landen van het Koninkrijk of delen daarvan binnen Caribisch Nederland met een internationale reis gelijk worden gesteld.

Artikel 1a. Toepassing Bonaire, Sint Eustatius en Saba

1.

Dit besluit is tevens van toepassing op schepen als bedoeld in artikel 2 van de Vaartuigenwet 1930 BES.

2.

Bij ministeriële regeling kunnen de krachtens dit besluit gestelde regels ook van toepassing worden verklaard op schepen als bedoeld in artikel 2 van de Vaartuigenwet 1930 BES.

Artikel 2 [Vervallen per 01-06-2022]

Artikel 3. Aanwijzing verdragen

Artikel 4. Bouwdatum van een schip

Hoofdstuk 2. Eisen aan schepen

Artikel 5. Eisen aan schepen op grond van het MARPOL-verdrag

Artikel 6. Eisen aan schepen op grond van het Antarctica-verdrag

Artikel 7. Eisen aan schepen op grond van het AFS-verdrag

Artikel 7a. Eisen aan schepen op grond van het Ballastwaterverdrag

Artikel 8. Nadere eisen

Artikel 9. Gelijkwaardige voorzieningen

Artikel 10. Ontheffingen

Artikel 11. Toelating van uitrusting

Hoofdstuk 3. Certificaten en onderzoeken

§ 1. Certificaten

Artikel 12. Certificaten op grond van het MARPOL-verdrag

Artikel 13. Certificaten op grond van het AFS-verdrag

Artikel 13a. Certificaten op grond van het Ballastwaterverdrag

Artikel 14. Bij certificaten behorende rapporten, aanhangsels e.d.

Artikel 15. Overige certificaten en verklaringen

§ 2. Onderzoeken

Artikel 16. Onderzoeken in verband met MARPOL-certificaten

Artikel 17. Onderzoeken in verband met het AFS-certificaat

Artikel 17a. Onderzoeken in verband met het Ballastwaterbeheercertificaat

Artikel 18. Tijdstippen van onderzoek

Artikel 19. Aantekening van onderzoeken

Artikel 20. Overige onderzoeken

Artikel 21. Bevoegdheid aangewezen natuurlijke personen of rechtspersonen

Artikel 22. Handhaving toestand na onderzoek

§ 3. Geldigheid van certificaten

Artikel 23. Geldigheidsduur van certificaten

Artikel 24. Vernieuwing van certificaten

Artikel 25. Bijzondere verlengingen van de geldigheidsduur

Artikel 26. Nadere regels

Artikel 27. Verval en intrekking van certificaten

Artikel 28. Herstel van vervallen certificaten

Hoofdstuk 4. Lozing en overige gedragingen

Artikel 29. Verboden lozingen onder het MARPOL-verdrag

Artikel 30. Verboden lozingen onder het Antarctica-verdrag

Artikel 31. Overige verboden gedragingen onder het MARPOL-verdrag

Artikel 31a

Artikel 32. Nadere regels

Hoofdstuk 5. Operationele voorschriften

Artikel 33. Vervoer

Artikel 33a

Artikel 34. Verplichtingen van de kapitein

Artikel 34a. Voorwassen van ladingtanks

Artikel 35

Artikel 36. Bijhouden journaals

Artikel 36a. Bijhouden ballastwaterjournaal

Artikel 37. Wijze van handelen bij schade

Artikel 38. Nadere regels

Hoofdstuk 6. Losplaatsvoorzieningen

Artikel 39. Losplaatsvoorzieningen

Artikel 40. Nadere regels

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Artikel 41. Bekendmaking van Codes

Artikel 42. Wijzigingen van verdragen en Codes

Artikel 43. Overgangsbepalingen

Artikel 44. Wijziging Besluit havenontvangstvoorzieningen

Artikel 45. Intrekking regelgeving

Artikel 46. Inwerkingtreding

Artikel 47. Citeertitel