Ga verder naar content

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname inzake de export en handhaving van sociale-verzekeringsuitkeringen

Geldig vanaf 1 november 2002
Geldig vanaf 1 november 2002

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname inzake de export en handhaving van sociale-verzekeringsuitkeringen

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 01-11-2002]

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname inzake de export en handhaving van sociale-verzekeringsuitkeringen

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname inzake de export en handhaving van sociale-verzekeringsuitkeringen

Preambule

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Republiek Suriname,

Hierna te noemen de Verdragsluitende Partijen,

Wensend de export van Nederlandse sociale-verzekeringsuitkeringen naar Suriname mogelijk te maken,

Wensend de samenwerking tussen de beide landen te regelen teneinde de rechtmatige uitvoering van de Nederlandse sociale verzekeringen te bevorderen,

zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Begripsbepalingen

1.

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

  1. „wetgeving": de in artikel 2 bedoelde wet- en regelgeving;

  2. „bevoegd gezag": met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van Nederland; met betrekking tot de Republiek Suriname de Minister van Sociale Zaken en Volkshuisvesting;

  3. „bevoegd orgaan": voor de uitvoering van de wetgeving vermeld in artikel 2, onderdelen a, b en c: het Landelijk instituut sociale verzekeringen, per adres Gak Nederland bv, en voor de uitvoering van de wetgeving vermeld in artikel 2, onderdelen d, e en f: de Sociale Verzekeringsbank, dan wel de rechtsopvolger van de genoemde organen;

  4. „uitkering": iedere uitkering in geld ingevolge de wetgeving;

  5. „uitkeringsgerechtigde": iedere aanvrager van of gerechtigde op een uitkering;

  6. „gezinslid": iedere persoon ten behoeve van wie recht op uitkering kan bestaan.

2.

Elke term die niet in het Verdrag is omschreven heeft de betekenis die daaraan wordt gegeven in de wetgeving die wordt toegepast.

Artikel 2. Materiële werkingssfeer

Artikel 3. Personele werkingssfeer

Artikel 4. Export van uitkeringen

Artikel 5. Verificatie van aanvragen en betalingen

Artikel 6. Identificatie

Artikel 7. Medische controle

Artikel 8. Weigering, schorsing, intrekking

Artikel 9. Uitsluiting van aansprakelijkheid

Artikel 10. Erkenning van beslissingen en uitspraken

Artikel 11. Verrekening

Artikel 12. Gegevensbescherming

Artikel 13. Geschillenbeslechting

Artikel 14. Inwerkingtreding

Artikel 15. Territoriale toepassing

Artikel 16. Beëindiging