Bij deze verordening worden eisen inzake ecologisch ontwerp vastgesteld voor het in de handel brengen en in werking stellen van huishoudelijke ovens (inclusief wanneer die zijn geïntegreerd in fornuizen), huishoudelijke kookplaten en huishoudelijke elektrische afzuigkappen, ook wanneer die voor niet-huishoudelijke toepassingen worden verkocht.
Verordening (EU) n r. 66/2014 van de Commissie van 14 januari 2014 tot uitvoering van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad wat eisen inzake ecologisch ontwerp voor huishoudelijke ovens, kookplaten en afzuigkappen betreft (Voor de EER relevante tekst)
Verordening (EU) n r. 66/2014 van de Commissie van 14 januari 2014 tot uitvoering van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad wat eisen inzake ecologisch ontwerp voor huishoudelijke ovens, kookplaten en afzuigkappen betreft (Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten(1), en met name artikel 15, lid 1,
Na raadpleging van het in artikel 18 van Richtlijn 2009/125/EG bedoelde Overlegforum,
Overwegende hetgeen volgt:
Krachtens Richtlijn 2009/125/EG moet de Commissie eisen inzake ecologisch ontwerp vaststellen voor energiegerelateerde producten met een significant omzet- en handelsvolume, een significant milieueffect en een significant potentieel voor verbetering met betrekking tot het milieueffect, zonder dat dit buitensporige kosten meebrengt.
Krachtens artikel 16, lid 2, onder a), van Richtlijn 2009/125/EG moet de Commissie overeenkomstig de procedure van artikel 19, lid 3, en de criteria van artikel 15, lid 2, en na raadpleging van het Overlegforum, in voorkomend geval uitvoeringsmaatregelen vaststellen, te beginnen bij die producten welke een grote bijdrage kunnen leveren tot de kosteneffectieve beperking van broeikasgasemissies, zoals huishoudelijke toestellen, waaronder ovens, kookplaten en afzuigkappen.
De Commissie heeft een voorbereidende studie verricht waarin zij de technische, milieutechnische en economische aspecten van huishoudelijke kooktoestellen, zoals ovens, kookplaten en afzuigkappen heeft onderzocht. De studie is verricht in samenwerking met de belanghebbenden en de betrokken partijen uit de Unie en derde landen en de bevindingen ervan zijn openbaar gemaakt.
De voornaamste milieuaspecten van de producten in kwestie die voor de toepassing van deze verordening als significant worden beschouwd, zijn het energieverbruik tijdens de gebruiksfase.
De stand-by- en uit-standfuncties kunnen verantwoordelijk zijn voor een groot deel van het totale elektriciteitsverbruik van huishoudelijke kooktoestellen zoals ovens, kookplaten en afzuigkappen. Voor dergelijke toestellen maakt het elektriciteitsverbruik van deze functies deel uit van de minimale energieprestatie-eisen. De stand-by- en uit-stand-eisen voor huishoudelijke ovens en kookplaten zijn vastgesteld op basis van de eisen voor ecologisch ontwerp van Verordening (EG) nr. 1275/2008 van de Commissie van 17 december 2008 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Richtlijn 2005/32/EG van het Europees Parlement en de Raad, wat betreft voorschriften inzake ecologisch ontwerp voor het elektriciteitsverbruik van elektrische en elektronische huishoud- en kantoorapparatuur in de stand-by-stand en de uit-stand(2).
Het jaarlijkse energieverbruik van huishoudelijke ovens, kookplaten en afzuigkappen is geraamd op 755 PJ (verbruik van primaire energie) in de EU in 2010. Wanneer er geen specifieke maatregelen worden genomen, wordt verwacht dat dit jaarlijkse elektriciteitsverbruik zal stijgen tot 779 PJ in 2020. Uit de voorbereidende studie blijkt dat het elektriciteitsverbruik van producten die onder deze verordening vallen, sterk kan worden teruggedrongen.
Naar verwachting zullen de in deze verordening neergelegde eisen inzake ecologisch ontwerp, in combinatie met de etiketteringseisen als vastgesteld in Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 65/2014 van de Commissie(3), resulteren in een jaarlijkse primaire-energiebesparing van 27 PJ/jaar in 2020, wat zou oplopen tot 60 PJ/jaar in 2030.
