Ga verder naar content

Uitvoeringsregeling Registratiewet 1970

Geldig vanaf 30 april 2021

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 30-04-2021 tot 01-01-2022]

Aanhef

De Staatssecretaris van Financiën,

Handelende na overleg met de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie;

Gelet op de artikelen 1, 3, 6, 7, 7a, 8 en 13 van de Registratiewet 1970, artikel 6 van de Wet op het centraal testamentenregister en artikel 18 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Definitiebepalingen

Artikel 1

Deze regeling verstaat onder:

  1. de wet: de Registratiewet 1970;

  2. de inspecteur: de algemeen directeuren van de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdelen a en c, en de directeur van het organisatieonderdeel, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003;

  3. de inspectie: het organisatieonderdeel, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdelen a of b, van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003;

  4. het register: het register, bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel a, van de wet;

  5. het repertorium: het repertorium, bedoeld in artikel 7 van de wet;

  6. elektronisch afschrift: in digitale vorm uitgegeven afschrift in de zin van artikel 49, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op het notarisambt dat is voorzien van een gekwalificeerde elektronische handtekening van de notaris die voldoet aan de daaraan bij of krachtens Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG (PbEU 2014, L 257) gestelde eisen en aan de daartoe door de KNB, in overeenstemming met de Belastingdienst, opgestelde richtlijnen;

  7. renvooien: de bijvoegingen, veranderingen en doorhalingen, die op de kant of aan de voet van de akte zijn vermeld, mits daarbij de plaats in de akte is aangegeven waarop zij betrekking hebben;

  8. elektronische kopie: elektronische kopie als bedoeld in artikel 4, derde lid, van de wet die is voorzien van een gekwalificeerde elektronische handtekening van de notaris die voldoet aan de daaraan bij of krachtens Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG (PbEU 2014, L 257) gestelde eisen en aan de daartoe door de KNB, in overeenstemming met de Belastingdienst, opgestelde richtlijnen;

  9. elektronische kopie van een annex: elektronische kopie van een aan een notariële akte gehecht stuk als bedoeld in artikel 7b van de wet.

Hoofdstuk 2. Registratie van notariële akten langs elektronische weg bij de KNB

Artikel 2

Artikel 3

Artikel 4

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 8

Artikel 9

Hoofdstuk 3. De registratie van onderhandse akten bij de Belastingdienst

Artikel 10

Artikel 11

Artikel 12

Artikel 13

Artikel 14

Artikel 15

Artikel 16

Artikel 17

Artikel 18

Hoofdstuk 4. Overige bepalingen

Artikel 19

Artikel 20

Artikel 21

Artikel 22

Artikel 23

Artikel 24

Artikel 25

Bijlage A [Vervallen per 01-01-2018]