Er wordt een voorlopig antidumpingrecht ingesteld op bepaalde soorten stalen rupsbandsegmenten, met of zonder daaraan bevestigde rubberen kussens, al dan niet gemonteerd in een rupsband, met een maximale lengte van 3 000 mm, gebruikt op machines die momenteel onder de posten 8426, 8429 of 8430 vallen of in transportbanden die momenteel onder post 8428 vallen, en van oorsprong uit de Volksrepubliek China.
Uitvoeringsverordening (EU) 2025/780 van de Commissie van 16 april 2025 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op stalen rupsbandsegmenten van oorsprong uit de Volksrepubliek China
Uitvoeringsverordening (EU) 2025/780 van de Commissie van 16 april 2025 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op stalen rupsbandsegmenten van oorsprong uit de Volksrepubliek China
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie(1) (“de basisverordening”), en met name artikel 7,
Na raadpleging van de lidstaten,
Overwegende hetgeen volgt:
1. PROCEDURE
1.1. Opening van het onderzoek
(1) Op 23 augustus 2024 heeft de Europese Commissie (“de Commissie”) op grond van artikel 5 van de basisverordening een antidumpingonderzoek geopend met betrekking tot de invoer van stalen rupsbandsegmenten van oorsprong uit de Volksrepubliek China (“het betrokken land”, “de VRC” of “China”). Zij heeft daartoe een bericht van inleiding gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie(2) (“het bericht van inleiding”).
(2) De Commissie heeft het onderzoek geopend naar aanleiding van een klacht die op 12 juli 2024 werd ingediend door Duferco Travi e Profilati S.p.A. (“de klager”). De klacht is ingediend door de bedrijfstak van de Unie voor stalen rupsbandsegmenten in de zin van artikel 5, lid 4, van de basisverordening. Het bij de klacht gevoegde bewijsmateriaal over dumping en de aanmerkelijke schade als gevolg daarvan werd voldoende geacht om een onderzoek te openen.
1.2. Registratie
(3) De Commissie heeft de invoer van het betrokken product bij Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2721 van 24 oktober 2024 (“de registratieverordening”)(3) aan registratie onderworpen.
1.3. Belanghebbenden
(4) In het bericht van inleiding heeft de Commissie belanghebbenden uitgenodigd contact met haar op te nemen om aan het onderzoek mee te werken. Daarnaast heeft de Commissie de klager, andere haar bekende producenten in de Unie, de haar bekende producenten-exporteurs en de overheid van de Volksrepubliek China (“de Chinese overheid”) en de haar bekende importeurs, leveranciers en gebruikers, alsmede de haar bekende betrokken handelaren specifiek op de hoogte gesteld van de opening van het onderzoek en hen uitgenodigd daaraan mee te werken.
(5) De belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld hun opmerkingen over de opening van het onderzoek kenbaar te maken en een aanvraag in te dienen voor een hoorzitting met de Commissie en/of de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures.
1.4. Samenstelling van de steekproef
(6) In het bericht van inleiding deelde de Commissie mee dat zij mogelijk een steekproef van de belanghebbenden zou samenstellen in overeenstemming met artikel 17 van de basisverordening.
Steekproef van producenten in de Unie
(7) In het bericht van inleiding kondigde de Commissie aan dat zij een voorlopige steekproef van producenten in de Unie had samengesteld. Tijdens de beoordeling van de representativiteit meldde zich slechts één producent in de Unie en de Commissie concludeerde dat een steekproef niet noodzakelijk was. De producent in de Unie vertegenwoordigde meer dan [52-58] % van het geschatte totale productievolume en ongeveer [6-11] % van het geschatte totale verkoopvolume van het soortgelijke product in de Unie. Er zijn geen opmerkingen van belanghebbenden ontvangen.
Steekproef van niet-verbonden importeurs
(8) Om te kunnen beslissen of een steekproef noodzakelijk was en, zo ja, deze te kunnen samenstellen, heeft de Commissie niet-verbonden importeurs verzocht de in het bericht van inleiding gevraagde informatie te verstrekken.
(9) Geen enkele niet-verbonden importeur verstrekte de gevraagde informatie en daarom besloot de Commissie dat een steekproef niet noodzakelijk was. Er zijn geen opmerkingen van belanghebbenden ontvangen.
Steekproef van producenten-exporteurs
(10) Om te kunnen beslissen of een steekproef noodzakelijk was en, zo ja, om deze te kunnen samenstellen, heeft de Commissie alle producenten-exporteurs in de VRC verzocht de in het bericht van inleiding vermelde informatie te verstrekken. Daarnaast heeft de Commissie de Chinese overheid verzocht mogelijke andere producenten-exporteurs die geïnteresseerd zouden kunnen zijn in medewerking aan het onderzoek, aan te wijzen en/of contact met hen op te nemen.
(11) Vijftien producenten-exporteurs in het betrokken land hebben de gevraagde informatie verstrekt. Overeenkomstig artikel 17, lid 1, van de basisverordening heeft de Commissie een steekproef van drie producenten-exporteurs samengesteld die samen goed waren voor 62 % van de uitvoer van de 15 Chinese producenten-exporteurs die de gevraagde informatie hebben verstrekt.
1.5. Antwoorden op de vragenlijst en controlebezoeken
(12) De Commissie heeft de Chinese overheid een vragenlijst toegezonden over het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening in de VRC.
(13) Bovendien heeft de klager in de klacht voldoende bewijsmateriaal verstrekt voor verstoringen van de grondstoffenmarkt in de VRC wat het betrokken product betreft. Derhalve had het onderzoek, zoals aangekondigd in het bericht van inleiding, betrekking op deze verstoringen van de grondstoffenmarkt om te bepalen of artikel 7, leden 2 bis en 2 ter, van de basisverordening op de VRC moesten worden toegepast. Daarom heeft de Commissie de Chinese overheid in dit verband een aanvullende vragenlijst gestuurd.
(14) Van de Chinese overheid is geen antwoord ontvangen. Vervolgens heeft de Commissie de Chinese overheid er op 11 oktober 2024 van in kennis gesteld dat zij overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening de beschikbare gegevens zou gebruiken om de aanwezigheid van verstoringen van betekenis in de VRC vast te stellen. Er zijn geen opmerkingen over het gebruik van beschikbare gegevens ontvangen.
(15) De Commissie heeft vragenlijsten toegezonden aan de producent in de Unie, aan de producenten-exporteurs en aan de haar bekende importeurs en gebruikers. Die vragenlijsten werden op de dag van de opening van het onderzoek ook online(4) beschikbaar gesteld.
(16) Op 25 september 2024 heeft de Commissie de Chinese producenten-exporteurs in kennis gesteld van haar besluit over de steekproef, waarbij ze de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs dertig dagen de tijd gaf om hun antwoorden op de vragenlijst in te dienen. In dit stadium van het onderzoek hebben de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs de Commissie er niet van in kennis gesteld dat zij geen antwoorden op de vragenlijst zouden indienen.
(17) Op 12 oktober 2024 bevestigden twee van de drie in de steekproef opgenomen ondernemingen dat zij geen antwoorden op de vragenlijst zouden indienen, als gevolg van de daarmee samenhangende hoge werklast.
(18) De uiterste termijn voor het indienen van de antwoorden op de vragenlijst verliep op 25 oktober 2024. Op 6 november 2024 heeft de Commissie de derde in de steekproef opgenomen onderneming verzocht te bevestigen of zij voornemens was een antwoord op de vragenlijst in te dienen. Ook de derde in de steekproef opgenomen producent-exporteur antwoordde dat hij geen antwoord op de vragenlijst zou indienen, zonder hierbij een reden te vermelden.
(19) Derhalve werd het op 7 november 2024, bijna tweeënhalve maand na de opening van het onderzoek, duidelijk dat de drie in de steekproef opgenomen Chinese producenten-exporteurs geen antwoorden op de vragenlijst zouden indienen. Hoewel het op grond van artikel 17, lid 4, van de basisverordening mogelijk is om een nieuwe steekproef te selecteren wanneer de steekproef is mislukt, was het in dit late stadium van het onderzoek voor de Commissie niet langer haalbaar om de volledige steekproef te wijzigen. Het samenstellen van een steekproef met andere producenten-exporteurs zou het onderzoek aanzienlijk hebben vertraagd.
(20) Op 14 november 2024 heeft de Commissie een mededeling in het dossier(5) opgenomen waarin zij haar voornemen kenbaar maakte om, aangezien de steekproef van de producenten-exporteurs was mislukt, artikel 18 in samenhang met artikel 17, lid 4, van de basisverordening toe te passen en haar bevindingen met betrekking tot de Chinese producenten-exporteurs te baseren op de beste beschikbare gegevens. Geen van de niet in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs heeft bij de Commissie aangegeven dat zij in de steekproef opgenomen wensten te worden.
(21) Aangezien het pas in een laat stadium van het onderzoek duidelijk werd dat geen van de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs medewerking zou verlenen en gezien de aanhoudende aanmerkelijke mate van niet-medewerking van de producenten-exporteurs, besloot de Commissie verder te gaan met het onderzoek zonder een nieuwe steekproef samen te stellen.
(22) De Commissie heeft alle gegevens die zij voor de voorlopige vaststelling van dumping, de schade als gevolg daarvan en het belang van de Unie nodig achtte, verzameld en gecontroleerd. Krachtens artikel 16 van de basisverordening zijn controlebezoeken verricht bij de volgende onderneming:
-
producent in de Unie
-
Duferco Travi e Profilati S.p.A., Italië.
-
1.6. Onderzoektijdvak en beoordelingsperiode
(23) Het onderzoek naar de dumping en de schade had betrekking op de periode van 1 juli 2023 tot en met 30 juni 2024 (“het onderzoektijdvak”). Het onderzoek van de ontwikkelingen die relevant zijn voor de schadebeoordeling had betrekking op de periode van 1 januari 2021 tot het einde van het onderzoektijdvak (“de beoordelingsperiode”).
1.7. Individueel onderzoek
(24) Eén Chinese producent-exporteur, Komatsu Machinery Manufacturing (Shandong) (“Komatsu”) heeft op grond van artikel 17, lid 3, van de basisverordening om een individueel onderzoek verzocht. Volgens het antwoord op de vragenlijst produceerde Komatsu in het onderzoektijdvak rupsbandgroepen (“track groups”) en voerde hij deze uit. Om de rupsbandgroepen te produceren, kocht het bedrijf de stalen rupsbandsegmenten echter bij een niet-verbonden leverancier in de VRC en monteerde deze op rupskettingen. Omdat Komatsu de stalen rupsbandsegmenten niet vervaardigde, oordeelde de Commissie dat deze onderneming een exporteur en geen producent-exporteur was. Derhalve concludeerde de Commissie voorlopig dat het verzoek om een individueel onderzoek niet kon worden toegekend.
2. ONDERZOCHT PRODUCT, BETROKKEN PRODUCT EN SOORTGELIJK PRODUCT
2.1. Onderzocht product
(25) Dit onderzoek heeft betrekking op bepaalde soorten stalen rupsbandsegmenten, met of zonder daaraan bevestigde rubberen kussens, al dan niet gemonteerd in een rupsband, met een maximale lengte van 3 000 mm, die worden gebruikt op machines die momenteel onder de posten 8426, 8429 of 8430 vallen, of in transportbanden die momenteel onder post 8428 vallen (“het onderzochte product”).
(26) Stalen rupsbandsegmenten worden overwegend gebruikt als onderdeel van machines op rupsbanden die worden gebruikt in de bouw en mijnbouw, zoals graafmachines, bulldozers, kranen en transportbanden. Het product kan los worden verkocht of als onderdeel van grotere geassembleerde componenten zoals “rupsbandgroepen” (“track groups”, d.w.z. delen van het onderstel bestaande uit stalen rupsbandsegmenten die met bouten op een rupsketting zijn bevestigd), “volledige rupsbandgroepen” (“full track groups”, d.w.z. rupsbandgroepen met extra componenten zoals kettingwielen, rollen en spanwielen) en zelfs volledige onderstellen (draagstructuren van grondverzetmachines bestaande uit twee volledige rupsbandgroepen met de bijbehorende frames en extra mechanische componenten).
(27) De belangrijkste inputs voor de vervaardiging van stalen rupsbandsegmenten zijn gespecialiseerde staalproducten, “staalprofielen” genoemd. Staalprofielen kunnen worden vervaardigd door dezelfde producenten die de stalen rupsbandsegmenten produceren of door andere producenten die upstream actief zijn. Stalen rupsbandsegmenten worden geproduceerd door staalprofielen op lengte te snijden en er eventueel extra bewerkingen aan uit te voeren, zoals warmtebehandeling, gaten boren en verven.
(28) De assemblage van stalen rupsbandsegmenten tot grotere componenten, zoals rupsbandgroepen, volledige rupsbandgroepen en onderstellen, kan worden uitgevoerd door de producenten van de segmenten zelf of door andere producenten die downstream actief zijn (zogeheten “assemblagebedrijven”).
2.2. Betrokken product
(29) Het betrokken product is het onderzochte product, dat momenteel is ingedeeld onder de GN-codes ex84314920, ex84313900 en ex84314980 (Taric-codes 8431492010, 8431390020 en 8431498010) van oorsprong uit de VRC (“het betrokken product”).
2.3. Soortgelijk product
(30) Uit het onderzoek is gebleken dat de volgende producten dezelfde fysieke en technische basiseigenschappen hebben en voor dezelfde basisdoeleinden worden gebruikt:
-
het betrokken product bij uitvoer naar de Unie;
-
het onderzochte product dat in het betrokken land wordt vervaardigd en daar op de binnenlandse markt wordt verkocht, en
-
het onderzochte product dat in de Unie door de bedrijfstak van de Unie wordt geproduceerd en aldaar wordt verkocht.
(31) De Commissie heeft in dit stadium geconcludeerd dat die producten derhalve soortgelijke producten zijn in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening.
2.4. Argumenten betreffende de productomschrijving
(32) De klager voerde aan dat stalen rupsbandsegmenten die als onderdeel van een rupsbandgroep of een volledige rupsbandgroep worden verkocht, onder de productomschrijving moeten vallen.
(33) De Commissie bevestigde dat, in aanvulling op stalen rupsbandsegmenten die afzonderlijk worden verkocht, stalen rupsbandsegmenten die worden verkocht als onderdeel van rupsbandgroepen of volledige rupsbandgroepen ook onder de productomschrijving vallen. Stalen rupsbandsegmenten die worden verkocht als onderdeel van een component die groter is dan een volledige rupsbandgroep, zoals onderstellen of volledige machines op rupsbanden, vallen echter buiten de productomschrijving, aangezien stalen rupsbandsegmenten slechts een relatief kleine fractie vormen van de totale waarde van deze grotere componenten.
(34) Eén importeur van vloerplaten van staalgietwerk verzocht om uitsluiting van dit specifieke type stalen rupsbandsegmenten van de productomschrijving op grond van aanzienlijke verschillen in fysieke en technische kenmerken en verschillend eindgebruik in vergelijking met de door de bedrijfstak van de Unie vervaardigde producten. De importeur betoogde dat deze vloerplaten van staalgietwerk op maat zijn gemaakt en alleen kunnen worden gebruikt in door hem geproduceerde rupskranen en mijnbouwgraafmachines.
(35) De importeur meldde zich pas enkele maanden na de in het bericht van inleiding vermelde uiterste termijnen. Derhalve was, als gevolg van het in artikel 7, lid 1, van de basisverordening vastgestelde tijdskader, een gedetailleerdere beoordeling van de verstrekte informatie in het stadium van de voorlopige bevindingen vanwege tijdgebrek niet mogelijk. De Commissie merkt op dat de producten momenteel worden ingevoerd onder de GN-code 8431 49 20, die onder de productomschrijving valt en ook valt onder de productbeschrijving in het bericht van inleiding. Deze opmerking is derhalve niet van invloed op de voorlopige conclusies met betrekking tot de productomschrijving. De Commissie zal deze kwestie echter verder onderzoeken en in het definitieve stadium van dit onderzoek een definitieve beoordeling geven.