Uit de voorbereidende studie blijkt dat er geen eisen met betrekking tot andere parameters inzake ecologisch ontwerp, als genoemd in deel 1, punt 1.3, van bijlage I bij Richtlijn 2009/125/EG, vereist zijn aangezien het elektriciteits- en gasverbruik van huishoudelijke kookapparatuur zoals ovens, kookplaten en afzuigkappen in de gebruiksfase het belangrijkste milieuaspect is.
De efficiëntie van het elektriciteitsverbruik van producten die onder deze verordening vallen, moet worden verbeterd door bestaande, niet aan eigendomsrechten gebonden kosteneffectieve technologieën toe te passen die de gecombineerde kosten van de aankoop en het gebruik van deze producten doen dalen.
De eisen inzake ecologisch ontwerp mogen uit het oogpunt van de eindgebruiker geen negatieve invloed hebben op de goede werking van het product en mogen geen schadelijke gevolgen hebben voor de gezondheid, de veiligheid en het milieu. De voordelen van het beperken van het elektriciteitsverbruik tijdens het gebruik moeten ruimschoots opwegen tegen het mogelijk grotere milieueffect tijdens de productiefase en op het tijdstip dat het product wordt verwijderd.
De eisen inzake ecologisch ontwerp moeten geleidelijk in drie fasen worden ingevoerd, zodat fabrikanten voldoende tijd krijgen om het ontwerp van de onder deze verordening vallende producten te herzien. Het tijdschema dient zodanig te zijn dat negatieve effecten op de goede werking van reeds in de handel gebrachte producten worden voorkomen en dat rekening wordt gehouden met kosteneffecten voor eindgebruikers en fabrikanten, met name het midden- en kleinbedrijf, terwijl tevens wordt gegarandeerd dat de doelstellingen van deze verordening tijdig worden verwezenlijkt.
De productparameters moeten worden gemeten en berekend met gebruikmaking van betrouwbare, nauwkeurige en reproduceerbare methoden die beantwoorden aan de erkende stand van de techniek voor meet- en rekenmethoden, met inbegrip van, voor zover beschikbaar, geharmoniseerde normen die door Europese normalisatie-instellingen zijn opgesteld, zoals opgesomd in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende Europese normalisatie(4).
Overeenkomstig artikel 8 van Richtlijn 2009/125/EG moeten in deze verordening passende procedures voor overeenstemmingsbeoordeling worden gespecificeerd.
Om controles op de naleving te vergemakkelijken, moeten fabrikanten informatie vermelden in de in de bijlagen IV en V bij Richtlijn 2009/125/EG bedoelde technische documentatie, voor zover deze informatie betrekking heeft op de eisen van deze verordening.
Om een eerlijke mededinging te waarborgen en met het oog op het bereiken van de beoogde energiebesparingen en de accurate voorlichting van consumenten over de energieprestaties van producten, moet bij deze verordening duidelijk worden gemaakt dat de toleranties die zijn voorgeschreven voor de nationale marktbewakingsautoriteiten, wanneer die fysieke tests uitvoeren om vast te stellen of een specifiek model van een energiegerelateerd product in overeenstemming is met deze verordening, niet door de fabrikanten mogen worden gebruikt om ruimte te creëren voor de vermelding van een gunstigere prestatie van het model dan kan worden gerechtvaardigd op basis van de in de technische documentatie aangegeven resultaten van metingen en berekeningen.
Naast de in deze verordening vastgestelde juridisch bindende eisen, moeten indicatieve benchmarks voor de beste op de markt beschikbare toestellen worden vastgesteld om te garanderen dat informatie over de meest relevante milieuaspecten tijdens de levensduur van de onder deze verordening vallende producten op grote schaal beschikbaar en gemakkelijk toegankelijk is.
Het is passend te voorzien in een evaluatie van de bepalingen van deze verordening waarbij rekening wordt gehouden met de vooruitgang van de techniek en waarbij met name wordt gekeken naar de doeltreffendheid en geschiktheid van de aanpak die wordt gevolgd om de energie-efficiëntie van huishoudelijke ovens te bepalen.
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 19, lid 1, van Richtlijn 2009/125/EG ingestelde comité,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1 Doel en toepassingsgebied
Deze verordening is niet van toepassing op:
-
toestellen die andere energiebronnen gebruiken dan elektriciteit of gas;
-
toestellen die beschikken over een functie van verwarming met microgolven;
-
kleine ovens;
-
draagbare ovens;
-
ovens met warmteopslag;
-
ovens die verwarmd worden met stoom als voornaamste verwarmingsfunctie;
-
afgedekte gasbranders in kookplaten;
-
kooktoestellen voor gebruik buitenshuis;
-
toestellen die zijn ontworpen om uitsluitend gebruik te maken van gassen van de „derde familie” (propaan en butaan);
-
grills.
