Home

93/621/EG: BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE van 30 november 1993 houdende wijziging van Beschikking 93/566/EG tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met klassieke varkenspest in Duitsland en houdende vervanging van Beschikking 93/539/EEG

93/621/EG: BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE van 30 november 1993 houdende wijziging van Beschikking 93/566/EG tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met klassieke varkenspest in Duitsland en houdende vervanging van Beschikking 93/539/EEG

BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE van 30 november 1993 houdende wijziging van Beschikking 93/566/EG tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met klassieke varkenspest in Duitsland en houdende vervanging van Beschikking 93/539/EEG (93/621/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 90/425/EEG van de Raad van 26 juni 1990 inzake veterinaire en zooetechnische controles in het intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde levende dieren en produkten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (1), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 92/118/EEG (2), en met name op artikel 10, lid 4,

Overwegende dat de Commissie, op grond van uitbraken van klassieke varkenspest in verschillende delen van Duitsland, Beschikking 93/566/EG van 4 november 1993 tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met klassieke varkenspest in Duitsland en houdende vervanging van Beschikking 93/539/EEG (3) heeft vastgesteld;

Overwegende dat zich nieuwe uitbraken van klassieke varkenspest hebben voorgedaan in Kreis Neubrandenburg in Mecklenburg-Voorpommeren en in Kreis Segeberg in Sleeswijk-Holstein;

Overwegende dat in sommige gebieden waarvoor bijzondere beschermende maatregelen zijn vastgesteld bij Beschikking 93/566/EG, gedurende meer dan 60 dagen geen uitbraken zijn geconstateerd;

Overwegende dat op grond van deze situatie de bij Beschikking 93/566/EG vastgestelde maatregelen moeten worden aangepast;

Overwegende dat de in deze beschikking vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Permanent Veterinair Comité,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Beschikking 93/566/EG wordt als volgt gewijzigd:

1. Artikel 2, lid 1, wordt vervangen door:

"Artikel 2

1. Duitsland zendt geen vers varkensvlees en varkensvleesprodukten, verkregen van varkens uit bedrijven in de in bijlage I opgenomen delen van zijn grondgebied, naar andere Lid-Staten en naar andere delen van zijn grondgebied.

2. De in lid 1 omschreven beperkingen gelden niet voor:

a) vers varkensvlees:

i) dat is verkregen van slachtvarkens die aan de in bijlage IV, hoofdstuk I, vastgestelde voorwaarden voldoen en die zijn geslacht in een slachthuis in het in bijlage I omschreven gebied,

en

ii) dat wordt opgeslagen met inachtneming van de in bijlage IV, hoofdstuk II, vastgestelde voorschriften, waarbij de opslagvoorzieningen mogen zijn gelegen buiten het in bijlage I omschreven gebied,

en

iii) dat naar een vleesconservenfabriek wordt vervoerd om daar een warmtebehandeling te ondergaan in een hermetisch gesloten container bij een Fc-waarde van ten minste 3,00. De conservenfabriek mag gelegen zijn buiten het in bijlage I omschreven gebied en moet zijn opgenomen in een bij de Commissie ingediende lijst. Bij het vervoer moeten de in bijlage IV, hoofdstuk III, vastgestelde voorschriften in acht worden genomen;

b) varkensvlees en varkensvleesprodukten die onder veterinaire controle in officieel verzegelde vervoermiddelen worden verzonden naar een destructiebedrijf dat gelegen is buiten het in bijlage I omschreven gebied en dat is opgenomen in een bij de Commissie ingediende lijst.".

2. In artikel 2 worden de leden 2 en 3 omgenummerd tot 3 respectievelijk 4.

3. In artikel 4, leden 1, 2 en 3, moet de op het certificaat aan te brengen vermelding worden aangevuld met: "gewijzigd bij Beschikking 93/621/EG".

4. Bijlage I wordt vervangen door:

"BIJLAGE I

1. In Bundesland Niedersachsen:

- in Emsland-Kreis de Gemeinden Laehden, Stadt Werlte, Spahnharrenstaette, Lorup, Hilkenbrock, Werpeloh, Boerger, Rastorf, Lahn, Vrees, Grossberichen, Huefen en Stadt Soegel;

- in Kreis Cloppenburg de Gemeinden Loehningen, Lastrup, Lindern, Molbergen, Cloppenburg, Cappeln, Emstek, Garrel en Essen;

- in Kreis Vechta de Gemeinden Damme, Neuenkirchen, Holdorf, Steinfeld, Dinklage, Lohne en Bakum;

- in Kreis Diepholz de Gemeinden Diepholz, Samtgemeinde, Altes Amt Lemfoerde, Hemsloh, Rehden, Dickel, Wetschen en Drebber;

- in Kreis Osnabrueck de Gemeinden Bramsche, Rieste, Altshausen, Stadt Bersenbrueck, Gehrde, Ankum, Nortrup, Badbergen, Bohmte en Osterkappeln.