3. DUMPING
3.1. Procedure voor de vaststelling van de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening
(36) Aangezien er bij de opening van het onderzoek voldoende bewijsmateriaal beschikbaar was dat wees op het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening met betrekking tot de VRC, achtte de Commissie het passend om met betrekking tot de producenten-exporteurs uit dit land het onderzoek te openen uit hoofde van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening.
(37) Om de benodigde gegevens voor de mogelijke toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening te verzamelen, heeft de Commissie bijgevolg in het bericht van inleiding alle producenten-exporteurs in de VRC verzocht informatie over de gebruikte inputs voor de productie van stalen rupsbandsegmenten te verstrekken. Acht producenten-exporteurs hebben de desbetreffende informatie verstrekt.
(38) Om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek met betrekking tot de vermeende verstoringen van betekenis nodig achtte, heeft de Commissie de Chinese overheid een vragenlijst toegezonden. Bovendien heeft de Commissie in punt 5.3.2 van het bericht van inleiding alle belanghebbenden uitgenodigd om binnen 37 dagen na de datum van bekendmaking van dat bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie hun standpunt kenbaar te maken, informatie in te dienen en ondersteunend bewijsmateriaal te verstrekken ten aanzien van de toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening. Er zijn binnen de daarvoor gestelde termijn geen opmerkingen ingediend over de toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening. Zoals vermeld in overweging 13 heeft de Chinese overheid niet op de vragenlijst gereageerd.
(39) In punt 3 van het bericht van inleiding heeft de Commissie ook vermeld dat zij, gezien het beschikbare bewijsmateriaal, op grond van artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening voorlopig Turkije had geselecteerd als passend representatief land voor de vaststelling van de normale waarde aan de hand van niet-verstoorde prijzen of benchmarks. De Commissie merkte verder op dat zij andere mogelijk passende representatieve landen zou onderzoeken overeenkomstig de criteria als bedoeld in artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, van de basisverordening.
(40) Op 14 november 2024 heeft de Commissie de belanghebbenden door middel van een mededeling in het dossier(6) op de hoogte gebracht van de relevante bronnen die zij voornemens was te gebruiken om de normale waarde vast te stellen. In de mededeling verklaarde de Commissie dat, aangezien geen van de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs op de vragenlijst had gereageerd en zij dus niet aan het onderzoek hadden meegewerkt, de lijst van productiefactoren zoals grondstoffen, arbeid en energie die bij de productie van stalen rupsbandsegmenten worden gebruikt, is opgesteld aan de hand van de informatie die de klager had verstrekt en andere beschikbare informatiebronnen die op grond van de criteria van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening geschikt werden geacht, waaronder de databank van de Wereldbank, Orbis Bureau van Dijk (“Orbis”), de Global Trade Atlas (“GTA”) en de statistieken van de Internationale Arbeidsorganisatie (“IAO”). Daarnaast heeft de Commissie, op basis van de criteria voor de keuze van niet-verstoorde prijzen of benchmarks, mogelijke representatieve landen, namelijk Turkije en Indonesië, aangewezen als mogelijke passende representatieve landen. Ook informeerde zij de belanghebbenden dat zij de verkoopkosten, algemene kosten en administratiekosten (“VAA-kosten”) en de winst zou vaststellen op basis van openbaar beschikbare informatie van producenten van stalen rupsbandsegmenten in het representatieve land. De Commissie heeft geen opmerkingen over de mededeling ontvangen.
3.2. Normale waarde
(41) Artikel 2, lid 1, van de basisverordening bepaalt het volgende: “De normale waarde is normaal gebaseerd op de prijzen die door onafhankelijke afnemers in het land van uitvoer in het kader van normale handelstransacties worden betaald of dienen te worden betaald”.
(42) In artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening is echter het volgende bepaald: “Wanneer […] wordt vastgesteld dat het wegens het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van punt b) in het land van uitvoer niet passend is gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten in dat land, wordt de normale waarde uitsluitend berekend aan de hand van productie- en verkoopkosten waarin niet-verstoorde prijzen of benchmarks tot uitdrukking komen”, en “omvat [deze] een niet-verstoord en redelijk bedrag voor administratiekosten, verkoopkosten en algemene kosten en voor winst”.
(43) Zoals hieronder nader wordt toegelicht, heeft de Commissie in dit onderzoek geconcludeerd dat het op basis van het beschikbare bewijsmateriaal en gezien het gebrek aan medewerking van de Chinese overheid en de producenten-exporteurs, juist was artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening toe te passen.
3.2.1. Bestaan van verstoringen van betekenis
(44) In recente onderzoeken betreffende de staalsector in de VRC(7) heeft de Commissie vastgesteld dat er sprake was van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening.
(45) In die onderzoeken heeft de Commissie vastgesteld dat er in de VRC sprake is van aanzienlijk overheidsingrijpen, wat leidt tot een verstoring van de doeltreffende toewijzing van middelen volgens marktbeginselen(8). De Commissie heeft met name geconcludeerd dat er in de staalsector – de sector die verantwoordelijk is voor de belangrijkste grondstof voor de vervaardiging van het onderzochte product – niet alleen sprake blijft van een aanzienlijke mate van eigendom van de Chinese overheid in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), eerste streepje, van de basisverordening(9), maar dat de Chinese overheid ook in de gelegenheid is zich te mengen in prijzen en kosten via overheidsaanwezigheid in bedrijven in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), tweede streepje, van de basisverordening(10). De Commissie stelde verder vast dat de aanwezigheid van de staat op de financiële markten en het ingrijpen door de staat op die markten, alsmede bij de verstrekking van grondstoffen en inputs, een extra verstorend effect hebben op de markt. Inderdaad leidt het planningssysteem van de VRC er over de gehele linie toe dat er middelen worden geconcentreerd in sectoren die door de Chinese overheid als strategisch of anderszins politiek belangrijk zijn aangemerkt, in plaats van dat de toewijzing overeenkomstig marktwerking plaatsvindt(11). Bovendien heeft de Commissie geconcludeerd dat de Chinese faillissements- en eigendomswetgeving niet naar behoren functioneert in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), vierde streepje, van de basisverordening, en dus verstoringen veroorzaakt, met name wanneer in de VRC insolvente ondernemingen op de been worden gehouden en grondgebruiksrechten worden toegewezen(12). In dezelfde geest heeft de Commissie vastgesteld dat er sprake was van verstoringen van loonkosten in de staalsector in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), vijfde streepje, van de basisverordening(13), alsmede van verstoringen op de financiële markten in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), zesde streepje, van de basisverordening, met name wat de toegang tot kapitaal voor ondernemingen in de VRC betreft(14).
(46) Net als in de voorafgaande onderzoeken met betrekking tot de staalsector in de VRC is de Commissie in het huidige onderzoek nagegaan of het wegens de aanwezigheid van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening al dan niet passend was om gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten in de VRC. Daartoe heeft de Commissie gebruikgemaakt van het beschikbare bewijsmateriaal in het dossier, met inbegrip van het bewijsmateriaal in de klacht, alsmede in het werkdocument van de diensten van de Commissie over verstoringen van betekenis in de economie van de VRC met het oog op handelsbeschermingsonderzoeken(15) (“het rapport”), dat op openbaar beschikbare bronnen is gebaseerd. Bij deze analyse is niet alleen gekeken naar het aanzienlijke overheidsingrijpen in de economie van de VRC in het algemeen, maar ook naar de specifieke marktsituatie in de betrokken sector, met inbegrip van het onderzochte product. De Commissie heeft deze bewijselementen verder aangevuld met haar eigen onderzoek naar de verschillende criteria die relevant zijn om het bestaan van verstoringen van betekenis in de VRC te bevestigen, zoals die in haar eerdere onderzoeken in dit verband zijn vastgesteld.
(47) In de klacht wordt onder verwijzing naar het rapport aangevoerd dat de marktvoorwaarden, en met name de kosten en prijzen, in de Chinese staalindustrie niet worden bepaald door de marktkrachten van vraag en aanbod, maar worden verstoord door staatsinmenging in de economie.
(48) Wat dit betreft worden in de klacht voorbeelden van elementen genoemd die duiden op het bestaan van verstoringen als bedoeld in het eerste tot en met zesde streepje van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening. In aanvulling op verwijzingen naar de relevante delen van het rapport werd er in de klacht met name op gewezen dat:
-
Overheidsaanwezigheid in bedrijven inmenging van de overheid in de prijzen en kosten mogelijk maakt. Het Chinese economische stelsel is gebaseerd op het concept van een socialistische markteconomie, met als kernbeginsel socialistische publieke eigendom van de productiemiddelen, namelijk eigendom van het gehele volk en collectieve eigendom van de werkende bevolking. De socialistische markteconomie wordt ontwikkeld onder leiding van de Chinese Communistische Partij (“CCP”). De structuren van de staat en van de CCP zijn op alle niveaus met elkaar vervlochten. De Chinese staat hanteert bovendien een interventionistisch economisch beleid om zijn doelen na te streven, die niet zozeer een afspiegeling zijn van de heersende economische omstandigheden op een vrije markt, maar veeleer samenvallen met de politieke agenda van de CCP. Met name de sector staal, waar de belangrijkste grondstof voor de vervaardiging van het onderzochte product vandaan komt, blijft in aanzienlijke mate eigendom van de Chinese overheid en zij is ook in de gelegenheid om via overheidsaanwezigheid zich te mengen in de prijzen en kosten;
-
De staalmarkt, met inbegrip van die voor het onderzochte product, voor een groot deel wordt bediend door ondernemingen die in handen zijn van de Chinese overheid, waarover die overheid zeggenschap heeft, waarop zij beleidstoezicht uitoefent of waarvoor zij beleidsadvies geeft. De klacht hield in dat staatsondernemingen met name in de staalsector een centrale rol spelen. Grote staatsondernemingen in de staalsector zijn onder andere de China Baowu Group, Ansteel Group en Shougang Group, die tot de tien grootste staalproducenten ter wereld behoren. In de klacht werd gesteld dat vanwege de grote mate van overheidsingrijpen in de staalsector in het algemeen, en ook in de rupsbandensector, zelfs particuliere producenten niet onder normale marktomstandigheden kunnen ondernemen. Zowel publieke als particuliere ondernemingen in de rupsbandensector staan onder beleidstoezicht van de staat;
-
Discriminerend overheidsbeleid of discriminerende overheidsmaatregelen binnenlandse leveranciers bevoordelen of de vrije marktwerking anderszins beïnvloeden. Over de gehele linie leidt het planningssysteem in de VRC ertoe dat er middelen worden toegewezen aan sectoren die door de Chinese overheid als strategisch of politiek belangrijk zijn bestempeld, in plaats van dat de toewijzing plaatsvindt op grond van de marktkrachten. De sector landbouwmachines wordt gezien als een belangrijke sector die wordt gesteund door de Chinese overheid. Dit blijkt eens te meer uit het initiatief “Made in China 2025”, dat een routekaart voor de Chinese be- en verwerkende industrie bevat. Rupsbanden zijn een belangrijke component van hoogwaardige landbouwmachines zoals grote machines, machines voor duplexgebruik en gereedschap. De productie van het onderzochte product wordt dan ook beschouwd als een strategische bedrijfstak voor de Chinese economie en er zijn aanzienlijke stimuleringsmaatregelen en subsidies op van toepassing. In de klacht werd ook herhaald dat de staalindustrie profiteert van de voortdurende interventie door de Chinese overheid, die bij de wortels van de sector begint (namelijk de markt voor grondstoffen voor de staalproductie), wat leidt tot een sector die doortrokken is van oneerlijke en kunstmatige voordelen die hun oorsprong vinden in de verstoorde prijsvormingsmechanismen;
-
De faillissements-, vennootschaps- of eigendomswetgeving ontbreekt, op discriminerende wijze wordt toegepast of ontoereikend wordt gehandhaafd, waardoor verstoringen ontstaan wanneer in de VRC insolvente ondernemingen op de been worden gehouden en grondgebruiksrechten worden toegewezen. De klager verwees in dit verband naar de conclusies van de Commissie in eerdere onderzoeken(16) en voerde aan dat deze conclusies ook voor de Chinese producenten van rupsbandsegmenten gelden;
-
De loonkosten verstoord zijn. De klager verwees naar de conclusies van de Commissie in eerdere onderzoeken(17) en voerde aan dat deze conclusies ook voor de Chinese producenten van rupsbandsegmenten gelden;
-
De toegang tot financiering voor ondernemingen onderhevig is aan verstoringen van betekenis als gevolg van de voortdurende en alomtegenwoordige rol van de staat op de kapitaalmarkten. In de klacht werd aangevoerd dat de Chinese overheid activa- of projectgerelateerde overheidssubsidies heeft toegekend of verleend voor industriële revitalisering, technologische ontwikkeling en bouwprojecten in verband met de staalsector.
(49) Ten slotte was de klager van mening dat de kosten en prijzen in de VRC als gevolg van deze verstoringen door aanzienlijke overheidsinterventie niet betrouwbaar zijn om aan de hand daarvan de normale waarde vast te stellen. De normale waarde moet derhalve worden vastgesteld aan de hand van de niet-verstoorde productiekosten in een passend representatief land.
(50) Door het onderzoek van de Commissie werd bevestigd dat de sector van het onderzochte product, die deel uitmaakt van de downstreamstaalsector, nog steeds in sterke mate in handen is van de Chinese overheid in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), eerste streepje, van de basisverordening. Zowel overheids- als particuliere ondernemingen in de sector zijn onderworpen aan beleidstoezicht en -advies. Onder deze producenten zijn particuliere ondernemingen, zoals Shandong Juning Machinery Co. Ltd.(18) of Liaoan Machinery Co. Ltd.(19), maar ook bedrijven die ten dele staatseigendom zijn, zoals XCMG Undercarriage Co., Ltd., een volle dochteronderneming van de XCMG Construction Machinery Group Co. Ltd. (“XCMG”) waarvan de staat voor 28,24 % eigenaar is(20).
(51) Hoewel de Commissie geen specifiekere informatie heeft gevonden over staatseigendom in de rupsbandensector is deze sector een subsector van de staalsector en zijn de bevindingen over staatseigendom in de staalsector daarom relevant voor rupsbanden. Voorbeelden van staatsondernemingen die actief zijn in de staalsector zijn: de Ansteel Group(21) en de Baowu Steel Group(22), die beide staatsondernemingen zijn die vallen onder de centrale Commissie voor toezicht op en beheer van staatsactiva van de Staatsraad (“SASAC”); de Baotou Steel Group, een staatsonderneming die in handen is van de Mongoolse overheid(23), evenals de Shougang Group(24), een staatsonderneming die de volle eigendom is van de Beijing State-Owned Asset Management Ltd(25).
(52) Bovendien bevestigen de meest recente Chinese beleidsdocumenten met betrekking tot de staalsector dat de Chinese overheid belang blijft hechten aan de sector en voornemens is in de sector in te grijpen om die vorm te geven in overeenstemming met het overheidsbeleid. Dit wordt geïllustreerd aan de hand van een richtinggevend advies van het ministerie van Industrie en Informatietechnologie (“MIIT”) over de bevordering van een hoogwaardige ontwikkeling van de staalindustrie, waarin wordt opgeroepen tot een verdere consolidatie van de industriële basis en tot aanzienlijke verbeteringen bij de modernisering van de industriële keten(26), waaronder de levering van speciaal staal, dat als input wordt gebruikt voor de vervaardiging van het onderzochte product.
