Ga verder naar content

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Bulgarije inzake de export van socialezekerheidsuitkeringen

Geldig vanaf 1 mei 2006

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 01-05-2006]

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Bulgarije inzake de export van socialezekerheidsuitkeringen

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Bulgarije inzake de export van socialezekerheidsuitkeringen

Preambule

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Republiek Bulgarije,

Hierna te noemen de Verdragsluitende Partijen,

Geleid door de wens betrekkingen op het gebied van sociale zekerheid tot stand te brengen;

Geleid door de wens de samenwerking tussen de twee staten ter waarborging van de handhaving van de wetgeving van het ene land inzake de export van socialezekerheidsuitkeringen in het andere land te regelen;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

1.

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt onder de volgende termen verstaan:

  1. „grondgebied":

    met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden: het grondgebied van het Koninkrijk in Europa;

    met betrekking tot de Republiek Bulgarije: het grondgebied van de Republiek Bulgarije;

  2. „wetgeving":

    de wetten en voorschriften met betrekking tot de takken van sociale zekerheid genoemd in artikel 2;

  3. „bevoegde autoriteit":

    in het geval van het Koninkrijk der Nederlanden, de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van Nederland;

    in het geval van de Republiek Bulgarije, de minister van Arbeid en Sociaal Beleid;

  4. „bevoegd orgaan":

    met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden betreffende de takken van sociale zekerheid bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder 1.1, 1.2 en 1.3: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen; betreffende de takken van sociale zekerheid bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder 1.4, 1.5 en 1.6: de Sociale verzekeringsbank; met betrekking tot de Republiek Bulgarije het Nationaal Instituut voor Sociale Zekerheid;

    of elke organisatie bevoegd tot het uitvoeren van een taak die momenteel wordt uitgevoerd door voornoemde organen;

  5. „uitkering": elke uitkering of elk pensioen uit hoofde van de wetgeving van een van de Verdragsluitende Partijen;

  6. „uitkeringsgerechtigde": een persoon die een uitkering aanvraagt of recht heeft op een uitkering;

  7. „gezinslid": een persoon omschreven of als zodanig erkend door de wetgeving van een van de Verdragsluitende Partijen;

  8. „wonen": gewoonlijk wonen;

  9. „verblijven": tijdelijk verblijven;

  10. „informatie": gegevens met betrekking tot identiteit, adres, gezinssituatie, werk, opleiding, inkomen uit werk of socialezekerheidsuitkeringen, gezondheidstoestand, overlijden en hechtenis of andere gegevens die relevant zijn voor de uitvoering van dit Verdrag;

  11. „instantie": diensten verantwoordelijk voor bevolkingsregisters, geboorte-, overlijdens-, huwelijks- en handelsregisters, belastingautoriteiten, arbeidsbureaus, scholen en andere onderwijsinstellingen, politie, gevangeniswezen, immigratiediensten of elke andere organisatie die verantwoordelijk is voor de desbetreffende informatie.

2.

Andere in dit Verdrag gebruikte termen hebben de betekenis die daaraan in de toegepaste wetgeving wordt gegeven.

Artikel 2. Materiële werkingssfeer

Artikel 3. Personele werkingssfeer

Artikel 4. Export van uitkeringen

Artikel 5. Identificatie

Artikel 6. Verificatie van aanvragen en betalingen

Artikel 7. Medisch onderzoek

Artikel 8. Erkenning van beslissingen en uitspraken

Artikel 9. Terugvordering van onverschuldigde betalingen en administratieve boetes

Artikel 10. Bescherming van gegevens

Artikel 11. Uitvoering van het Verdrag

Artikel 12. Taal

Artikel 13. Regeling van geschillen

Artikel 14. Inwerkingtreding

Artikel 15. Territoriale toepassing

Artikel 16. Beëindiging