Ga verder naar content

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Finland tot het vermijden van dubbele belasting en tot het vaststellen van regelen voor wederzijdse administratieve hulp met betrekking tot rechten ter zake van nalatenschappen

Geldig vanaf 23 december 1955
Geldig vanaf 23 december 1955

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Finland tot het vermijden van dubbele belasting en tot het vaststellen van regelen voor wederzijdse administratieve hulp met betrekking tot rechten ter zake van nalatenschappen

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 23-12-1955]

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Finland tot het vermijden van dubbele belasting en tot het vaststellen van regelen voor wederzijdse administratieve hulp met betrekking tot rechten terzake van nalatenschappen

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Finland tot het vermijden van dubbele belasting en tot het vaststellen van regelen voor wederzijdse administratieve hulp met betrekking tot rechten terzake van nalatenschappen

Preambule

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden en de President van de Republiek Finland,

Bezield door de wens, dubbele belasting zoveel mogelijk te vermijden en regelen voor wederzijdse administratieve hulp vast te stellen met betrekking tot rechten terzake van nalatenschappen,

hebben besloten te dien einde een Verdrag te sluiten, en hebben tot Hun gevolmachtigden benoemd: te weten:

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden:

Haar Tijdelijk Zaakgelastigde te Helsinki de Heer Carel G. Verdonck Huffnagel

De President van de Republiek Finland:

de Minister van Buitenlandse Zaken de Heer Ralf Törngren

Die, na hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten te hebben overgelegd, zijn overeengekomen als volgt:

Artikel 1

§ 1.

De rechten, welke het onderwerp van dit Verdrag vormen, zijn

  1. (a)

    Voor zoveel Finland betreft: de nalatenschapsbelasting, de gemeentelijke belasting op nalatenschappen, legaten, of vermakingen, en de „bijdrage voor de armen”.

  2. (b)

    Voor zoveel Nederland betreft: het successierecht en het recht van overgang bij overlijden.

§ 2.

Dit Verdrag is ook van toepassing op alle andere rechten terzake van overlijden, geheven in Nederland of Finland, na de tekening van dit Verdrag, wegens overgang van vermogen door overlijden, onverschillig of zulke rechten worden geheven over de gehele nalatenschap dan wel over het deel, dat aan iedere erfgenaam of legataris opkomt.

§ 3.

Ingeval de belastingwetten in een van de Staten enigszins belangrijk worden gewijzigd, zal de bevoegde autoriteit van deze Staat de wijziging ter kennis van de bevoegde autoriteit in de andere Staat brengen, opdat in dit Verdrag die veranderingen worden aangebracht of aan het Verdrag die uitlegging of toepassing wordt gegeven, welke noodzakelijk mogen worden geacht.

§ 4.

Dit Verdrag heeft betrekking op rechten terzake van overlijden, van toepassing op de nalatenschap van overledenen, die bij hun overlijden in Nederland of in Finland hun woonplaats hadden.

De woonplaats van een persoon, bij zijn overlijden, is de plaats, waar hij toen zijn duurzaam verblijf had met de duidelijke bedoeling het te behouden. Indien de overledene, bij zijn overlijden, geacht kon worden woonplaats in beide Staten te hebben, wordt hij beschouwd zijn woonplaats gehad te hebben in die van de Staten, in welke het middelpunt van zijn persoonlijke en economische belangen was gelegen. Indien zijn woonplaats volgens deze regel niet kan worden bepaald, zullen de bevoegde autoriteiten van beide Staten een overeenkomst treffen met betrekking tot elk bijzonder geval.

Diplomatieke en consulaire ambtenaren, uitgezonden door een van de Staten en bij hun overlijden geaccrediteerd bij de andere Staat worden geacht op dat tijdstip hun woonplaats in de eerste Staat gehad te hebben, indien zij toen volgens de nationale wet van de eerste Staat, aldaar hun woonplaats hadden.

§ 5.

Voor zoveel Nederland betreft, is dit Verdrag slechts van toepassing op het Koninkrijk der Nederlanden in Europa.

§ 6.

Zoals gebezigd in dit Verdrag betekent de uitdrukking „Staat”, onderscheidenlijk „Staten” het Koninkrijk der Nederlanden of de Republiek Finland, onderscheidenlijk het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Finland.

Artikel 2

Artikel 3

Artikel 4

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 8

Artikel 9

Artikel 10

Artikel 11

Artikel 12

Artikel 13

Artikel 14

Artikel 15

Artikel 16

Artikel 17

Protocol

Preambule

Ad Artikel 9