(53) In het bijzonder behelst dit richtinggevende advies de verplichting om “[f]usies en reorganisaties van ondernemingen te bevorderen, toonaangevende ondernemingen aan te moedigen om fusies en reorganisaties tot stand te brengen en een aantal supergrote groepen van staalondernemingen van wereldklasse op te bouwen, alsook – op basis van de dominante ondernemingen in de industrie – een of twee gespecialiseerde toonaangevende ondernemingen op het gebied van roestvrij staal en speciaal staal te promoten […]”. Verder behelst het expliciet de verplichting om “staalbedrijven te ondersteunen bij de modernisering van downstreamsectoren en de ontwikkelingsrichting van strategische opkomende industrieën, en zich te richten op de ontwikkeling van kleine partijen en meerdere variëteiten van belangrijke staalsoorten, zoals hoogwaardig speciaal staal, speciaal gelegeerd staal voor hoogwaardige apparatuur en staal voor belangrijke basisonderdelen”(27).
(54) Een ander voorbeeld van het voornemen van de Chinese overheid om in te grijpen in de sector, is te vinden in het 14e vijfjarenplan voor de ontwikkeling van de grondstoffenindustrie (“het 14e vijfjarenplan”), op grond waarvan de sector zal “vasthouden aan de combinatie van marktleiderschap en stimulering door de overheid”, alsook “een groep leidende, ecologisch toonaangevende ondernemingen met een groot concurrentievermogen zal promoten”(28).
(55) Daarnaast zijn in het werkplan van het MIIT van 2023 voor de stabiele groei van de staalindustrie(29) de volgende doelstellingen vastgelegd: “In 2023 moeten de investeringen in vaste activa in de gehele industrie een gestage groei handhaven, de economische voordelen aanzienlijk verbeterd zijn, de O&O-investeringen van de industrie uiteindelijk 1,5 % bedragen, en moet de groei van de toegevoegde waarde van de industrie ongeveer 3,5 % bedragen, in 2024 zullen het ontwikkelingsklimaat en de structuur van de bedrijfstak verder worden geoptimaliseerd, zal de verschuiving naar hoogwaardige, intelligente en groene producten worden voortgezet en zal de groei van de toegevoegde waarde van de bedrijfstak meer dan 4 % bedragen”, en voorziet in een door de overheid opgelegde bedrijfsconsolidatie van de staalsector: “[t]oonaangevende ondernemingen aanmoedigen om fusies en overnames tot stand te brengen, supergrote groepen van ijzer- en staalondernemingen van wereldklasse op te bouwen en de optimale indeling van de nationale ijzer- en staalproductiecapaciteit te bevorderen. Gespecialiseerde ondernemingen in een leidende positie in met name staalmarktsegmenten ondersteunen om hulpbronnen verder te integreren en een ecosysteem van de staalindustrie tot stand te brengen. IJzer- en staalondernemingen aanmoedigen om regio-overschrijdende fusies en reorganisaties uit te voeren. Overwegen om meer beleidssteun voor capaciteitsvervanging te verlenen aan ijzer- en staalondernemingen die ingrijpende fusies en reorganisaties hebben ondergaan.”.
(56) Voorts is de Chinese overheid voornemens in te grijpen in de machinebouwsector, zoals uiteengezet in de kennisgeving van het MIIT over een werkplan voor de duurzame groei van de machinebouwsector 2023-2024, waarin het volgende wordt bepaald: “De ontwikkeling van industriële clusters bevorderen, een aantal kenmerkende industriële clusters van kleine en middelgrote ondernemingen in de productiesector voor machines en apparatuur cultiveren en opbouwen” en “de innovatieve ontwikkeling van tien geavanceerde productieclusters met een omvang van 100 miljard yuan bevorderen, zoals spoorwegvervoer, bouwmachines en intelligente apparatuur, en industriële clusters met internationaal concurrentievermogen opbouwen”(30).
(57) Op provincieniveau kunnen vergelijkbare voorbeelden worden waargenomen van het voornemen van de Chinese overheid om de ontwikkeling van de sector te controleren en aan te sturen, zoals in de provincie Hebei, waar de provinciale overheid in 2020 het driejarige actieplan voor clusterontwikkeling in de keten van de staalindustrie bekendmaakte. In dit plan wordt ertoe opgeroepen om “de groepsontwikkeling onder organisaties gestaag uit te voeren, de hervorming van de gemengde eigendomsstructuur van staatsondernemingen te versnellen, de nadruk te leggen op de bevordering van regio-overschrijdende fusies en reorganisaties van particuliere ijzer- en staalondernemingen en te streven naar een of twee grote groepen van wereldklasse en drie tot vijf grote groepen met binnenlandse invloed.”(31) Bovendien staat in het plan van Hebei voor de staalsector: “Vasthouden aan structurele aanpassing en benadrukken van productdiversificatie. Onafgebroken bevorderen van de structurele aanpassing en optimalisering van de indeling van de ijzer- en staalsector, bevorderen van de consolidatie, reorganisatie, transformatie en modernisering van ondernemingen, en bevorderen van de ontwikkeling van de ijzer- en staalsector naar grootschalige ondernemingen, modernisering van technische apparatuur, diversificatie van productieprocessen en diversificatie van downstreamproducten”(32).
(58) Het plan van Hebei vereist meer specifiek met betrekking tot de inputs die voor de productie van het onderzochte product worden gebruikt, dat “de ontwikkeling en toepassing van hoogwaardige en belangrijke nieuwe staalmaterialen worden versneld, het aandeel hoogwaardige en speciale staalsoorten wordt verhoogd, de kwaliteitsstabiliteit van grootschalige en veelzijdige voordelige producten wordt versterkt en een “piramidevormige” productstructuur tot stand wordt gebracht. Het aandeel van gewoon laaggelegeerd staal en gelegeerd staal zal eind 2020 zijn toegenomen tot 20 % en zal eind 2022 ongeveer 25 % bedragen, wat ondersteuning en garanties biedt voor de modernisering van downstreamsectoren”(33).
(59) Ook in het uitvoeringsplan van Henan voor de transformatie en modernisering van de staalindustrie tijdens het 14e vijfjarenplan wordt bepaald dat “de nadruk moet liggen op nationale strategische behoeften, ondernemingen moeten worden begeleid bij het bevorderen van de optimalisatie en verbetering van de productstructuur, de ontwikkeling van hoogwaardig speciaal staal, hoogwaardig staal voor scheepsbouw, speciaal gelegeerd staal voor hoogwaardige apparatuur, kernstaal voor basisonderdelen en andere ‘speciale, fijne, hoogwaardige’ belangrijke variëteiten, en dat de toegevoegde waarde en de concurrentiepositie van staalproducten moeten worden verbeterd”(34).
(60) Soortgelijke doelstellingen voor industrieel beleid kunnen ook worden aangetroffen in de planningsdocumenten van andere provincies, zoals Jiangsu(35), Shandong(36), Shanxi(37) en Zhejiang(38).
(61) Een ander voorbeeld van een doeltreffende sturing via de plannen door de Chinese overheid is in dit verband het bericht van het partijcomité van Ansteel Group Co., Ltd. over het zorgvuldig bestuderen, bekendmaken en uitvoering geven aan de geest van het 20e Nationale Congres van de partij(39). In het bericht wordt gesteld dat de Ansteel Group de richtplannen zorgvuldig zal uitvoeren en deze beter zal introduceren bij de partijleden, het kader en de werknemers van de gehele groep.
(62) Wat betreft de mogelijkheid voor de Chinese overheid om zich via overheidsaanwezigheid in ondernemingen te mengen in de prijzen en kosten in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), tweede streepje, van de basisverordening, heeft het onderzoek bevestigd dat er ook in de sector voor stalen rupsbandsegmenten overlappingen zijn tussen managementfuncties en lidmaatschap van een CCP/partijfuncties.
(63) Zo is bijvoorbeeld de voorzitter van XCMG tevens secretaris van de partij. Bovendien is de algemeen directeur van XCMG niet alleen de adjunct-secretaris van het partijcomité van XCMG, maar was hij voorheen ook lid van de groep partijleiders van het gemeentebestuur van Xuzhou, alsook de adjunct-secretaris-generaal van het CCP-comité van de gemeente Xuzhou(40).
(64) XCMG heeft bij verschillende gelegenheden nadrukkelijk verklaard dat het onvoorwaardelijk loyaal is aan de CCP en bereid is de leidersrol van de partij te aanvaarden. In de eigen woorden van XCMG: “Het ecologisch systeem van de partijopbouw van het ‘rode XCMG’ volgt de historische traditie van de XCMG-groep als het ‘rode gen’, de organisatorische krachtige opbouw van partijorganisaties aan de basis als ‘rode cel’, en de rol van hoogwaardige partijopbouw als de ‘rode motor’”. Bovendien “heeft XCMG in de 80 jaar sinds de [oprichting] van de onderneming steeds het leiderschap van de partij op alle niveaus van de bedrijfsactiviteiten geïntegreerd, waardoor de partij de meest betrouwbare centrale kracht is geworden in moeilijke tijden, door de zakelijke ontwikkeling van de onderneming in de juiste richting te sturen”.
(65) Het onderzoek van de Commissie bevestigt dat XCMG van plan is om in de toekomst loyaal te blijven aan de CCP, aangezien de onderneming “zich zal laten leiden door de ideeën van Xi Jinping over het socialisme met Chinese kenmerken voor een nieuw tijdperk, de geest van het 20e Nationale Congres van de CCP en de twee belangrijke toespraken van secretaris-generaal Xi Jinping volledig in de praktijk zal brengen, en de belangrijke opdracht van staatsondernemingen als ‘pijlers’ van de socialistische economie met Chinese kenmerken zal ondersteunen, […] de hoogwaardige ontwikkeling van de onderneming zal leiden met sterk leiderschap van de partij, en nieuwe en aanzienlijke bijdragen zal leveren aan de verwezenlijking van de Chinese droom van de grote verjonging van de Chinese natie!”(41). Overigens wijst deze verklaring er ook op dat XCMG, ongeacht de formele verdeling van de aandelen, zichzelf beschouwt als een staatsonderneming.
(66) Aangezien het bij het onderzochte product echter om een subsector van de staalsector gaat, is de beschikbare informatie met betrekking tot staalproducenten bovendien ook relevant voor het onderzochte product.
(67) Zo vervullen de voorzitter van de raad van bestuur en de algemeen manager van Baoshan Iron and Steel Ltd., een staalproducent waarvan de Baowu Steel Group de meerderheidsaandeelhouder is, tevens de functie van respectievelijk secretaris en adjunct-secretaris van het partijcomité van de onderneming(42). Evenzo bekleedt de voorzitter van de raad van bestuur van Wuhan Iron and Steel Group, die eveneens onder zeggenschap staat van de Baowu Steel Group, ook de functie van secretaris van het partijcomité(43). Bovendien “organiseerde Wuhan Iron and Steel Group in 2022 de tiende gecentraliseerde studie- en discussiebijeenkomst van de Party Committee Theory Study Group om het gedachtegoed van de Central Economic Work Conference uit te dragen en te bestuderen en om de uitvoering van de besluiten en regelingen van het 20e Nationale Congres van de partij binnen Wuhan Iron and Steel Group te bevorderen in de geest van de Central Economic Work Conference. [De] bijeenkomst werd voorgezeten door de algemene vertegenwoordiger van het Chinese hoofdkantoor van Baowu Wuhan, de secretaris van het partijcomité en de bestuursvoorzitter van Wuhan Iron and Steel Group, die uiteenzetten hoe in de geest van de Central Economic Work Conference uitvoering moet worden gegeven aan de eisen van het centraal comité van de partij, het partijcomité in de provincie Hubei en het partijcomité van Baowu in China”(44).
(68) Verder bekleedt de voorzitter van de raad van bestuur van de Baotou Steel Union, die behoort tot de Baotou Steel Group, ook de functie van partijsecretaris van de onderneming. Evenzo bekleden de algemeen manager van de Baotou Steel Union evenals de voorzitter van de vakbond van de onderneming beiden de functie van adjunct-partijsecretaris(45). Ten slotte bekleedt de voorzitter van de raad van bestuur binnen de Shougang Group de functie van secretaris van het partijcomité, terwijl de uitvoerend directeur fungeert als adjunct-secretaris van het partijcomité van de onderneming(46).
(69) Ook is er sprake van zeggenschap en beleidstoezicht op het niveau van de betrokken brancheorganisaties(47), met name de China Construction Machinery Association (“CCMA”)(48), die een afdeling voor onderdelen voor bouwmachines heeft opgezet(49).
(70) De CCMA stelt in artikel 3 van haar statuten dat de organisatie “het algemene leiderschap van de Communistische Partij van China [naleeft] en, in overeenstemming met de bepalingen van de statuten van de Communistische Partij van China, organisaties van de Communistische Partij van China [opricht] om partijactiviteiten uit te voeren en de nodige voorwaarden te scheppen voor de activiteiten van de partijorganisaties. De entiteit die belast is met registratie en beheer van deze organisatie is het ministerie van Burgerzaken van de Volksrepubliek China en de entiteit die belast is met partijopbouw is het partijcomité van SASAC” en dat zij “gehoor geeft aan de zakelijke richtsnoeren van en het toezicht door de entiteiten die belast zijn met registratie en beheer, de entiteiten die belast zijn met partijopbouw, en de afdelingen die belast zijn met het beheer van de industrie”(50). In artikel 36 van de statuten van de CCMA is bepaald dat personen die verantwoordelijk zijn voor de organisatie “het leiderschap van de Communistische Partij van China aanvaarden, het socialisme met Chinese kenmerken ondersteunen, de lijn, beginselen en beleidsmaatregelen van de partij vastberaden uitvoeren en over goede politieke kwaliteiten beschikken”(51).
(71) XCMG is lid van CCMA en bekleedt het vicevoorzitterschap van de organisatie(52).
(72) Verder wordt in de Chinese staalsector een beleid gehanteerd dat discrimineert ten gunste van binnenlandse producenten of dat de markt anderszins beïnvloedt in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), derde streepje, van de basisverordening, en is dit beleid in het algemeen van toepassing op het onderzochte product, aangezien de sector voor stalen rupsbandsegmenten een subsector van de staalsector is.
(73) De Chinese overheid beschouwt de staalsector consequent als een sleutelsector(53). Dit wordt bevestigd in de talrijke plannen, richtlijnen en andere documenten die zijn toegespitst op de sector en die op nationaal, regionaal en gemeentelijk niveau worden uitgegeven. In het kader van het 14e vijfjarenplan heeft de Chinese overheid de staalsector aangewezen voor transformatie en modernisering, alsmede voor optimalisering en structurele aanpassing(54). Evenzo wordt de sector in het 14e vijfjarenplan voor de ontwikkeling van de grondstoffenindustrie, dat ook van toepassing is op de staalsector, genoemd als het “fundament van de reële economie” en “een sleutelgebied dat het internationale concurrentievoordeel van China vormgeeft”, en worden een aantal doelstellingen en werkmethoden vastgesteld die de ontwikkeling van de staalsector in de periode 2021-2025 moeten stimuleren, zoals een technologische upgrade ter verbetering van de structuur van de sector (niet in de laatste plaats door verdere concentratie van bedrijven) of een digitale transformatie(55).
(74) Bovendien blijkt uit het bovenvermelde werkplan van het MIIT voor de stabiele groei van de staalindustrie (zie overweging 49) hoe de aandacht van de Chinese autoriteiten voor de sector past in de bredere context van de sturing die de Chinese overheid aan de Chinese economie geeft: “[s]teun verlenen aan staalondernemingen teneinde de behoeften inzake nieuwe infrastructuur, nieuwe verstedelijking, revitalisering van het platteland en opkomende industrieën op de voet te volgen, aansluiting vinden bij grote technische projecten in het kader van de 14e vijfjarenplan in verschillende regio’s, en alles in het werk stellen om de staalvoorziening te garanderen. Ontwikkelen en verdiepen van upstream- en downstream-samenwerkingsmechanismen tussen de staalsector en belangrijke staalverbruikende sectoren, zoals scheepsbouw, vervoer, bouw, energie, automobielindustrie, huishoudelijke apparaten, landbouwmachines en zware apparatuur, uitvoeren van activiteiten om de productie op de vraag af te stemmen, en actief uitbreiden van de toepassingsgebieden voor staal”(56).