2. In Bundesland Baden-Wuerttemberg in Ostalbkreis de Gemeinden Unterschneidheim, Taunhausen, Stoedtlen, Pfahlheim, Roelingen, Rainau, Westhausen, Lauchheim, Bopfingen, Neresheim, Ebnet, Kirchheim-Ries en Riesburg.

3. In Bundesland Bayern:

- in Kreis Ansbach de Gemeinden Dinkelsbuehl, Duerrwangen, Langfurth, Moenchsroth, Wilburgstetten, Weiltingen, Wittelshofen, Ehingen am Hesselberg, Gerolfingen, Roeckingen en Wassertruedingen;

- in Kreis Donau-Ries de Gemeinden Fremdingen, Markt Offingen, Maihingen, Wallerstein, Noerdlingen, Ehingen a. d. Rees, Auhausen, Oettingen, Hainsfarth, Megesheim, Munningen, Wechingen, Deiningen, Alerheim, Moettingen, Reimlingen, Moenchsdeggingen, Hohenaltheim, Ederheim, Forheim en Amerdingen.

4. In Mecklenburg-Vorpommern de Kreise Ribnitz-Damgarten, Neubrandenburg en Neubrandenburg-Stadt.

5. In Schleswig-Holstein:

- in Kreis Herzogtum Lauenburg de Gemeinden Bliestorf, Grinau, Gross-Boden, Gross-Schenkenberg en Schurensoehlen;

- in Kreis Ostholstein de Gemeinden Ahrensboek, Bad Schwartau, Bosau, Eutin, Malente, Ratekau, Schabeutz, Stockelsdorf en Suesel;

- in Kreis Ploen de Gemeinden Ascheberg, Barmissen, Belau, Boenebuettel, Boesdorf, Bothkamp, Dersau, Doernick, Gross-Harrie, Kaluebbe, Kuehren, Lebrade, Lehmkuhlen, Loeptin, Nehmten, Nettelsee, Ploen, Postfeld, Preetz, Rathjensdorf, Rendswuehren, Ruhwinkel, Schellhorn, Schillsdorf, Stolpe, Tasdorf, Wahlstorf, Wankendorf, Warnau en Wittmold;

- in Kreis Segeberg de Gemeinden Bad Segeberg, Bahrenhof, Bark, Bebensee, Blunk, Bornhoeved, Buchholz, Buehnsdorf, Daldorf, Damsdorf, Fahrenkrug, Fredesdorf, Geschendorf, Glasau, Goennebek, Gross-Gladebruegge, Gross-Kummerfeld, Gross-Niendorf, Gross-Roennau, Heidmuehlen, Hoegersdorf, Itzstedt, Klein-Roennau, Krems II, Kuekels, Latendorf, Leezen, Moezen, Negernboetel, Nehms, Neuengoers, Neversdorf, Oering, Pronsdorf, Rickling, Rohlsdorf, Schakendorf, Schieren, Schmalensee, Schwissel, Seedorf, Seth, Stipsdorf, Stocksee, Strukdorf, Suelfeld, Tarbek, Tensfeld, Todesfelde, Trappenkamp, Travenhorst, Wahlstedt, Wakendorf I, Weede, Wensin, Westerrade en Wittenborn;

- in Kreis Stormarn de Gemeinden Bad Oldesloe, Barnitz, Elmenhorst, Grabau, Klein-Wesenberg, Meddewarde, Neritz, Nienwohld, Poelitz, Rethwisch, Ruempel, Travenbrueck, Westerau, Badendorf, Feldhorst, Hamberge, Heidekamp, Heilshop, Moenkhagen, Rehhorst, Reinfeld, Wesenberg en Zarpen

en

- Hansestadt Luebeck."

5. In bijlage III worden de hoofdstukken I en II geschrapt.

6. De volgende bijlage wordt toegevoegd:

"BIJLAGE IV

HOOFDSTUK I

Voorwaarden waaraan slachtvarkens moeten voldoen

1. Alle varkens hebben ten minste de laatste 21 dagen vóór de verzending naar het slachthuis op het bedrijf van herkomst verbleven en in die periode zijn geen andere varkens op het bedrijf binnengebracht.

2. Alle te verzenden varkens zijn vóór verzending geïdentificeerd aan de hand van een oormerk.

3. Alle dieren op het bedrijf van herkomst worden in de laatste 24 uur vóór de verzending klinisch onderzocht door een erkende dierenarts.

4. De gebruikte vervoermiddelen worden door de bevoegde autoriteit goedgekeurd in het kader van deze bijlage en worden vóór elke rit gereinigd en ontsmet.

5. Op weg naar het slachthuis gaan de varkens vergezeld van een door de officiële dierenarts ingevuld vervoerdocument, waarin de oormerknummers van de varkens zijn vermeld en waarin wordt verklaard dat aan bovenstaande punten is voldaan.

6. De gebruikte vervoermiddelen worden in de slachterij gereinigd en ontsmet nadat de varkens zijn afgeleverd. De transporteur deelt de bevoegde autoriteit mee welke andere bedrijven hij in de daaropvolgende vijf dagen nog bezoekt.

