Ga verder naar content

Verdrag tusssen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Zweden tot het vermijden van dubbele belasting en het vaststellen van regelen voor wederzijdse administratieve hulp met betrekking tot rechten terzake van nalatenschappen

Geldig vanaf 5 februari 1953

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 05-02-1953]

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Zweden tot het vermijden van dubbele belasting en het vaststellen van regelen voor wederzijdse administratieve hulp met betrekking tot rechten terzake van nalatenschappen

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Zweden tot het vermijden van dubbele belasting en het vaststellen van regelen voor wederzijdse administratieve hulp met betrekking tot rechten terzake van nalatenschappen

Preambule

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden en Zijne Majesteit de Koning van Zweden,

Bezield door de wens, zoveel mogelijk dubbele belasting te vermijden en regels voor wederzijdse administratieve hulp vast te stellen met betrekking tot rechten terzake van nalatenschappen,

Hebben besloten te dien einde een Verdrag te sluiten,

En hebben tot Hun gevolmachtigden benoemd, te weten:

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden

De Heer W. A. A. M. Daniels, Hoogstderzelver buitengewoon Gezant en gevolmachtigd Minister te Stockholm,

Zijne Majesteit de Koning van Zweden

Zijn Minister van Buitenlandse Zaken

Zijne Excellentie Östen Undén,

Die, na elkander hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten te hebben overgelegd, zijn overeengekomen als volgt:

Artikel 1

§ 1.

De rechten, welke het onderwerp van dit Verdrag vormen, zijn

  1. (a)

    in Zweden: het successierecht en het nalatenschapsrecht bij overlijden;

  2. (b)

    in Nederland: het successierecht en het recht van overgang bij overlijden.

§ 2.

Dit Verdrag zal ook van toepassing zijn op alle andere rechten terzake van overlijden, geheven in Zweden of Nederland, na de tekening van dit Verdrag, wegens overgang van vermogen door overlijden, onverschillig of zulke rechten worden geheven over de gehele nalatenschap dan wel over het deel, dat aan iedere erfgenaam of legataris opkomt.

§ 3.

Dit Verdrag heeft betrekking op rechten terzake van overlijden, van toepassing op de nalatenschap van overledenen, die bij hun overlijden Zweedse onderdanen waren, of wel Nederlanders of Nederlandse onderdanen, die in Nederland hun woonplaats hadden.

§ 4.

Voor zoveel Nederland betreft, is dit Verdrag slechts van toepassing op het Koninkrijk der Nederlanden in Europa.

Artikel 2

Artikel 3

Artikel 4

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 8

Artikel 9

Artikel 10

Artikel 11

Artikel 12

Artikel 13

Artikel 14

Artikel 15

Artikel 16

Artikel 17

Artikel 18

Protocol

Preambule

ad Artikel 2