(75) Op lokaal niveau, zoals in de provincie Shandong, waar Shandong Juning Machinery Co. Ltd. gevestigd is, wordt in het 14e vijfjarenplan van Shandong voor de ontwikkeling van de ijzer- en staalindustrie(57) het volgende vereiste geformuleerd: “Staal voor bouwmachines: Onze provincie ondersteunen om van een belangrijke provincie voor bouwmachines een sterke provincie voor bouwmachines te worden, de nadruk leggen op de ontwikkeling van groen en milieuvriendelijk, zeer zuiver, uitstekend, bij lage temperaturen slagvast staal voor bouwmachines, stabiele hardbaarheid en gemakkelijk te snijden staal voor bouwmachines, het onderzoek naar en de ontwikkeling van staal met hoge sterkte voor bouwmachines versnellen […], voldoen aan de ontwikkelingsbehoeften van moderne bouwmachines met een hoog vermogen en een laag eigen gewicht, en de iteratieve modernisering van de downstreamindustrieketen voor klanten en de volledige en gezonde ontwikkeling van het ecosysteem van de bouwmachine-industrie realiseren”.
(76) Bovendien zijn er in de provincie Liaoning, waar Liaoan Machinery Co. Ltd. is gevestigd, maatregelen ingevoerd waarmee bepaalde ondernemingen die als “kleine reuzen” worden beschouwd een voorkeursbehandeling krijgen(58). Deze voorkeursbehandeling is bedoeld om “deze bedrijven aan te moedigen technologische uitdagingen aan te gaan, nieuwe producten te ontwikkelen en de ondersteunende capaciteiten van de industriële keten op te bouwen”(59). Liaoan Machinery Co. Ltd. werd in 2021 door de provincie Liaoning opgenomen in de lijst van “kleine reuzen”(60).
(77) Samengevat heeft de Chinese overheid maatregelen getroffen om marktdeelnemers ertoe te bewegen zich aan de doelstellingen van het overheidsbeleid te houden, namelijk om aangemoedigde bedrijfstakken te ondersteunen, waaronder de productie van staal als de belangrijkste grondstof voor de vervaardiging van het onderzochte product. Dergelijke maatregelen belemmeren de vrije marktwerking.
(78) Uit dit onderzoek is niet gebleken dat de discriminerende toepassing of ontoereikende handhaving van de faillissements- en eigendomswetten overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt b), vierde streepje, van de basisverordening in de staalsector geen gevolgen zou hebben voor de fabrikanten van het onderzochte product.
(79) Het onderzochte product wordt daarnaast ook beïnvloed door verstoringen van de loonkosten in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), vijfde streepje, van de basisverordening, zoals vermeld in overweging 45. Die verstoringen zijn zowel direct (bij het vervaardigen van het onderzochte product of de belangrijkste inputs ervan) als indirect (bij het krijgen van toegang tot inputs van ondernemingen die in de VRC aan hetzelfde arbeidsrechtstelsel onderworpen zijn) van invloed op de sector(61).
(80) Bovendien is in het onderhavige onderzoek geen bewijsmateriaal overgelegd waaruit blijkt dat de sector van het onderzochte product niet wordt beïnvloed door overheidsingrijpen in het financiële stelsel in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), zesde streepje, van de basisverordening, zoals ook vermeld in overweging 45. Dit soort overheidsingrijpen wordt ook zeer goed geïllustreerd in het bovengenoemde werkplan voor de stabiele groei (zie overweging 55): “Financiële instellingen aanmoedigen om actief financiële diensten te verlenen aan staalondernemingen die fusies en reorganisaties, aanpassingen van de indeling, transformaties en moderniseringen tot stand brengen in overeenstemming met de beginselen van risicobeheersing en duurzaamheid van bedrijven.” Daarom leidt het aanzienlijke overheidsingrijpen in het financiële stelsel ertoe dat de marktomstandigheden op alle niveaus sterk worden beïnvloed.
(81) Tot slot herinnert de Commissie eraan dat voor de productie van het onderzochte product een aantal inputs nodig is. Wanneer de producenten van het onderzochte product deze inputs aankopen of daarvoor een contract sluiten, zijn de prijzen die zij betalen (en die als hun kosten worden geregistreerd), duidelijk blootgesteld aan dezelfde systemische verstoringen als hierboven genoemd. Zo zetten leveranciers van inputs bijvoorbeeld arbeidskrachten in die aan de verstoringen onderhevig zijn. Zij kunnen geld lenen dat onderhevig is aan de verstoringen in de financiële sector/kapitaaltoewijzing. Daarnaast zijn zij onderworpen aan het planningssysteem dat van toepassing is op alle overheidsniveaus en sectoren.
(82) Dientengevolge zijn niet alleen de binnenlandse verkoopprijzen van het onderzochte product ongeschikt om te worden gebruikt in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening, maar geldt dat ook voor alle kosten voor inputs (waaronder grondstoffen, energie, grond, financiering, arbeid enz.), omdat de prijsvorming daarvan wordt beïnvloed door aanzienlijk overheidsingrijpen, zoals beschreven in de delen I en II van het rapport. Het overheidsingrijpen dat met betrekking tot de toewijzing van kapitaal, grond, arbeid, energie en grondstoffen is beschreven, vindt namelijk plaats in de gehele VRC. Dit betekent bijvoorbeeld dat een basisproduct dat zelf in de VRC is geproduceerd door de combinatie van een reeks productiefactoren aan verstoringen van betekenis onderhevig is. Hetzelfde geldt voor de input voor de input enz.
(83) Samengevat is uit het beschikbare bewijsmateriaal gebleken dat de prijzen en kosten van het onderzochte product, waaronder de kosten van grondstoffen, energie en arbeid, niet door vrije marktwerking tot stand zijn gekomen omdat zij worden beïnvloed door aanzienlijk overheidsingrijpen in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening, zoals blijkt uit de daadwerkelijke of mogelijke gevolgen van een of meer van de daarin genoemde relevante factoren. Op grond daarvan is de Commissie tot de conclusie gekomen dat het in dit geval niet passend is om voor de vaststelling van de normale waarde gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten.
(84) De Chinese overheid heeft geen opmerkingen gemaakt of bewijsmateriaal verstrekt ter ondersteuning of weerlegging van het bestaande bewijsmateriaal in het dossier, waaronder het rapport en het door de klager verstrekte aanvullende bewijsmateriaal, over de aanwezigheid van verstoringen van betekenis en/of de geschiktheid van de toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening in het onderhavige geval.
(85) De Commissie heeft geen opmerkingen van belanghebbenden ontvangen met betrekking tot het bestaan van verstoringen van betekenis in de VRC.
(86) Gezien het voorgaande heeft de Commissie de normale waarde uitsluitend berekend aan de hand van productie- en verkoopkosten waarin niet-verstoorde prijzen of benchmarks tot uitdrukking komen, dat wil zeggen in dit geval aan de hand van de overeenkomstige productie- en verkoopkosten in een passend representatief land in overeenstemming met artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening, zoals beschreven in het volgende punt.
3.2.2. Representatief land
3.2.2.1. Algemene opmerkingen
(87) De keuze van het representatieve land overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening werd gebaseerd op de volgende criteria:
-
Een niveau van economische ontwikkeling dat vergelijkbaar is met dat van de VRC. Hiervoor heeft de Commissie landen gekozen met een bruto nationaal inkomen per inwoner dat volgens de databank van de Wereldbank(62) vergelijkbaar is met dat van de VRC;
-
Vervaardiging van het onderzochte product in dat land;
-
Beschikbaarheid van relevante openbare gegevens in het representatieve land;
-
Wanneer er sprake was van meer dan één mogelijk representatief land, werd in voorkomend geval de voorkeur gegeven aan het land met een toereikend niveau van sociale en milieubescherming.
(88) Zoals toegelicht in overweging 40 heeft de Commissie op 14 november 2024 een mededeling aangaande de bronnen voor de vaststelling van de normale waarde en de productiefactoren in het dossier uitgebracht(63). In deze mededeling heeft de Commissie een beschrijving gegeven van de feiten en het bewijsmateriaal die ten grondslag liggen aan de relevante criteria en heeft zij de belanghebbenden in kennis gesteld van haar voornemen om Turkije of Indonesië in dit geval als een passend representatief land aan te merken indien het bestaan van verstoringen van betekenis in overeenstemming met artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening zou worden bevestigd.
Een niveau van economische ontwikkeling dat vergelijkbaar is met dat van de VRC
(89) In de eerste mededeling over de productiefactoren heeft de Commissie Turkije en Indonesië aangemerkt als landen die volgens de Wereldbank een vergelijkbaar niveau van economische ontwikkeling hebben als China (d.w.z. dat zij door de Wereldbank op basis van het bruto nationaal inkomen elk als “hogermiddeninkomensland” zijn ingedeeld). In de klacht werd gesteld dat het bekend was dat het onderzochte product in beide landen werd geproduceerd.
(90) Er werden geen opmerkingen ontvangen over het niveau van economische ontwikkeling van de aangemerkte landen.
Beschikbaarheid van relevante onmiddellijk beschikbare gegevens in het representatieve land
(91) Wat Turkije betreft, heeft de Commissie in de mededeling vermeld dat de klager twee producenten van stalen rupsbandsegmenten had aangewezen, namelijk Özkan Demir Çelik Sanayi Anonim Şirketi en Bs Track Makina Yedek Parça Imalat Sanayi Ve Ticaret Anonim Şirketi. De jaarrekeningen van Özkan Demir Çelik Sanayi Anonim Şirketi, waaruit een redelijke winstgevendheid bleek voor een periode die het dichtst in de buurt lag van het onderzoektijdvak (2022), konden in Orbis worden geraadpleegd. De jaarrekeningen van BS Track Makina Yedek Parça Imalat Sanayi Ve Ticaret Anonim Şirketi waren niet beschikbaar omdat deze onderneming pas in 2023 is opgericht. Daarnaast werd in de klacht een producent van andere producten in dezelfde algemene categorie en/of sector als het onderzochte product genoemd, namelijk Kocaer Çelik Sanayi ve Ticaret AS. De jaarrekeningen voor een periode die deels overlapt met het onderzoektijdvak (2023) konden in Orbis worden geraadpleegd en laten voor die periode een redelijke winstgevendheid zien.
(92) Wat Indonesië betreft, heeft de Commissie geen producenten van stalen rupsbandsegmenten gevonden.
(93) De Commissie heeft ook de invoer van de belangrijkste productiefactoren in de potentiële representatieve landen onderzocht. Uit de analyse van de invoergegevens bleek dat de invoer in Indonesië van de belangrijkste productiefactor (namelijk de speciale staalprofielen die werden ingevoerd onder GS-code 722870) in het onderzoektijdvak vrijwel uitsluitend uit de VRC werd ingevoerd (96,8 % op het niveau van de GS-code). Daarom oordeelde de Commissie dat Indonesië niet als een passend representatief land kon worden aangemerkt.
(94) Uit dezelfde analyse bleek ook dat de invoer van de belangrijkste productiefactoren in Turkije niet wezenlijk werd beïnvloed door invoer uit de VRC of uit een van de landen vermeld in bijlage I bij Verordening (EU) 2015/755 van het Europees Parlement en de Raad(64).
(95) In de mededeling analyseerde de Commissie ook uitvoer- en/of invoerbeperkingen van de belangrijkste productiefactoren aan de hand van de databank van Global Trade Alert(65) en de Market Access Map(66).
(96) Voor Turkije werden geen uitvoer- en/of invoerbeperkingen voor het onderzochte product of voor de grondstoffen vastgesteld.
(97) Wat Indonesië betreft, heeft de Commissie vastgesteld dat dit land in 2022 tot eind 2024 vrijwaringsmaatregelen heeft ingesteld ten aanzien van de invoer van speciale staalprofielen (GS-code 722870) uit de VRC.
(98) Voor geen van de bovengenoemde potentiële representatieve landen werden er opmerkingen ten aanzien van zijn geschiktheid ontvangen.
(99) Gezien het voorgaande heeft de Commissie voorlopig geconcludeerd dat Turkije een passend representatief land is en dat aan de hand van de gegevens van Kocaer Çelik Sanayi ve Ticaret AS niet-verstoorde prijzen of benchmarks kunnen worden vastgesteld voor de berekening van de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, van de basisverordening.
Niveau van sociale en milieubescherming
(100) Aangezien was vastgesteld dat Turkije op grond van alle voornoemde factoren het enige passende representatieve land was, hoefde er op grond van alle voorgaande elementen geen beoordeling van het niveau van sociale en milieubescherming plaats te vinden overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, laatste zin, van de basisverordening.
3.2.2.2. Conclusie
(101) Gezien bovenstaande analyse voldeed Turkije aan de in artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, van de basisverordening vermelde criteria om als passend representatief land te worden beschouwd.
3.2.3. Bronnen voor de vaststelling van niet-verstoorde kosten
(102) In de mededeling heeft de Commissie de productiefactoren vermeld, zoals grondstoffen, energie en arbeid, waarvan de klager bij de productie van het onderzochte product gebruikmaakt, zoals toegelicht in overweging 40, en heeft zij de belanghebbenden verzocht om opmerkingen te maken en openbaar beschikbare informatie voor te stellen over niet-verstoorde waarden voor elk van de in die mededeling genoemde productiefactoren. Er werden geen opmerkingen ontvangen.
3.2.3.1. Productiefactoren
(103) Aan de hand van de door de klager verstrekte gegevens, zoals toegelicht in overweging 40, zijn voor de vaststelling van de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening de volgende productiefactoren en de bronnen daarvan in kaart gebracht:
Tabel 1 Productiefactoren van het onderzochte product Productiefactor Goederencode Bron Meeteenheid
Niet-verstoorde waarde (CNY)
Grondstoffen
Speciale staalprofielen
72287010, 722870900011, 722870900019 Global Trade Atlas (GTA) – Turkije kg
7,39
Verf N.v.t. Klacht voor het verven van 1 ton onderzocht product
163,89
Arbeid
Arbeid N.v.t. Nationale statistieken uren
96,76
Energie
Elektriciteit N.v.t. Nationale statistieken kWh
0,77
Aardgas N.v.t. Nationale statistieken m3
4,06
(104) De Commissie heeft een waarde voor de overhead-productiekosten opgenomen om de kosten te bestrijken die niet in de bovengenoemde productiefactoren zijn opgenomen. Om dit bedrag vast te stellen, heeft de Commissie de overhead-productiekosten van de klager voor de productie van het onderzochte product uitgedrukt als percentage van de werkelijke kosten van de gebruikte grondstoffen en vervolgens hetzelfde percentage toegepast op de niet-verstoorde kosten van dezelfde grondstoffen om de niet-verstoorde overhead-productiekosten te verkrijgen. De Commissie was van oordeel dat, wegens gebrek aan medewerking van de producenten-exporteurs en op grond van artikel 18 van de basisverordening, de ratio tussen de kosten voor grondstoffen van de klager en de gerapporteerde overheadkosten redelijkerwijs kon worden gebruikt als indicatie voor een schatting van de niet-verstoorde overhead-productiekosten.