7. Bij het slachten worden de karkassen geïdentificeerd aan de hand van een karkasnummer dat verband houdt met het nummer van het oormerk van de dieren.

8. De slachtafvallen van deze dieren en de andere bijprodukten van het slachten worden onder officiële controle gedestrueerd binnen het in bijlage I omschreven gebied of overeenkomstig artikel 2, lid 2, onder b).

9. Ten minste 10 % van de overeenkomstig dit hoofdstuk geslachte varkens wordt bij het slachten bemonsterd en met die monsters wordt een serologische test op antilichamen tegen klassieke varkenspest verricht.

HOOFDSTUK II

Voorschriften voor de opslag van het vlees

Tijdens het vervoer naar een vleesverwerkend bedrijf dat is opgenomen in een bij de Commissie ingediende lijst, moet het vlees worden opgeslagen met inachtneming van de onderstaande voorschriften.

1. Het vlees wordt gemerkt met het in de bijlage bij Richtlijn 72/461/EEG van de Raad (4)() omschreven merkteken.

2. Na het slachten mag het vlees niet verder worden uitgesneden totdat het is geleverd aan het vleesverwerkend bedrijf als bedoeld in artikel 2, lid 2, onder a), iii).

3. Het vlees staat onder controle van de officiële dierenarts die verantwoordelijk is voor het slachthuis; hij ziet erop toe dat het vlees gescheiden van ander vlees en op veilige wijze wordt gekoeld en opgeslagen.

4. Het vlees mag in een officieel verzegeld vervoermiddel worden vervoerd naar een koelhuis, dat daartoe is erkend en dat is opgenomen in een bij de Commissie ingediende lijst.

5. In de documenten waarvan het vlees vergezeld gaat, wordt melding gemaakt van het aantal karkassen, de karkasnummers als bedoeld in hoofdstuk I, punt 7, het karkasgewicht, het nummer van het vervoermiddel en het nummer van het zegel.

6. Bij aankomst in het koelhuis wordt de zending gecontroleerd door de officiële dierenarts die, aan de hand van een controle van het certificaat en van het vlees, nagaat of de zending nog intact is. Ook het gewicht van de zending wordt gecontroleerd.

7. Wanneer het vlees wordt bevroren, mogen geen andere produkten samen met het vlees worden ingevroren.

8. Het vlees wordt opgeslagen op palletten die zodanig worden gemerkt en geïdentificeerd dat duidelijk blijkt om welk vlees het gaat, en die steeds in verband moeten kunnen worden gebracht met de in hoofdstuk I, punt 7, bedoelde karkasnummers.

HOOFDSTUK III

Voorschriften voor het vervoer naar een verwerkend bedrijf

1. Het vlees wordt vervoerd in vervoermiddelen die door de bevoegde autoriteit zijn goedgekeurd in het kader van deze bijlage.

2. Het vervoermiddel wordt verzegeld door de dierenarts die verantwoordelijk is voor het slachthuis of voor het koelhuis. Het gaat vergezeld van een door de officiële dierenarts afgegeven certificaat waarin melding wordt gemaakt van het aantal karkassen, de karkasnummers als bedoeld in hoofdstuk I, punt 7, het karkasgewicht, het nummer van het vervoermiddel en het nummer van het zegel.

3. De dierenarts die verantwoordelijk is voor het vleesverwerkend bedrijf gaat, aan de hand van een controle van het zegel, het certificaat en het vlees, na of de zending intact is aangekomen. Ook het gewicht van de zending wordt gecontroleerd.

4. De bedrijfsleider van het verwerkend bedrijf waar het vlees is aangekomen, mag dat vlees uitsluitend gebruiken voor de vervaardiging van produkten die een behandeling ondergaan als bedoeld in artikel 2, lid 2, onder a), iii).

5. De bedrijfsleider van het verwerkend bedrijf stelt de bevoegde autoriteit in kennis van de datum en het tijdstip waarop het vlees normaal op het bedrijf aankomt en van de datum en het tijdstip waarop het normaal zal worden verwerkt.

6. Na verwerking van het vlees gaat de bevoegde autoriteit na of bij die verwerking het bepaalde in artikel 2, lid 2, onder a), iii), in acht is genomen.

7. Bijprodukten van de verwerking van dit vlees worden onder officiële controle gedestrueerd binnen het in bijlage I omschreven gebied of overeenkomstig artikel 2, lid 2, onder b).".

Artikel 2

De Lid-Staten brengen de maatregelen die zij ten aanzien van het handelsverkeer toepassen, in overeenstemming met deze beschikking. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

Artikel 3

Deze beschikking is gericht tot de Lid-Staten.

Gedaan te Brussel, 30 november 1993.

Voor de Commissie

René STEICHEN

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 224 van 18. 8. 1990, blz. 29.

(2) PB nr. L 62 van 15. 3. 1993, blz. 49.

(3) PB nr. L 273 van 5. 11. 1993, blz. 60.

(4)() PB nr. L 302 van 31. 12. 1972, blz. 24.