Artikel 2 Definities
In aanvulling op de in artikel 2 van Richtlijn 2009/125/EG vastgestelde definities gelden voor deze verordening de volgende definities:
- 1. „oven” :
- een toestel of een deel van een toestel dat één of meer ovenruimten omvat en dat elektriciteit en/of gas gebruikt, waarin levensmiddelen worden bereid met gebruikmaking van de conventionele modus of de hetelucht-modus;
- 2. „ovenruimte” :
- een afgesloten compartiment waarin de temperatuur kan worden gecontroleerd met het oog op de bereiding van voedsel;
- 3. „oven met meerdere ovenruimten” :
- een oven met twee of meer ovenruimten die elk afzonderlijk worden verwarmd;
- 4. „kleine oven” :
- een oven waarvan alle ovenruimten een breedte en diepte hebben van minder dan 250 mm of een hoogte van minder dan 120 mm;
- 5. „draagbare oven” :
- een oven met een productmassa van minder dan 18 kg, op voorwaarde dat die niet voor inbouw is ontworpen;
- 6. „verwarming met microgolven” :
- de verwarming van voedsel met gebruikmaking van elektromagnetische energie;
- 7. „conventionele modus” :
- de werkingsmodus van een oven waarbij uitsluitend natuurlijke convectie wordt gebruikt voor de circulatie van verwarmde lucht binnen de ovenruimte van de oven;
- 8. „heteluchtmodus” :
- een modus waarbij een ingebouwde ventilator de verwarmde lucht doet circuleren binnen de ovenruimte van de oven;
- 9. „cyclus” :
- de periode van verwarming van een standaardlading in de ovenruimte van een oven onder bepaalde vastgestelde voorwaarden;
- 10. „fornuis” :
- een toestel dat bestaat uit een oven en een kookplaat die gas of elektriciteit gebruiken;
- 11. „werkingsmodus” :
- de status van de oven of de kookplaat tijdens het gebruik ervan;
- 12. „warmtebron” :
- de voornaamste energievorm voor de verwarming van een oven of kookplaat;
- 13. „elektrische kookplaat” :
- een toestel of een deel van een toestel dat één of meer kookzones en/of kookgebieden omvat, een bedieningseenheid inbegrepen, met verwarming door elektriciteit;
- 14. „gaskookplaat” :
- een toestel of een deel van een toestel dat één of meer kookzones omvat, een bedieningseenheid inbegrepen, met verwarming door gasbranders met een minimumvermogen van 1,16 kW;
- 15. „kookplaat” :
- een „elektrische kookplaat”, een „gaskookplaat” of een „combikookplaat”;
- 16. „afgedekte gasbranders” :
- afgesloten of afgedekte gasbranders, bedekt met een afdekplaat bestaande uit versterkt glas of ceramiek, waardoor een glad, naadloos kookoppervlak wordt gevormd;
- 17. „combikookplaat” :
- een toestel met één of meer elektrisch verwarmde kookzones of -gebieden plus één of meer kookzones met verwarming door gasbranders;
- 18. „kookzone” :
- een deel van een kookplaat met een diameter van minimaal 100 mm, waarop kookgerei wordt geplaatst en verwarmd, waarbij niet meer dan één stuk kookgerei tegelijk wordt verwarmd en waarbij de oppervlakte van de kookzone zichtbaar kan zijn gemarkeerd op het oppervlak van de kookplaat;
- 19. „kookgebied” :
- een deel van een gebied van een elektrische kookplaat dat verwarmd wordt via een geïnduceerd magnetisch veld, waarop kookgerei voor verwarmingsdoeleinden wordt geplaatst en waar meer dan één item van kookgerei tegelijk kan worden gebruikt;
- 20. „afzuigkap” :
- een toestel dat wordt aangedreven door een motor die door dat toestel wordt gecontroleerd, dat bedoeld is om vervuilde lucht van boven een kookplaat te verzamelen of dat een downdraftsysteem (een naar beneden afzuigend systeem) omvat, bedoeld voor installatie in de nabijheid van kookblokken, kookplaten en soortgelijke kooktoestellen, dat damp wegzuigt via een interne afvoerkoker;
- 21. „automatische modus gedurende de kookperiode” :
- een conditie waarin de luchtstroom van de afzuigkap gedurende de kookperiode automatisch wordt gecontroleerd door een sensor of door sensoren die de vochtigheid, de temperatuur enz. meet/meten;