3.2.4. Grondstoffen
(105) Met het oog op de vaststelling van de niet-verstoorde prijs van grondstoffen als geleverd aan de fabriekspoort van een producent in het representatieve land, heeft de Commissie als basis de gewogen gemiddelde invoerprijs voor het representatieve land gebruikt, zoals vermeld in de GTA, waarbij invoerrechten werden opgeteld. De invoerprijs in het representatieve land werd vastgesteld als een gewogen gemiddelde van de eenheidsprijzen van de invoer uit alle derde landen met uitzondering van de VRC en de in bijlage I bij Verordening (EU) 2015/755 van het Europees Parlement en de Raad genoemde landen die geen lid zijn van de WTO(67). De Commissie heeft besloten de invoer uit de VRC in het representatieve land uit te sluiten, aangezien zij in overweging 86 tot de conclusie is gekomen dat het wegens de aanwezigheid van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening, niet passend is om de binnenlandse prijzen en kosten in de VRC te gebruiken. Aangezien er geen bewijsmateriaal is waaruit blijkt dat dezelfde verstoringen niet gelijkelijk gevolgen hebben voor de voor uitvoer bestemde producten, was de Commissie van mening dat die verstoringen gevolgen hebben gehad voor de uitvoerprijzen.
(106) Teneinde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, van de basisverordening de niet-verstoorde prijs van grondstoffen vast te stellen, heeft de Commissie de desbetreffende invoerrechten opgeteld bij de cif-waarde die was geregistreerd in de invoerstatistieken van het representatieve land, zoals beschikbaar in de GTA.
(107) Wegens het gebrek aan medewerking van de Chinese producenten-exporteurs werd een alternatieve methode gebruikt om de verfkosten voor stalen rupsbandsegmenten te schatten. Uit de door de klager verstrekte informatie bleek dat de kosten van de verf in het onderzoektijdvak ongeveer 1,97 % bedroegen van de kosten van de speciale staalprofielen die nodig waren om het onderzochte product te vervaardigen. Wegens het ontbreken van andere beschikbare informatie was de Commissie van oordeel dat dit percentage in het kader van dit onderzoek redelijkerwijze kon worden gebruikt als indicatie voor een schatting van de niet-verstoorde kosten van de verf.
Arbeid
(108) Het Turks Instituut voor de Statistiek(68) publiceert uitvoerige informatie over lonen in verschillende economische sectoren in Turkije. De Commissie heeft gebruikgemaakt van de meest recente beschikbare statistieken over 2022 voor de gemiddelde loonkosten voor de economische activiteit C.24 (Vervaardiging van metalen in primaire vorm) overeenkomstig de NACE Rev.2-classificatie. Om de gemiddelde maandelijkse waarde voor 2022 aan te passen aan het onderzoektijdvak, d.w.z. 96,76 CNY/uur, werd deze naar behoren voor inflatie gecorrigeerd aan de hand van de door het Turks Instituut voor Statistiek gepubliceerde loonkostenindex(69), waarbij werd gebruikgemaakt van de bij de vragenlijst voor producenten-exporteurs gevoegde wisselkoers voor het onderzoektijdvak.
Elektriciteit
(109) De Commissie heeft gebruikgemaakt van de statistieken over elektriciteitsprijzen die de Regelgevende autoriteit voor de energiemarkt (EPDK)(70) in haar periodieke persberichten heeft gepubliceerd. De Commissie heeft gebruikgemaakt van de gegevens met betrekking tot de industriële elektriciteitsprijzen in kuruş/kWh(71) voor de industriële sector voor 2023, waarmee het onderzoektijdvak deels werd bestreken, namelijk 0,77 CNY/kWh, waarbij zij gebruikmaakte van de bij de vragenlijst voor producenten-exporteurs gevoegde wisselkoers voor het onderzoektijdvak.
Aardgas
(110) De Commissie heeft gebruikgemaakt van de gasprijs voor industriële gebruikers in Turkije, die is bekendgemaakt door het Turks Instituut voor Statistiek in zijn periodieke persberichten. De Commissie heeft gebruikgemaakt van de gegevens over de gasprijzen in de overeenkomstige verbruikscategorie in kuruş/m3, naar behoren gecorrigeerd voor inflatie in het onderzoektijdvak, op basis van de door het Turks Instituut voor Statistiek gepubliceerde producentenprijsindex(72), namelijk 4,06 CNY/m3, met gebruikmaking van de wisselkoers voor het onderzoektijdvak die bij de vragenlijst voor producenten-exporteurs was gevoegd. De prijs is gecorrigeerd voor 18 % btw, aangezien de opgegeven prijs inclusief btw is.
Overhead-productiekosten, VAA-kosten, winst en afschrijving
(111) Volgens artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening geldt het volgende: “De door berekening vastgestelde normale waarde omvat een niet-verstoord en redelijk bedrag voor administratiekosten, verkoopkosten en algemene kosten en voor winst”. Bovendien moet een waarde voor de overhead-productiekosten worden vastgesteld om de niet in de bovengenoemde productiefactoren opgenomen kosten te bestrijken.
(112) Om een niet-verstoorde waarde voor de overhead-productiekosten vast te stellen, heeft de Commissie – bij gebrek aan medewerking van de Chinese producenten-exporteurs – overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening gebruikgemaakt van de beschikbare gegevens. Daarom heeft de Commissie het aandeel van de overhead-productiekosten in de totale productie- en loonkosten vastgesteld op basis van de gegevens van de klager. Vervolgens heeft zij dit percentage toegepast op de niet-verstoorde waarde van de productiekosten om de niet-verstoorde waarde van de overhead-productiekosten te verkrijgen.
(113) Om een niet-verstoord en redelijk bedrag voor de VAA-kosten, de winst en de afschrijving vast te stellen, baseerde de Commissie zich op de financiële gegevens van Kocaer Çelik Sanayi ve Ticaret AS met betrekking tot 2023, die zij uit Orbis haalde.
Berekening
(114) Op basis van het bovenstaande heeft de Commissie de normale waarde per productsoort in het stadium af fabriek berekend overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening.
(115) Eerst heeft de Commissie de niet-verstoorde productiekosten vastgesteld. Wegens het gebrek aan medewerking van de producenten-exporteurs heeft de Commissie zich gebaseerd op de informatie die de klager heeft verstrekt over het verbruik van elke productiefactor (grondstoffen en arbeid) voor de productie van het onderzochte product tijdens het onderzoektijdvak. De Commissie vermenigvuldigde het gebruik van de factoren met de niet-verstoorde kosten per eenheid in het representatieve land, zoals beschreven in punt 3.2.4.
(116) Toen de niet-verstoorde productiekosten waren vastgesteld, heeft de Commissie de overhead-productiekosten, de VAA-kosten, de winst en de afschrijving toegepast zoals genoemd in de overwegingen 112 tot en met 107. Deze werden vastgesteld op basis van de jaarrekening van Kocaer Çelik Sanayi ve Ticaret AS zoals uiteengezet in overweging 113.
(117) Vervolgens heeft de Commissie de overhead-productiekosten en afschrijvingen bij de niet-verstoorde vervaardigingskosten opgeteld, zoals toegelicht in overweging 112, om te komen tot de niet-verstoorde productiekosten.
(118) Op de productiekosten die zijn vastgesteld zoals beschreven in de vorige overweging, heeft de Commissie de VAA-kosten en de winst van Kocaer Çelik Sanayi ve Ticaret AS toegepast. De VAA-kosten, uitgedrukt als percentage van de verkoopkostprijs en toegepast op de niet-verstoorde productiekosten, bedroegen 5,21 %. De winst, uitgedrukt als percentage van de verkoopkostprijs en toegepast op de niet-verstoorde productiekosten, bedroeg 11,4 %.
(119) Op basis daarvan heeft de Commissie de normale waarde per productsoort af fabriek berekend overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening.
3.3. Uitvoerprijs
(120) Gezien het gebrek aan medewerking van de Chinese producenten-exporteurs werd de uitvoerprijs vastgesteld op basis van de fob-prijzen in een bij de klacht gevoegde reeks offertes en facturen voor de levering van tien soorten stalen rupsbandsegmenten door vijf Chinese producenten-exporteurs aan gebruikers in de Unie tijdens het onderzoektijdvak.
3.4. Vergelijking
(121) Artikel 2, lid 10, van de basisverordening verplicht de Commissie een billijke vergelijking te maken tussen de normale waarde en de uitvoerprijs in hetzelfde handelsstadium en om correcties toe te passen voor verschillen tussen factoren die van invloed zijn op de prijzen en de vergelijkbaarheid van de prijzen. In het onderhavige geval heeft de Commissie de normale waarde en de uitvoerprijs die aldus is vastgesteld in het handelsstadium af fabriek vergeleken. Zoals hieronder verder wordt toegelicht, werden de normale waarde en de uitvoerprijs waar nodig aangepast om: i) ze terug te rekenen tot het stadium af fabriek; en ii) correcties toe te passen voor verschillen tussen factoren waarvan werd beweerd en aangetoond dat zij van invloed zijn op de prijzen en de vergelijkbaarheid van de prijzen.
3.4.1. Correcties op de normale waarde
(122) Zoals uiteengezet in de overwegingen 114 tot en met 119, werd de normale waarde in het handelsstadium af fabriek vastgesteld door gebruik te maken van de productiekosten, samen met de bedragen voor de VAA-kosten en de winst, die voor dat handelsstadium redelijk werden geacht. Daarom waren er geen correcties nodig om de normale waarde terug te rekenen tot het stadium af fabriek.
(123) De Commissie heeft geen gronden gevonden om de normale waarde te corrigeren, en gezien het gebrek aan medewerking van de Chinese producenten-exporteurs werden door geen van de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs correcties gevraagd.
3.4.2. Correcties op de uitvoerprijs
(124) Om de uitvoerprijs terug te rekenen tot het handelsstadium af fabriek zijn er correcties voor de kosten van binnenlands vervoer toegepast op basis van openbare bronnen(73) en andere beschikbare informatie, wegens het gebrek aan medewerking van de Chinese producenten-exporteurs.
3.5. Dumpingmarge
(125) Voor alle producenten-exporteurs in de VRC heeft de Commissie de dumpingmarge overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening aan de hand van de beschikbare gegevens vastgesteld.
(126) De cif-prijs werd berekend op basis van de fob-uitvoerprijs, aangepast door vervoer over zee toe te voegen op basis van de wereldwijde prijsindex voor zeevrachtcontainers FBX11(74).
(127) De volgende tabel bevat de voorlopige dumpingmarge, uitgedrukt als percentage van de cif-prijs, grens Unie, vóór inklaring:
Onderneming Voorlopige dumpingmarge Alle invoer van oorsprong uit het betrokken land
62,5 %
4. SCHADE
4.1. Omschrijving van de bedrijfstak van de Unie en de productie in de Unie
(128) Het soortgelijke product werd in het onderzoektijdvak vervaardigd door drie producenten in de Unie. Zij vormen de “bedrijfstak van de Unie” in de zin van artikel 4, lid 1, van de basisverordening. De bedrijfstak van de Unie omvat geen assemblagebedrijven, d.w.z. producenten die de stalen rupsbandsegmenten niet zelf produceren maar ze bij een derde partij inkopen en ze assembleren tot grotere componenten, zoals rupsbandgroepen.
(129) De totale productie in de Unie tijdens het onderzoektijdvak werd vastgesteld op ongeveer 59 700 ton. De Commissie heeft dit cijfer vastgesteld op basis van het antwoord op de macrovragenlijst die door de klager was ingediend. Zoals aangegeven in overweging 7 hoefde er geen steekproef te worden uitgevoerd en vertegenwoordigde de meewerkende producent in de Unie meer dan [52-58] % van de geschatte totale productie van het soortgelijke product in de Unie.
4.2. Verbruik in de Unie
(130) Wegens het ontbreken van invoerstatistieken die specifiek betrekking hebben op het onderzochte product en gezien het gebrek aan medewerking van de Chinese producenten-exporteurs, zoals uiteengezet in overweging 16, heeft de Commissie het verbruik in de Unie vastgesteld op basis van de in de klacht vermelde methode. Volgens deze methode bestaat het verbruik in de Unie uit de consumptie voor nieuwe machines op rupsbanden en het verbruik voor de aftermarket. Voor het verbruik van nieuwe stalen rupsbandsegmenten voor nieuwe machines op rupsbanden gebruikte de Commissie een schatting van het aantal in de Unie verkochte machines op rupsbanden, een schatting van het gemiddelde aantal rupsbandsegmenten en het gemiddelde eenheidsgewicht per rupsbandsegment per machine op rupsbanden. Voor het verbruik van stalen rupsbandsegmenten voor de aftermarket gebruikte de Commissie een schatting van het aantal geïnstalleerde onderstellen van machines op rupsbanden in de Unie en het gemiddelde aantal jaren voor de vervanging van deze segmenten(75).
(131) Aangezien er geen andere statistische gegevens beschikbaar waren, achtte de Commissie deze methode geschikt.
(132) Het verbruik in de Unie heeft zich als volgt ontwikkeld:
Tabel 2 Verbruik in de Unie (ton)
2021 2022 2023 Onderzoektijdvak Totaal verbruik in de Unie
125 877
129 822
128 671
130 007
Index
100
103
102
103
(133) Het totale verbruik in de Unie bleef tussen 2021 en het einde van het onderzoektijdvak relatief stabiel en vertoonde slechts een lichte stijging van 3 %. Deze trend kan worden gekoppeld aan de relatief stabiele situatie van de bouwsector in de Unie waarvoor de machines op rupsbanden worden gebruikt.
4.3. Invoer uit het betrokken land
4.3.1. Volume en marktaandeel van de invoer uit het betrokken land
(134) De Commissie heeft de omvang van de invoer en het marktaandeel vastgesteld op basis van het verbruik in de Unie, berekend zoals beschreven in overweging 130. De omvang van de totale invoer uit alle derde landen werd vastgesteld door de verkoop in de Unie door de producenten in de Unie in mindering te brengen op het totale verbruik in de Unie. De resulterende omvang van de totale invoer werd vervolgens toegewezen aan de VRC en aan andere derde landen op basis van het door Eurostat gerapporteerde aandeel van de invoer van elk land voor GN-code 8431 49 20, aangezien de beschrijving van deze GN-code(76) volgens de klager het meest overeenstemt met het product dat op de markt van de Unie wordt ingevoerd en verkocht.
(135) De invoer in de Unie uit het betrokken land heeft zich als volgt ontwikkeld:
Tabel 3 Hoeveelheid (ton) en marktaandeel van de invoer
2021 2022 2023 Onderzoektijdvak Hoeveelheid van de invoer uit de VRC (ton)
62 273
68 126
74 981
76 681
Index
100
109
120
123
Marktaandeel
49 %
52 %
58 %
59 %
(136) De invoer uit de VRC is tussen 2021 en 2022 met 9 % toegenomen, namelijk van 62 273 ton tot 68 126 ton. In 2023 nam de invoer verder toe tot 74 981 ton, gevolgd door een gematigde stijging tot het einde van het onderzoektijdvak tot 76 681 ton. Deze totale toename van 23 % in de beoordelingsperiode overtrof ruimschoots de ontwikkeling van het verbruik in de Unie, dat met slechts 3 % was toegenomen, zoals in overweging 133 wordt beschreven.
(137) In totaal nam het marktaandeel van invoer uit de VRC in de beoordelingsperiode toe van 49,0 % tot 59 %.
4.4. Prijzen van de invoer uit het betrokken land en prijsonderbieding
(138) Wegens het gebrek aan medewerking van de Chinese producenten-exporteurs heeft de Commissie voor het onderzoektijdvak de prijzen van de invoer uit het betrokken land vastgesteld op basis van de fob-prijzen in een door de klager verstrekte reeks offertes en facturen voor de levering van stalen rupsbandsegmenten door producenten-exporteurs uit de VRC aan gebruikers in de Unie. Het gewogen gemiddelde van deze prijzen werd gecorrigeerd voor vervoerskosten op basis van de wereldwijde prijsindex voor zeevrachtcontainers FBX11(77) om te komen tot een gemiddelde cif-prijs, grens Unie.
