Ga verder naar content

Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Argentinië

Geldig vanaf 1 augustus 2006

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 01-08-2006]

Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Argentinië

Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Argentinië

Preambule

Het Koninkrijk der Nederlanden,

en

de Republiek Argentinië,

hierna te noemen de „Verdragsluitende Partijen"

wensend de wederkerige export van socialezekerheidsuitkeringen tussen de twee landen mogelijk te maken,

wensend de samenwerking tussen de beide staten te regelen teneinde de rechtmatige uitvoering van hun wetgeving in elkaars land te garanderen,

zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Begripsbepalingen

1.

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

  1. „grondgebied" betekent met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden: het grondgebied van het Koninkrijk in Europa; met betrekking tot de Republiek Argentinië het grondgebied in Argentinië;

  2. „wetgeving" betekent de wetgeving die betrekking heeft op de in artikel 2 genoemde takken van sociale zekerheid;

  3. „bevoegde autoriteit" betekent met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van Nederland; met betrekking tot de Republiek Argentinië: de Minister van Arbeid, Werkgelegenheid en Sociale Zekerheid;

  4. „bevoegd orgaan" betekent met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden voor wat betreft de takken van sociale verzekeringen genoemd onder artikel 2, eerste lid, onderdelen a, b en c: het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen of elk lichaam bevoegd om de functies uit te oefenen die thans door eerdergenoemd orgaan worden uitgeoefend, en voor wat betreft de takken van sociale verzekeringen genoemd onder artikel 2, eerste lid, onderdelen d, e en f: de Sociale Verzekeringsbank; met betrekking tot de Republiek Argentinië betekent dit de Nationale Administratie van Sociale Zekerheid (ANSES), de nationale, provinciale, gemeentelijke en beroepsmatige instituten en organisaties of de Administratie van Fondsen van Pensioenen en Uitkeringen (AFJP), bevoegd volgens de toepasselijke wetgeving;

  5. „autoriteit" betekent elke organisatie die betrokken is bij de uitvoering van dit Verdrag, met inbegrip van onder meer de bevolkingsregisters, de belastingdienst, de burgerlijke stand administraties, de arbeidsbureaus, de scholen en andere onderwijsinstituten, de handelsregisters, de politie, het gevangeniswezen en de immigratiekantoren;

  6. „uitkering" betekent elke in geld uitgekeerde vergoeding ingevolge de wetgeving genoemd in artikel 2;

  7. „uitkeringsgerechtigde" betekent iedere persoon die aanspraak maakt of recht heeft op een uitkering;

  8. „gezinslid of rechthebbende" betekent een persoon die als zodanig wordt omschreven of aangemerkt in de toepasselijke wetgeving.

2.

Alle andere termen of uitdrukkingen die in dit Verdrag worden gebruikt hebben de betekenis die in de toegepaste wetgeving wordt gegeven.

Artikel 2. Materiële werkingssfeer

Artikel 3. Personele werkingssfeer

Artikel 4. Export van uitkeringen

Artikel 5. Identificatie

Artikel 6. Verificatie van het recht op het ontvangen van uitkeringen en van de rechtmatigheid van betalingen

Artikel 7. Medische onderzoeken

Artikel 8. Terugvordering van te veel betaalde bedragen en administratieve boeten

Artikel 9. Inning van premies en administratieve boeten

Artikel 10. Weigering, opschorting en intrekking van uitkeringen

Artikel 11. Uitvoering van het Verdrag

Artikel 12. Geschillenbeslechting

Artikel 13. Inwerkingtreding van dit Verdrag en unilaterale verklaring van het Koninkrijk der Nederlanden

Artikel 14. Toepassing van het Verdrag

Artikel 15. Geldigheidsduur van het Verdrag