- 22. „volledig automatische afzuigkap” :
- een afzuigkap waarin de luchtstroom en/of andere functies automatisch worden gecontroleerd door sensoren gedurende 24 uur, inclusief de kookperiode;
- 23. „beste-efficiëntiepunt” (BEP):
- het werkingspunt van de afzuigkap met maximale hydrodynamische efficiëntie (FDEafzuigkap);
- 24. „gemiddelde verlichting” (Egemiddeld):
- de gemiddelde verlichting van het kookoppervlak door het verlichtingssysteem van de afzuigkap, gemeten in lux;
- 25. „uit-stand” :
- een toestand waarin het toestel is verbonden met het net, maar waarin geen enkele functie actief is, of waarin uitsluitend functionaliteiten worden geleverd die bedoeld zijn om de elektromagnetische compatibiliteit overeenkomstig Richtlijn 2004/108/EG van het Europees Parlement en de Raad(5) te verzekeren;
- 26. „stand-by-stand” :
- een toestand waarin het toestel is verbonden met het net, van energie-input via het net afhankelijk is om als bedoeld te werken en uitsluitend een reactiveringsfunctie biedt, dan wel een reactiveringsfunctie en uitsluitend een indicatie dat de reactiveringsfunctie ingeschakeld is, en/of een informatie- of statusweergave die voor een onbepaalde tijd kan aanhouden;
- 27. „reactiveringsfunctie” :
- een functie die de activering van andere modi, inclusief de actieve modus, vergemakkelijkt via een schakelaar op afstand, inclusief afstandsbediening, interne sensor of timer, met overschakeling naar een toestand die extra functionaliteiten biedt, met inbegrip van de hoofdfunctie;
- 28. „informatie- of statusweergave” :
- een continue functie die informatie verstrekt of de status van het apparaat aangeeft op een scherm, met inbegrip van klokken;
- 29. „eindgebruiker” :
- een consument die een product koopt of voornemens is te kopen;
- 30. „gelijkwaardig model” :
- een model dat in de handel wordt gebracht met dezelfde technische parameters als een ander model dat door dezelfde fabrikant of importeur in de handel wordt gebracht met een verschillend commercieel codenummer.
Artikel 3 Eisen inzake ecologisch ontwerp en tijdschema
De eisen inzake ecologisch ontwerp voor huishoudelijke ovens, kookplaten en afzuigkappen, inclusief het tijdschema daarvoor, zijn samen met het desbetreffende tijdschema opgenomen in bijlage I.
De naleving van de eisen inzake ecologisch ontwerp wordt gemeten en berekend aan de hand van de in bijlage II uiteengezette methoden.
Artikel 4 Overeenstemmingsbeoordeling
De in artikel 8 van Richtlijn 2009/125/EG vastgestelde procedure voor overeenstemmingsbeoordeling bestaat uit de in bijlage IV bij die richtlijn beschreven interne ontwerpcontrole of het in bijlage V bij die richtlijn beschreven beheersysteem.
Voor de toepassing van de overeenstemmingsbeoordeling van artikel 8 van Richtlijn 2009/125/EG moet het technische documentatiedossier een afschrift van de resultaten van de berekeningen overeenkomstig bijlage II bij deze verordening bevatten.
Wanneer de informatie in de technische documentatie voor een bepaald model is verkregen door berekeningen op basis van het ontwerp en/of de extrapolatie van gegevens van andere gelijkwaardige toestellen, dient de technische documentatie nadere bijzonderheden te bevatten over bedoelde berekeningen en/of extrapolaties en over tests die de fabrikant heeft uitgevoerd om de nauwkeurigheid van die berekeningen te controleren. In dergelijke gevallen bevat de technische documentatie ook een lijst van alle andere gelijkwaardige modellen waarover de informatie in de technische documentatie op soortgelijke wijze is verkregen.
Als de fabrikant of importeur gelijkwaardige modellen in de handel brengt, voegt die fabrikant of importeur een lijst met alle gelijkwaardige modellen toe.