(139) Aan de hand van bovenstaande invoerprijs werd vervolgens de invoerprijs voor de jaren 2021 tot en met 2023 vastgesteld, waarbij ervan werd uitgegaan dat de ontwikkeling van de invoerprijs van het onderzochte product gedurende de gehele beoordelingsperiode de ontwikkeling volgde van de door Eurostat gerapporteerde gemiddelde prijs van de invoer uit de VRC onder GN-code 8431 49 20. Bijvoorbeeld: als de gemiddelde prijs van alle invoer uit de VRC onder GN-code 8431 49 20 in 2023 5 % hoger was dan in het onderzoektijdvak, werd de prijs van het ingevoerde betrokken product in 2023 berekend door de voor het onderzoektijdvak vastgestelde prijs van het betrokken product te vermenigvuldigen met 1,05.
(140) In tabel 4 wordt de ontwikkeling van de gewogen gemiddelde prijzen van de invoer in de Unie uit het betrokken land weergegeven. Aangezien de berekeningen van de dumping-, prijsonderbiedings- en schademarges uitsluitend zijn gebaseerd op gemiddelde invoerprijzen en gemiddelde verkoopprijzen in de Unie, en om de vertrouwelijkheid van deze laatste te garanderen, worden de invoerprijzen in orden van grootte weergegeven.
Tabel 4 Invoerprijzen (EUR/ton)
2021 2022 2023 Onderzoektijdvak VRC [757 - 1 280] [925 - 1 564] [760 - 1 286] [725 - 1 226]
Index
100
122
100
96
(141) De prijzen van de invoer uit de VRC zijn tussen 2021 en 2022 gestegen van [757-1 280] EUR/ton tot [925-1 564] EUR/ton. In 2023 daalde de gemiddelde invoerprijs tot [760-1 286] EUR/ton, gevolgd door een daling tot [725-1 226] EUR/ton. De invoerprijzen lagen gedurende de gehele beoordelingsperiode consequent onder de prijs van de bedrijfstak van de Unie (zie tabel 8).
(142) De Commissie heeft de prijsonderbieding tijdens het onderzoektijdvak vastgesteld aan de hand van een vergelijking van:
-
de gewogen gemiddelde verkoopprijzen die door de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie werden berekend aan niet-verbonden afnemers op de markt van de Unie, gecorrigeerd tot het niveau af fabriek, en
-
de in overweging 138 vastgestelde gewogen gemiddelde invoerprijzen.
(143) Het resultaat van de vergelijking werd uitgedrukt als een percentage van de theoretische omzet in het onderzoektijdvak van de meewerkende producent in de Unie. Daaruit bleek dat de gewogen gemiddelde prijsonderbiedingsmarge van de invoer uit het betrokken land op de markt van de Unie 28,8 % bedroeg.
4.5. Economische situatie van de bedrijfstak van de Unie
4.5.1. Algemene opmerkingen
(144) Overeenkomstig artikel 3, lid 5, van de basisverordening omvatte het onderzoek naar de gevolgen van de invoer met dumping voor de bedrijfstak van de Unie een beoordeling van alle economische indicatoren die tijdens de beoordelingsperiode van invloed waren op de situatie van de bedrijfstak van de Unie.
(145) Voor de schadevaststelling heeft de Commissie onderscheid gemaakt tussen macro-economische en micro-economische schade-indicatoren. De Commissie heeft de macro-economische indicatoren beoordeeld op basis van de gegevens in het door de klager ingediende antwoord op de vragenlijst, dat gegevens met betrekking tot alle producenten in de Unie bestrijkt. De Commissie heeft de micro-economische indicatoren beoordeeld op basis van de gegevens die de klager in de antwoorden op de vragenlijst had verstrekt. Beide gegevensreeksen bleken representatief te zijn voor de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie.
(146) De macro-economische indicatoren zijn: productie, productiecapaciteit, bezettingsgraad, verkoopvolume, marktaandeel, groei, werkgelegenheid, productiviteit, hoogte van de dumpingmarge en herstel van eerdere dumping.
(147) De micro-economische indicatoren zijn: gemiddelde prijzen per eenheid, kosten per eenheid, loonkosten, voorraden, winstgevendheid, kasstroom, investeringen, rendement van investeringen en vermogen om kapitaal aan te trekken.
4.5.2. Macro-economische indicatoren
4.5.2.1. Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad
(148) De totale productie in de Unie, de productiecapaciteit en de bezettingsgraad in de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:
Tabel 5 Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad
2021 2022 2023 Onderzoektijdvak Productiehoeveelheid (ton)
101 039
81 721
60 730
59 725
Index
100
81
60
59
Productiecapaciteit (ton)
133 000
133 000
133 000
133 000
Index
100
100
100
100
Bezettingsgraad (%)
76
61
46
45
Index
100
81
60
59
(149) Tijdens de gehele beoordelingsperiode daalde het productievolume van de bedrijfstak van de Unie van ongeveer 101 000 ton in 2021 tot ongeveer 59 700 ton in het onderzoektijdvak, wat neerkomt op een daling van 41 %.
(150) In de beoordelingsperiode bleef de productiecapaciteit van de bedrijfstak van de Unie stabiel op 133 000 ton.
(151) De bezettingsgraad in de beoordelingsperiode daalde daarmee van 76 % in 2021 tot 45 % in het onderzoektijdvak. Deze trend komt overeen met de daling van de productiehoeveelheid, wat resulteert in een relatieve daling van 41 %.
4.5.2.2. Verkoophoeveelheid en marktaandeel
(152) De verkoophoeveelheid en het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:
Tabel 6 Verkoophoeveelheid en marktaandeel
2021 2022 2023 Onderzoektijdvak Totale verkochte hoeveelheid op de markt van de Unie (ton)
38 907
32 118
23 257
23 148
Index
100
83
60
59
Marktaandeel (%)
31
25
18
18
Index
100
80
58
58
(153) Tijdens de beoordelingsperiode daalde de totale verkoop in de Unie van ongeveer 38 900 ton in 2021 tot 23 148 ton in het onderzoektijdvak, wat neerkomt op een daling van 41 %.
(154) Tegelijkertijd daalde het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie van 31 % in 2021 tot slechts 18 % in de beoordelingsperiode, waarbij de daling het sterkst was tussen 2022 en 2023.
4.5.2.3. Groei
(155) Blijkens de daling van het marktaandeel van de verkoop in de Unie heeft de bedrijfstak van de Unie niet weten te profiteren van het stabiele en licht groeiende verbruik op de markt van de Unie in de beoordelingsperiode.
4.5.2.4. Werkgelegenheid en productiviteit
(156) De werkgelegenheid en de productiviteit hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:
Tabel 7 Werkgelegenheid en productiviteit
2021 2022 2023 Onderzoektijdvak Aantal werknemers
243
205
193
190
Index
100
84
79
78
Productiviteit (ton/werknemer)
416
399
315
314
Index
100
96
76
76
(157) De werkgelegenheid in de bedrijfstak van de Unie is uitgedrukt in vte van 2021 tot het onderzoektijdvak met 22 % gedaald. Deze trend volgde grotendeels de trend van het productievolume zoals weergegeven in tabel 5.
(158) De productiviteit in ton was het gevolg van de ontwikkelingen op het gebied van productie en werkgelegenheid en daalde mee met de trend op het gebied van werkgelegenheid.
4.5.2.5. Hoogte van de dumpingmarge en herstel van eerdere dumping
(159) De dumpingmarge lag aanzienlijk boven de de-minimisdrempel. De gevolgen van de hoogte van de werkelijke dumpingmarge voor de bedrijfstak van de Unie waren aanzienlijk, gezien het volume en de prijzen van de invoer uit het betrokken land.
(160) Dit is het eerste antidumpingonderzoek ten aanzien van het betrokken product. Daarom waren er geen gegevens beschikbaar om de gevolgen van mogelijke dumping in het verleden vast te stellen.
4.5.3. Micro-economische indicatoren
4.5.3.1. Prijzen en factoren die de prijzen beïnvloeden
(161) In tabel 7 wordt de ontwikkeling van de gewogen gemiddelde prijzen per eenheid van de meewerkende producent in de Unie bij verkoop aan niet-verbonden afnemers in de Unie in de beoordelingsperiode weergegeven. Omwille van de vertrouwelijkheid worden de cijfers in orden van grootte weergegeven:
Tabel 8 Verkoopprijzen in de Unie
2021 2022 2023 Onderzoektijdvak Gemiddelde verkoopprijs per eenheid in de Unie op de totale markt (EUR/ton) [838-1 357] [1 125-1 823] [1 073-1 738] [1 029-1 667]
Index
100
134
128
123
Productiekosten per eenheid (EUR/ton) [841–1 422] [1 104–1 866] [1 199-1 891] [1 094–1 849]
Index
100
131
133
130
(162) Tussen 2021 en 2022 stegen de verkoopprijzen op de markt van de Unie met 34 %. In de periode tussen 2022 en het onderzoektijdvak daalden de prijzen met 8 %. De stijging van de verkoopprijzen tussen 2021 en 2022 kan in verband worden gebracht met de stijging van de kosten, zoals hieronder nader wordt beschreven. Als gevolg van de laaggeprijsde invoer met dumping uit de VRC daalde het prijsniveau echter tussen 2022 en het onderzoektijdvak.
(163) De gemiddelde productiekosten per eenheid zijn tussen 2021 en 2022 met 31 % gestegen. Tussen 2022 en het onderzoektijdvak bleven de gemiddelde productiekosten per eenheid stabiel.
4.5.3.2. Loonkosten
(164) De gemiddelde loonkosten van de meewerkende producent in de Unie ontwikkelden zich in de beoordelingsperiode zoals aangegeven in tabel 9. Omwille van de vertrouwelijkheid worden de cijfers in orden van grootte weergegeven:
Tabel 9 Gemiddelde loonkosten per werknemer
2021 2022 2023 Onderzoektijdvak Gemiddelde loonkosten per werknemer (EUR) [32 516-54 956] [34 463- 58 247] [31 914-53 939] [33 220-56 147]
Index
100
106
98
102
(165) De gemiddelde loonkosten per werknemer zijn uitgedrukt in vte tussen 2021 en 2022 met 6 % licht gestegen. Tussen 2022 en 2023 daalden de loonkosten met 8 %, terwijl er tussen 2023 en het onderzoektijdvak een lichte stijging van 4 % was. Daardoor bleven de gemiddelde loonkosten in de beoordelingsperiode relatief stabiel.
4.5.3.3. Voorraden
(166) De voorraadniveaus van de meewerkende producent in de Unie ontwikkelden zich in de beoordelingsperiode zoals weergegeven in tabel 10. Omwille van de vertrouwelijkheid worden de cijfers in orden van grootte weergegeven:
Tabel 10 Voorraden
2021 2022 2023 Onderzoektijdvak Eindvoorraad (meeteenheid) [1 844-3 116] [1 976- 3 340] [1 792-3 029] [1 367- 2 310]
Index
100
107
97
74
Eindvoorraad als percentage van de productie [4 - 6] [4 - 7] [5 - 9] [4 - 7]
Index
100
117
152
119
(167) De voorraden van de meewerkende producent in de Unie zijn tussen 2021 en 2022 met 7 % licht gestegen. Tijdens de beoordelingsperiode zijn de voorraden met 26 % afgenomen. Aangezien het grootste deel van de productie plaatsvindt op basis van orders en klantspecificaties, vormen voorraden geen zinvolle schade-indicator.
4.5.3.4. Winstgevendheid, kasstroom, investeringen, rendement van investeringen en vermogen om kapitaal aan te trekken
(168) In tabel 11 wordt de ontwikkeling van de winstgevendheid, de kasstroom, de investeringen en het rendement van investeringen van de meewerkende producent in de Unie in de beoordelingsperiode weergegeven. Omwille van de vertrouwelijkheid worden de cijfers in orden van grootte weergegeven:
Tabel 11 Winstgevendheid, kasstroom, investeringen en rendement van investeringen
2021 2022 2023 Onderzoektijdvak Winstgevendheid van de verkoop in de Unie aan niet-verbonden afnemers (% van omzet) [3 - 5] [4 - 7] [(–2) - (–3)] [(–7) - (–11)]
Index
100
127
-57
- 209
Kasstroom (EUR) [477 856-807 643] [2 283 650-3 859 690] [9 438 002-15 951 553] [1 551 657-2 622 520]
Index
100
478
1 975
325
Investeringen (EUR) [1 133 379-1 915 570] [1 039 444-1 756 807] [1 596 285-2 697 947] [1 167 093-1 972 552]
Index
100
92
141
103
Rendement van investeringen [10 - 16] [24 - 40] [(–4) - (–6)] [(–5) - (–8)]
Index
100
247
-39
-51
(169) De Commissie heeft de winstgevendheid van de meewerkende producent in de Unie vastgesteld door de nettowinst vóór belastingen op de verkoop van het soortgelijke product aan niet-verbonden afnemers in de Unie uit te drukken als een percentage van de aldus gerealiseerde omzet.
(170) De winstgevendheid steeg tussen 2021 en 2022 met minder dan 2 procentpunten, na de stijging van de verkoopprijzen waarmee de bedrijfstak van de Unie de gestegen productiekosten kon dekken. Als gevolg van de prijsdruk door de invoer met dumping uit de VRC zag de bedrijfstak van de Unie zich vanaf 2023 echter genoodzaakt om zijn prijzen te verlagen tot onder de productiekosten. Dit had gevolgen voor de winstgevendheid, die tussen 2022 en het onderzoektijdvak drastisch daalde (tussen vier en negen procentpunten).
(171) De nettokasstroom is het vermogen van de producenten in de Unie om hun activiteiten zelf te financieren. Tussen 2021 en 2022 liet de nettokasstroom een stijgende trend zien, die in overeenstemming was met de ontwikkeling ten aanzien van de winstgevendheid. In 2023 deed zich als gevolg van de vermindering van de vorderingen een uitzonderlijke stijging voor, terwijl de nettokasstroom in het onderzoektijdvak aanzienlijk daalde.
(172) Tussen 2021 en 2022 zijn de investeringen met 8 % teruggelopen. Hoewel de investeringen tussen 2022 en 2023 met 49 % stegen, gevolgd door een daling van 38 % tussen 2023 en het onderzoektijdvak, bleven ze sinds het begin van de beoordelingsperiode over het algemeen op een laag niveau en werden ze voornamelijk gedaan om efficiëntiewinsten te behalen en bestaande faciliteiten te onderhouden. Als waarschijnlijk gevolg van de door de invoer met dumping uitgeoefende druk moest de bedrijfstak van de Unie investeringen uitstellen.
(173) Het rendement van investeringen is de winst uitgedrukt als percentage van de nettoboekwaarde van de investeringen. Het rendement van investeringen steeg tussen 2021 en 2022, maar daalde vervolgens tussen 2023 en het onderzoektijdvak aanzienlijk. Deze negatieve ontwikkeling toont aan dat, hoewel de investeringen werden voortgezet om de efficiëntie en het concurrentievermogen te handhaven en te verbeteren, de rendementen van die investeringen in de beoordelingsperiode aanzienlijk zijn gedaald doordat het voor de bedrijfstak van de Unie onmogelijk was om de winstgevendheid te verbeteren.
(174) Het vermogen van de meewerkende producent in de Unie om kapitaal aan te trekken steeg tussen 2021 en 2022 met 147 %, maar daalde tussen 2023 en het einde van het onderzoektijdvak aanzienlijk, met een totale afname van 198 %.
4.6. Conclusie over schade
(175) Uit het onderzoek is gebleken dat de Chinese producenten-exporteurs er ondanks het stabiele verbruik in zijn geslaagd hun invoervolume te vergroten, wat tot uiting komt in een toename van het marktaandeel van 36 % in 2021 tot 46,3 % in het onderzoektijdvak.
