Ga verder naar content

Inkomstenbelasting, termijn waarbinnen partners de toerekening van gemeenschappelijke inkomensbestanddelen en bestanddelen van de rendementsgrondslag kunnen wijzigen

Geldig van 5 augustus 2007 tot 4 januari 2008
Geldig van 5 augustus 2007 tot 4 januari 2008

Inkomstenbelasting, termijn waarbinnen partners de toerekening van gemeenschappelijke inkomensbestanddelen en bestanddelen van de rendementsgrondslag kunnen wijzigen

Besluit CPP2007/583M

Opvolgende besluiten
CPP2007/2793M
Versies van huidig besluit

Opschrift


[Regeling ingetrokken per 04-01-2008]

Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, Sector Brieven & Beleidsbesluiten
De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.
Dit besluit bevat een goedkeuring waarmee fiscale partners de toerekening van gemeenschappelijke inkomensbestanddelen en bestanddelen van de rendementsgrondslag in afwijking van artikel 2.17, vierde lid, van de WetIB2001 nog kunnen wijzigen.
Deze problematiek komt ook aan de orde in het besluit van 1 februari 2006, nr. CPP2006/195M, vraag 2.13. Het besluit van 1 februari 2006 wordt op korte termijn geactualiseerd, waarbij de genoemde vraag zal worden aangepast. Tot die tijd heeft het antwoord op vraag 2.13 zijn belang verloren.

1. Inleiding

De belastingplichtige en zijn partner kunnen de in de aangifte inkomstenbelasting opgenomen toerekening van hun gemeenschappelijke inkomensbestanddelen en bestanddelen van de rendementsgrondslag gezamenlijk wijzigen. De termijn waarbinnen dit kan, is begrensd tot het moment waarop de aanslag van één van beide partners onherroepelijk vaststaat (artikel 2.17, vierde lid, Wet IB 2001). De begrenzing van deze termijn is in de wet opgenomen voor de uitvoerbaarheid van de regeling. In de praktijk kan dit problemen opleveren als de inspecteur de aanslagen van de partners niet tegelijkertijd vaststelt. Het kan dan gebeuren dat de aanslag van de ene partner al onherroepelijk vaststaat op het moment dat die van de ander wordt opgelegd. Dit leidt tot problemen als de inspecteur de aanslag van die andere partner niet conform de ingediende aangifte vaststelt. Als gevolg van de aangebrachte correcties kan een wijziging in de toerekening dan gewenst zijn. Hetzelfde probleem kan optreden als aan een van de partners een navorderingsaanslag wordt opgelegd of als de aanslag van een van de partners wordt verminderd. Maar ook los van niet conform de ingediende aangifte vastgestelde aanslagen, navorderingsaanslagen of verminderingen kan, nadat één van beide aanslagen onherroepelijk vaststaat, blijken dat de gekozen verdeling fiscaal gezien niet de meest gunstige is.

Bovenstaand probleem doet zich met name voor bij aanslagen over de kalenderjaren vanaf 2005. Bij de aanslagregeling over 2001 tot en met 2004 was het geautomatiseerde proces van de Belastingdienst zo ingericht dat de aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen van fiscale partners zoveel mogelijk gelijktijdig werden opgelegd. Door een wijziging in het geautomatiseerde proces is dat voor de aanslagen over de kalenderjaren vanaf 2005 niet meer het geval. Deze wijziging heeft overigens tot gevolg dat belastingplichtigen hun definitieve aanslag eerder ontvangen.

2. Goedkeuring

3. Inwerkingtreding