(176) Verschillende schade-indicatoren lieten negatieve trends zien, zoals productie, bezettingsgraad, voorraden, verkoopvolume en marktaandeel, maar ook werkgelegenheid en winstgevendheid. De bedrijfstak van de Unie kreeg te maken met hogere productiekosten zonder deze hogere kosten te kunnen dekken door de verkoopprijs in de Unie te verhogen (die sinds 2022 een neerwaartse trend liet zien). Het marktaandeel van de invoer uit de VRC nam toe, terwijl de invoerprijzen een dalende trend lieten zien en consequent onder de verkoopprijzen in de Unie lagen. Deze ontwikkelingen kwamen tot uiting in de dalende winstgevendheid van de bedrijfstak van de Unie en het lage algemene niveau van investeringen.
(177) Op basis van het bovenstaande is de Commissie in dit stadium tot de conclusie gekomen dat de bedrijfstak van de Unie aanmerkelijke schade heeft geleden in de zin van artikel 3, lid 5, van de basisverordening.
5. OORZAKELIJK VERBAND
(178) Overeenkomstig artikel 3, lid 6, van de basisverordening heeft de Commissie onderzocht of de bedrijfstak van de Unie door de invoer met dumping uit het betrokken land aanmerkelijke schade heeft geleden. Overeenkomstig artikel 3, lid 7, van de basisverordening heeft de Commissie onderzocht of de bedrijfstak van de Unie in dezelfde periode door andere bekende factoren schade kon hebben geleden. De Commissie heeft zich ervan verzekerd dat eventuele schade die werd veroorzaakt door andere factoren dan de invoer met dumping uit het betrokken land, niet aan de invoer met dumping werd toegeschreven. Die factoren zijn: de invoer uit derde landen en de uitvoerprestaties van de bedrijfstak van de Unie.
5.1. Gevolgen van de invoer met dumping
(179) De verslechtering van de situatie van de bedrijfstak van de Unie viel samen met de snelle stijging van de omvang van de invoer met dumping uit de VRC, die de markt van de Unie in grote hoeveelheden penetreerde en die de prijzen van de bedrijfstak van de Unie aanzienlijk onderbood en in elk geval een verhoging van de verkoopprijzen in de Unie in aanzienlijke mate verhinderde. Zoals blijkt uit tabel 3 is het volume van de Chinese invoer met dumping gestegen van 62 273 ton in 2021 tot 76 681 ton in het onderzoektijdvak. Zoals blijkt uit tabel 6 daalde de verkoop van de bedrijfstak van de Unie van 38 907 ton in 2021 tot 23 148 ton in het onderzoektijdvak. Aangezien het verbruik in de Unie in die periode stabiel bleef, kwam deze daling van het verkoopvolume in de Unie tot uiting in een aanzienlijke daling van het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie, van 31 % in 2021 tot 18 % in het onderzoektijdvak. Tegelijkertijd steeg het marktaandeel van de Chinese invoer van 49 % tot 59 %. De Commissie is daarom tot de conclusie gekomen dat de groei van de Chinese invoer op de markt van de Unie ten koste is gegaan van de verkoop van de bedrijfstak van de Unie.
(180) De prijzen van de Chinese invoer zijn tijdens de beoordelingsperiode met 4 % gedaald. De invoerprijzen lagen gedurende de gehele beoordelingsperiode onder de prijzen van de bedrijfstak van de Unie op de markt van de Unie en onderboden de prijzen van de bedrijfstak van de Unie in aanzienlijke mate. Door deze prijsdruk kon de bedrijfstak van de Unie zijn prijzen niet in overeenstemming met de kostenstijging verhogen. Dit leidde tot een daling van de winstgevendheid, die in het onderzoektijdvak negatief werd.
(181) Gezien het bovenstaande heeft de Commissie voorlopig vastgesteld dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen de door de bedrijfstak van de Unie geleden aanmerkelijke schade en de invoer met dumping uit de VRC in de zin van artikel 3, lid 6, van de basisverordening. Deze schade had gevolgen voor zowel volume als prijs.
5.2. Gevolgen van andere factoren
5.2.1. Invoer uit derde landen
(182) De invoer uit derde landen werd vastgesteld volgens de in overweging 134 beschreven methode.
(183) Het invoervolume uit derde landen heeft zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:
Tabel 12 Invoer uit derde landen Land
2021 2022 2023 Onderzoektijdvak Turkije Hoeveelheid (ton)
5 610
7 804
9 130
10 865
Index
100
139
163
194
Marktaandeel
4 %
6 %
7 %
8 %
Gemiddelde prijs
1 752
1 836
1 912
1 704
Index
100
105
109
97
Zuid-Korea Hoeveelheid (ton)
5 380
6 439
4 445
4 591
Index
100
120
83
85
Marktaandeel
4 %
5 %
3 %
4 %
Gemiddelde prijs
1 950
2 140
2 402
2 339
Index
100
110
123
120
India Hoeveelheid (ton)
2 214
4 824
5 726
4 694
Index
100
218
259
212
Marktaandeel
2 %
4 %
4 %
4 %
Gemiddelde prijs
1 598
1 863
1 861
1 881
Index
100
117
116
118
Japan Hoeveelheid (ton)
3 191
3 501
4 083
3 277
Index
100
110
128
103
Marktaandeel
3 %
3 %
3 %
3 %
Gemiddelde prijs
4 938
4 342
4 721
4 147
Index
100
88
96
84
Verenigd Koninkrijk Hoeveelheid (ton)
1 084
1 136
1 276
1 549
Index
100
105
118
143
Marktaandeel
1 %
1 %
1 %
1 %
Gemiddelde prijs
3 039
3 542
4 168
3 722
Index
100
117
137
122
Andere derde landen
Hoeveelheid (ton)
7 218
5 601
5 618
5 203
Index
100
78
78
72
Marktaandeel
6 %
4 %
4 %
4 %
Gemiddelde prijs
2 674
2 933
3 070
3 231
Index
100
110
115
121
Totaal van alle derde landen behalve het betrokken land Hoeveelheid (ton)
24 697
29 305
30 278
30 178
Index
100
119
123
122
Marktaandeel
20 %
23 %
24 %
23 %
Gemiddelde prijs
2 519
2 483
2 663
2 460
Index
100
99
106
98
(184) Zoals blijkt uit tabel 12, bleef de omvang van de invoer van stalen rupsbandsegmenten uit andere derde landen dan de VRC tijdens de hele beoordelingsperiode op een relatief laag niveau. Geen enkel derde land had een marktaandeel van meer dan 8 %, terwijl alle derde landen tezamen consequent onder de 25 % bleven, wat minder is dan de helft van het marktaandeel van de Chinese invoer op elk punt in de beoordelingsperiode. Bovendien lag de gemiddelde prijs van de invoer uit de vijf grootste invoerlanden na de VRC zowel afzonderlijk als in totaal gedurende de gehele beoordelingsperiode boven of aanzienlijk boven de verkoopprijzen en de kosten van de bedrijfstak van de Unie.
(185) De Commissie is daarom tot de voorlopige conclusie gekomen dat de invoer uit andere derde landen niet heeft bijgedragen tot de door de bedrijfstak van de Unie geleden schade.
5.2.2. Uitvoerprestaties van de bedrijfstak van de Unie
(186) De bedrijfstak van de Unie is in hoge mate gericht op de uitvoer. Volgens de meewerkende producent in de Unie ondervindt hij ook op zijn uitvoermarkten steeds sterkere concurrentie van Chinese producenten.
(187) In tabel 13 wordt de ontwikkeling van het volume en de gemiddelde prijs van de uitvoer door de bedrijfstak van de Unie gedurende de beoordelingsperiode weergegeven. Omwille van de vertrouwelijkheid worden de cijfers in orden van grootte weergegeven:
Tabel 13 Uitvoerprestaties van de bedrijfstak van de Unie
2021 2022 2023 Onderzoektijdvak Uitvoervolume (ton) [42 477-71 793] [33 770-57 077] [26 041-44 014] [26 485-44 764]
Index
100
80
61
62
Gemiddelde prijs (EUR) [851-1 439] [1 218-2 059] [1 042-1 763] [1 019-1 723]
Index
100
143
122
120
(188) Zoals blijkt uit tabel 13 is de omvang van de uitvoer in de beoordelingsperiode met bijna 40 % gedaald, wat vergelijkbaar is met de daling van de verkoop door de bedrijfstak van de Unie op de markt van de Unie. Bovendien kwam de ontwikkeling van de gemiddelde uitvoerprijs van de bedrijfstak van de Unie ook overeen met de ontwikkeling van de verkoopprijs van de bedrijfstak van de Unie in de Unie, die in de beoordelingsperiode met ongeveer 20 % steeg, wat onvoldoende was om de kostenstijging in die periode te dekken.
(189) De Commissie was echter van oordeel dat, aangezien de schaalvoordelen in de sector van stalen rupsbandsegmenten zeer gering zijn, de afgenomen uitvoer niet tot een aanzienlijke stijging van de vaste kosten heeft geleid en dat de gevolgen voor de winstgevendheid van de bedrijfstak van de Unie daarom zeer beperkt waren. Op grond hiervan is de Commissie tot de voorlopige conclusie gekomen dat de uitvoerprestaties van de bedrijfstak van de Unie het oorzakelijke verband tussen de door de bedrijfstak van de Unie geleden aanmerkelijke schade en de invoer met dumping uit de VRC niet hebben verbroken.
5.3. Conclusie inzake het oorzakelijk verband
(190) Zoals reeds toegelicht in overweging 180 zag de bedrijfstak van de Unie zich vanwege de snelle toename van de invoer uit de VRC tegen lage prijzen genoodzaakt zijn verkoopprijzen in de Unie onder de productiekosten vast te stellen om met de Chinese prijzen te kunnen blijven concurreren en op de markt actief te kunnen blijven.
(191) In het licht van het bovenstaande werd een oorzakelijk verband vastgesteld tussen de door de bedrijfstak van de Unie geleden schade en de invoer met dumping uit de VRC, die niet door de bovengenoemde factoren werd verbroken.
6. NIVEAU VAN DE MAATREGELEN
(192) In het onderhavige geval hebben de klagers het bestaan van verstoringen van de grondstoffenmarkten in de zin van artikel 7, lid 2 bis, van de basisverordening aangevoerd. Om het geschikte niveau van de maatregelen te beoordelen, heeft de Commissie eerst het bedrag aan rechten vastgesteld dat noodzakelijk was om de door de bedrijfstak van de Unie geleden schade weg te nemen bij ontbreken van verstoringen als bedoeld in artikel 7, lid 2 bis, van de basisverordening. Vervolgens heeft zij onderzocht of de dumpingmarge hoger zou zijn dan hun schademarge (zie overwegingen 200 tot en met 202).
6.1. Schademarge
(193) De schade zou worden opgeheven indien de bedrijfstak van de Unie een nagestreefde winst zou kunnen behalen door te verkopen tegen een richtprijs in de zin van artikel 7, lid 2 quater en lid 2 quinquies, van de basisverordening.
(194) Overeenkomstig artikel 7, lid 2 quater, van de basisverordening hield de Commissie bij de bepaling van de nagestreefde winst rekening met de volgende factoren: de mate van winstgevendheid vóór de toename van de invoer vanuit het onderzochte land, de mate van winstgevendheid die vereist is ter dekking van alle kosten en investeringen, onderzoek en ontwikkeling (O&O) en innovatie, alsmede de onder normale mededingingsvoorwaarden te verwachten mate van winstgevendheid. Die winstmarge mag niet lager zijn dan 6 %.
(195) In eerste instantie heeft de Commissie aan de hand van de winstgevendheid die is behaald voordat de invoer uit het onderzochte land toenam, d.w.z. van 2017 tot en met 2020, een basiswinst vastgesteld die alle kosten onder normale mededingingsvoorwaarden dekt. Die winstmarge werd vastgesteld op 8,5 %.
(196) Op grond hiervan bedraagt de geen schade veroorzakende prijs [1 500-2 000] EUR/ton, het resultaat van de toepassing van bovengenoemde winstmarge van 8,5 % op de productiekosten van de meewerkende producent in de Unie in het onderzoektijdvak.
(197) Overeenkomstig artikel 7, lid 2 quinquies, van de basisverordening beoordeelde de Commissie als laatste stap de toekomstige kosten voortvloeiend uit multilaterale milieuovereenkomsten en de bijbehorende protocollen waarbij de Unie partij is, en uit de in bijlage I bis vermelde Verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO), die de bedrijfstak van de Unie tijdens de periode van toepassing van de maatregel uit hoofde van artikel 11, lid 2, zal maken. De bedrijfstak van de Unie heeft geen melding gemaakt van dergelijke toekomstige kosten.
(198) Op basis hiervan heeft de Commissie voor het soortgelijke product van de bedrijfstak van de Unie een geen schade veroorzakende prijs van [1 500-2 000] EUR/ton berekend door de bovengenoemde nagestreefde winstmarge (zie overweging 37) toe te passen op de productiekosten van de meewerkende producent in de Unie tijdens het onderzoektijdvak.
(199) De Commissie heeft vervolgens het niveau van de schademarge bepaald door de gewogen gemiddelde invoerprijs van het betrokken land, zoals vastgesteld voor de in overwegingen 138 tot en met 143 toegelichte berekeningen van de prijsonderbieding, te vergelijken met de gewogen gemiddelde, geen schade veroorzakende prijs van het soortgelijke product dat in het onderzoektijdvak door de meewerkende producent in de Unie op de markt van de Unie werd verkocht. Het verschil dat uit deze vergelijking naar voren kwam, werd uitgedrukt als percentage van de gewogen gemiddelde cif-waarde bij invoer.
Land Onderneming Dumpingmarge Schademarge China Alle invoer van oorsprong uit het betrokken land
62,5 %
63,8 %
6.2. Onderzoek van de marge die toereikend is om de schade voor de bedrijfstak van de Unie weg te nemen
(200) Zoals uiteengezet in het bericht van inleiding, heeft de klager aan de Commissie voldoende bewijsmateriaal verstrekt waaruit blijkt dat er in het betrokken land sprake is van verstoringen van de grondstoffenmarkt met betrekking tot het onderzochte product. Derhalve is overeenkomstig artikel 7, lid 2 bis, van de basisverordening onderzoek gedaan naar de vermeende verstoringen teneinde te beoordelen of in voorkomend geval een recht lager dan de dumpingmarge toereikend zou zijn om een einde te maken aan de schade.
(201) Aangezien de marges die toereikend zijn om de schade weg te nemen echter hoger zijn dan de dumpingmarges, was de Commissie van oordeel dat het in dit stadium niet nodig was dit aspect in ogenschouw te nemen.
(202) Op grond van bovenstaande beoordeling heeft de Commissie geconcludeerd dat het passend is het bedrag van de voorlopige rechten overeenkomstig artikel 7, lid 2, van de basisverordening vast te stellen.
6.3. Conclusie inzake het niveau van de maatregelen
(203) Op basis van bovenstaande beoordeling moeten de voorlopige antidumpingrechten overeenkomstig artikel 7, lid 2, van de basisverordening als volgt worden vastgesteld:
Land Onderneming Voorlopig antidumpingrecht Volksrepubliek China Alle invoer van oorsprong uit het betrokken land
62,5 %
7. BELANG VAN DE UNIE
(204) Gezien de beslissing van de Commissie om artikel 7, lid 2, van de basisverordening toe te passen, heeft zij onderzocht of zij duidelijk kon concluderen dat het niet in het belang van de Unie was om in dit geval maatregelen te nemen, ondanks de vaststelling van schadeveroorzakende dumping, overeenkomstig artikel 21 van de basisverordening. Het belang van de Unie werd vastgesteld op basis van een afweging van alle betrokken belangen, waaronder die van de bedrijfstak van de Unie, importeurs, handelaren en gebruikers.
7.1. Belang van de bedrijfstak van de Unie
(205) Door de instelling van maatregelen zou de prijs van de Chinese invoer in de Unie stijgen, wat zou resulteren in een hogere verkoopprijs op de markt van de Unie, waardoor de bedrijfstak van de Unie zijn prijzen zou kunnen verhogen overeenkomstig de stijging van zijn productiekosten. Dit zal leiden tot duurzamere winstniveaus die de bedrijfstak van de Unie in staat zullen stellen zijn investeringen in nieuwe technologieën te verhogen om zijn concurrerende positie te verbeteren en zijn aanwezigheid op de markt te handhaven.
(206) Anderzijds zal het niet instellen van maatregelen waarschijnlijk aanzienlijke negatieve gevolgen hebben voor de bedrijfstak van de Unie als gevolg van een verdere verhindering van prijsverhogingen. Een verdere daling van de prijzen zou betekenen dat de bedrijfstak van de Unie op korte termijn verlies zal blijven lijden. Zelfs de huidige prijsniveaus zijn al onhoudbaar voor de bedrijfstak van de Unie. Elke prijsverhoging door de bedrijfstak van de Unie in een poging om zijn winstgevendheid te verbeteren, zou leiden tot een verder verlies van marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie en uiteindelijk tot een daling van het productievolume. Bovendien zou de bedrijfstak van de Unie door de dalende winstgevendheid en de geleden verliezen niet in staat zijn tot het verhogen van de investeringen die nodig zijn om zijn concurrentievermogen op de markt van de Unie te handhaven. Bijgevolg zal de bedrijfstak van de Unie te maken krijgen met een verdere financiële achteruitgang wat betreft winstgevendheid en investeringen, waardoor zijn toekomst in gevaar komt.
(207) Indien er geen maatregelen worden ingesteld, kan worden verwacht dat de stijging van de invoer met dumping uit de VRC zal voortduren, en zelfs significant zal toenemen gezien de mogelijke overcapaciteit waarvan in de klacht gewag wordt gemaakt. In die situatie zou de bedrijfstak van de Unie niet in staat zijn om van de schadelijke effecten van de invoer met dumping te herstellen.
(208) Derhalve heeft de Commissie voorlopig geconcludeerd dat de instelling van maatregelen in het belang van de bedrijfstak van de Unie zou zijn.
7.2. Belang van importeurs en handelaren
(209) Bij de opening van het onderzoek werd contact opgenomen met 22 importeurs, handelaren en gebruikers, die werden verzocht om aan het onderzoek mee te werken. Slechts één importeur, USCO S.p.A. (“USCO”), meldde zich en vulde de vragenlijst slechts gedeeltelijk in. Bijgevolg heeft geen enkele importeur volledig aan het onderzoek meegewerkt.
(210) Bovengenoemde importeur voerde aan dat het prijsniveau van stalen rupsbandsegmenten in de Unie als gevolg van de maatregelen waarschijnlijk zal stijgen en dat stalen rupsbandsegmenten in toenemende mate zullen worden betrokken bij producenten in de Unie in plaats van bij Chinese producenten. Als er geen maatregelen worden genomen, zullen stalen rupsbandsegmenten volgens de importeur steeds vaker worden betrokken bij Chinese producenten, terwijl de importeurs zullen profiteren van hogere marges. Deze importeur verstrekte geen bewijsmateriaal voor deze beweringen, die dan ook werden afgewezen.
(211) Stalen rupsbandsegmenten worden door importeurs ingekocht om ze te verkopen op de aftersalesmarkt of om ze verder te assembleren. Vanwege het gebrek aan medewerking van importeurs kon de Commissie het precieze effect van de antidumpingrechten op hun activiteiten niet vaststellen.
(212) Volgens de Commissie zullen de antidumpingmaatregelen naar verwachting weliswaar gevolgen hebben voor de invoerprijzen, maar zullen de importeurs en handelaren de gestegen kosten waarschijnlijk ten minste gedeeltelijk kunnen opvangen of een deel van de kostenstijging aan hun afnemers kunnen doorberekenen. Er zijn voor stalen rupsbandsegmenten ook alternatieve bevoorradingsbronnen in andere derde landen. Derhalve heeft de Commissie voorlopig geconcludeerd dat importeurs en handelaren geen onevenredige gevolgen van de maatregelen zullen ondervinden.
7.3. Belang van de gebruikers
(213) Het onderzochte product wordt door gebruikers aangeschaft voor montage op rupskettingen die worden gebruikt voor een breed scala aan machines op rupsbanden. Stalen rupsbandsegmenten moeten regelmatig worden vervangen en het product wordt daarom ook betrokken voor de aftermarket.
(214) USCO betoogde dat als er maatregelen worden ingesteld, gebruikers een prijsstijging kunnen verwachten en dat fabrikanten van onderstellen in de Unie die actief zijn op de wereldmarkt negatieve gevolgen zullen ondervinden voor hun uitvoeractiviteiten. De importeur voerde aan dat, indien er geen maatregelen worden ingesteld, stalen rupsbandsegmenten steeds meer in de VRC zullen worden betrokken en dat de gebruikers zullen profiteren van lagere prijzen. Zoals vermeld in overweging 201 heeft deze importeur echter geen bewijsmateriaal ter staving van deze beweringen overgelegd en heeft geen van de gebruikers aan dit onderzoek meegewerkt. Derhalve werden deze argumenten afgewezen.
(215) Gezien het aantal en het gemiddelde gewicht van stalen rupsbandsegmenten die worden gebruikt in machines zoals graafmachines, bulldozers en kranen(78) vormen stalen rupsbandsegmenten geen groot deel van deze downstreamproducten. Bovendien zouden gebruikers van stalen rupsbandsegmenten, gezien de verwachte groeiende vraag naar downstreamproducten(79), een aanzienlijk deel van de kostenstijging moeten kunnen doorberekenen aan hun klanten. Op basis hiervan kan redelijkerwijs worden geconcludeerd dat de prijsstijging van stalen rupsbandsegmenten wat betreft de winstgevendheid voor de gebruikers geen significante gevolgen zal hebben. Bovendien zal, zoals in overweging 206 is beschreven, de afwezigheid van maatregelen leiden tot een onmiddellijke verdere verslechtering van de situatie van de bedrijfstak van de Unie en op middellange tot lange termijn de producenten in de Unie waarschijnlijk van de markt verdringen. Hierdoor zullen gebruikers kunnen beschikken over minder bevoorradingsbronnen voor stalen rupsbandsegmenten en zal de afhankelijkheid van de VRC toenemen.
(216) Daarom heeft de Commissie voorlopig geconcludeerd dat maatregelen geen onevenredige gevolgen zullen hebben voor de gebruikers.
7.4. Aanbod op de markt van de Unie
(217) USCO verklaarde dat het niet eenvoudig is om de gevolgen van maatregelen voor de beschikbaarheid van het product te bepalen. Het bedrijf stelde echter dat de bedrijfstak van de Unie zou kunnen investeren in capaciteitsuitbreidingen (en daardoor het aanbod zou kunnen vergroten), afhankelijk van de financiële situatie van de producenten en hun marktvooruitzichten.
(218) Bovendien bleek uit het onderzoek dat de huidige capaciteit van de producenten in de Unie zal volstaan om het verbruik in de Unie te dekken met een huidige reservecapaciteit van 55 %, zoals beschreven in overweging 148. De maatregelen zullen de producenten in de Unie in staat stellen extra investeringen te doen om de efficiëntie te verhogen, waardoor aan een eventuele extra vraag kan worden voldaan. Uit het onderzoek bleek verder dat, zoals beschreven in overweging 183, andere derde landen dan de VRC ongeveer 23 % van het marktaandeel in de Unie voor hun rekening nemen en aanvullende bevoorradingsbronnen vormden waarvan de prijzen niet door dumping werden beïnvloed.
(219) Gezien het bovenstaande heeft de Commissie geconcludeerd dat de instelling van maatregelen de bevoorrading en beschikbaarheid van stalen rupsbandsegmenten op de markt van de Unie niet in gevaar zal brengen.
7.5. Conclusie betreffende het belang van de Unie
(220) Door de instelling van antidumpingmaatregelen zal de bedrijfstak van de Unie minder te lijden hebben van de door de invoer met dumping uit de VRC veroorzaakte prijsdruk op de markt van de Unie en zal de bedrijfstak van de Unie in staat worden gesteld zijn prijzen te verhogen overeenkomstig de kostenstijgingen. Een dergelijke prijsstijging zal een positief effect hebben op de winstgevendheids- en investeringsniveaus van de bedrijfstak van de Unie en zou deze in staat stellen zijn marktpositie te verdedigen en in nieuwe technologieën te investeren om de efficiëntie en zijn concurrerende positie te verbeteren. Anderzijds zal het niet instellen van maatregelen leiden tot een snelle verdere verslechtering van de winstgevendheid en het verkoopvolume van de bedrijfstak van de Unie en waarschijnlijk uiteindelijk tot de sluiting van productievoorzieningen in de Unie.
(221) Uit het onderzoek is niet gebleken dat de maatregelen onevenredige negatieve gevolgen zullen hebben voor importeurs, handelaren en gebruikers in de Unie.
(222) Op basis van het bovenstaande is de Commissie tot de conclusie gekomen dat er in dit stadium van het onderzoek geen dwingende redenen zijn om aan te nemen dat het niet in het belang van de Unie zou zijn om maatregelen in te stellen ten aanzien van de invoer van stalen rupsbandsegmenten van oorsprong uit de VRC.
8. VOORLOPIGE ANTIDUMPINGMAATREGELEN
(223) Op basis van de conclusies van de Commissie inzake dumping, schade, het oorzakelijk verband, de hoogte van de maatregelen en het belang van de Unie moeten voorlopige maatregelen worden ingesteld om te voorkomen dat de bedrijfstak van de Unie nog meer schade lijdt door de invoer met dumping.
(224) De voorlopige antidumpingmaatregelen ten aanzien van de invoer van stalen rupsbandsegmenten van oorsprong uit de VRC moeten worden ingesteld in overeenstemming met de regel van het laagste recht in artikel 7, lid 2, van de basisverordening. De Commissie heeft de schademarges en de dumpingmarges vergeleken zoals beschreven in overwegingen 199 tot en met 203. Het bedrag van het recht werd vastgesteld op het niveau van de dumpingmarge, of van de schademarge indien deze lager is.
(225) Op basis van het voorgaande moet het voorlopige antidumpingrecht, uitgedrukt in cif-prijs, grens Unie, vóór inklaring, als volgt worden vastgesteld:
Land Onderneming Voorlopig antidumpingrecht Volksrepubliek China Alle invoer van oorsprong uit het betrokken land
62,5 %
(226) Het bij deze verordening vastgestelde individuele antidumpingrecht is gebaseerd op de bevindingen van dit onderzoek. Het weerspiegelt dan ook de situatie die bij dit onderzoek is vastgesteld. Dit recht is uitsluitend van toepassing op het betrokken product van oorsprong uit het betrokken land.
(227) Zoals is toegelicht in de overwegingen 32 en 33, vallen stalen rupsbandsegmenten als onderdeel van geassembleerde producten, zoals “rupsbandgroepen” of “volledige rupsbandgroepen”, onder de productomschrijving. Derhalve geldt dat wanneer deze geassembleerde producten die stalen rupsbandsegmenten bevatten vanuit het betrokken land in de Unie worden ingevoerd, de opgelegde rechten alleen de waarde van de stalen rupsbandsegmenten mogen weerspiegelen. De Commissie achtte het in dit verband noodzakelijk een gemiddeld percentage van de waarde vast te stellen dat overeenstemt met de in het ingevoerde geassembleerde product verwerkte stalen rupsbandsegmenten. Op basis van de door de klager verstrekte informatie(80) heeft de Commissie voorlopig vastgesteld dat de waarde van de stalen rupsbandsegmenten gemiddeld 55 % van de waarde van een “rupsbandgroep” en 50 % van de waarde van een “volledige rupsbandgroep” vertegenwoordigt.
9. REGISTRATIE
(228) Zoals vermeld in overweging 3, heeft de Commissie de invoer van het betrokken product aan registratie onderworpen. De registratie vond plaats om het mogelijk te maken met terugwerkende kracht rechten te innen overeenkomstig artikel 10, lid 4, van de basisverordening.
(229) In het licht van de voorlopige bevindingen moet de registratie van de invoer worden beëindigd.
(230) In dit stadium van de procedure kan geen besluit worden genomen over een mogelijke toepassing met terugwerkende kracht van antidumpingmaatregelen.
10. INFORMATIE OVER VOORLOPIGE MAATREGELEN
(231) Overeenkomstig artikel 19 bis van de basisverordening heeft de Commissie de belanghebbenden op de hoogte gebracht van de beoogde instelling van voorlopige rechten. Deze informatie is ook openbaar gemaakt op de website van DG Handel. Belanghebbenden hebben drie werkdagen de tijd gekregen om opmerkingen in te dienen over de juistheid van de berekeningen die specifiek aan hen zijn meegedeeld.
(232) Er werden geen opmerkingen ontvangen over de juistheid van de berekeningen in de zin van artikel 19 bis van de basisverordening. Opmerkingen die na de voorafgaande mededeling van feiten en overwegingen zijn ontvangen over andere zaken dan de juistheid van de berekeningen, zullen worden behandeld in de handeling waarbij het onderzoek wordt afgesloten.
11. SLOTBEPALINGEN
(233) Met het oog op een behoorlijk bestuur nodigt de Commissie de belanghebbenden uit schriftelijk te reageren en/of binnen een vaste termijn een hoorzitting met de Commissie en/of de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures aan te vragen.
(234) De bevindingen betreffende de instelling van voorlopige rechten zijn voorlopig en kunnen in het definitieve stadium van het onderzoek worden gewijzigd,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Het product waarop het voorlopig antidumpingrecht betrekking heeft, is momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex84313900, ex84314920 en ex84314980 (Taric-codes 8431390021, 8431390025, 8431390026, 8431390029, 8431492011, 8431492015, 8431492016, 8431492019, 8431498011, 8431498015, 8431498016 en 8431498019).
Het voorlopige antidumpingrecht dat van toepassing is op de nettoprijs, franco grens Unie, vóór inklaring, van het in lid 1 genoemde product bedraagt 62,5 %.
Voor stalen rupsbandsegmenten die gemonteerd in een rupsband worden ingevoerd, wordt het in lid 2 bedoelde antidumpingrecht toegepast op het volgende aandeel van de nettoprijs, franco grens Unie, vóór inklaring, van de ingevoerde gemonteerde producten:
-
55 % voor rupsbandgroepen (“track groups”);
-
50 % voor volledige rupsbandgroepen (“full track groups”).
Bij het in het vrije verkeer brengen in de Unie van het in lid 1 genoemde product wordt een zekerheid gesteld die gelijk is aan het bedrag van het voorlopige recht.
Tenzij anders vermeld, zijn de geldende bepalingen inzake douanerechten van toepassing.
Artikel 2
Belanghebbenden moeten hun schriftelijke opmerkingen inzake deze verordening binnen 15 kalenderdagen na de datum van inwerkingtreding van deze verordening bij de Commissie indienen.
Belanghebbenden die om een hoorzitting bij de Commissie willen verzoeken, moeten dit binnen vijf kalenderdagen na de datum van inwerkingtreding van deze verordening doen.
Belanghebbenden die willen worden gehoord door de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures, kunnen binnen vijf kalenderdagen na de datum van inwerkingtreding van deze verordening hiertoe een verzoek indienen. De raadadviseur-auditeur kan buiten deze termijn ingediende verzoeken beoordelen en kan in voorkomend geval besluiten die verzoeken te aanvaarden.
Artikel 3
De douaneautoriteiten wordt opgedragen de bij artikel 1 van Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2721 van de Commissie van 24 oktober 2024 ingestelde registratie van de invoer te beëindigen.
Gegevens die zijn verzameld met betrekking tot producten die ten hoogste 90 dagen vóór de datum van inwerkingtreding van deze verordening voor invoer ten verbruik in de EU zijn aangegeven, worden bewaard tot eventuele definitieve maatregelen in werking treden of tot deze procedure is beëindigd.
Artikel 4
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.