Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het bestaan van een buitensporig tekort in Finland
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het bestaan van een buitensporig tekort in Finland
BESLUIT VAN DE RAAD
Brussel, 12.12.2025 |
COM(2025) 778 final |
2025/0416(NLE) |
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het bestaan van een buitensporig tekort in Finland |
2025/0416 (NLE) |
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het bestaan van een buitensporig tekort in Finland |
BESLUIT VAN DE RAAD
betreffende het bestaan van een buitensporig tekort in Finland
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en met name artikel 126, lid 6,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Gezien de opmerkingen van Finland,
Overwegende hetgeen volgt:
In artikel 126, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) wordt bepaald dat de lidstaten buitensporige overheidstekorten moeten vermijden.
Het stabiliteits- en groeipact (SGP) is gebaseerd op de doelstelling van gezonde en houdbare overheidsfinanciën als middel om de voorwaarden voor prijsstabiliteit en voor een krachtige duurzame en inclusieve groei, geschraagd door financiële stabiliteit, te versterken en aldus de verwezenlijking van de doelstellingen van de Unie voor duurzame groei en werkgelegenheid te ondersteunen.
De buitensporigtekortprocedure van artikel 126 VWEU, die wordt verduidelijkt in Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten 1 (die deel uitmaakt van het SGP), voorziet in een besluit betreffende het bestaan van een buitensporig tekort. Protocol nr. 12 betreffende de procedure bij buitensporige tekorten, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en aan het VWEU is gehecht, bevat nadere bepalingen betreffende de toepassing van de buitensporigtekortprocedure. In Verordening (EG) nr. 479/2009 van de Raad 2 zijn nadere regels en definities voor de toepassing van die bepalingen vastgesteld. Het kader voor economische governance van de Unie, dat op 30 april 2024 in werking is getreden, omvat Verordening (EU) 2024/1264 van de Raad, waarbij Verordening (EG) nr. 1467/97 is gewijzigd. Bij de hervorming zijn de regels inzake de buitensporigtekortprocedure door niet-naleving van het tekortcriterium grotendeels ongewijzigd gelaten, terwijl voor lidstaten met een overheidsschuldquote van meer dan 60 % van het bbp de buitensporigtekortprocedure wegens niet-naleving van het schuldcriterium zal zijn toegespitst op afwijkingen van de aanbevolen maximale groeipercentages van de netto-uitgaven 3 die door de Raad zijn vastgesteld op grond van de artikelen 17 of 19 van Verordening (EU) 2024/1263 4 . Volgens artikel 22, lid 6, van Verordening (EU) 2024/1263 moeten de afwijkingen worden berekend op basis van feitelijke gegevens. Het initiële jaar van de door de Raad aanbevolen maximale jaarlijkse en cumulatieve groei van de netto-uitgaven voor Finland is 2025. De naleving van het schuldcriterium kan pas worden beoordeeld wanneer de begrotingsresultaten voor 2025 beschikbaar zijn, wat in het voorjaar van 2026 het geval zal zijn. Dit besluit van de Raad heeft dan ook alleen betrekking op de overschrijding van de referentiewaarde van 3 % van het bbp voor het overheidstekort.
Artikel 126, lid 5, VWEU bepaalt dat de Commissie, indien zij van oordeel is dat er in een lidstaat een buitensporig tekort bestaat of kan ontstaan, een advies tot de betrokken lidstaat richt en de Raad daarvan op de hoogte brengt. Rekening houdend met haar verslag overeenkomstig artikel 126, lid 3, VWEU, en gezien het advies van het Economisch en Financieel Comité van 4 december 2025 overeenkomstig artikel 126, lid 4, VWEU, is de Commissie tot de conclusie gekomen dat er in Finland een buitensporig tekort bestaat. De Commissie heeft daarom op 12 december 2025 een dergelijk advies tot Finland gericht en de Raad daarvan op de hoogte gebracht 5 .
In artikel 126, lid 6, VWEU is bepaald dat de Raad rekening moet houden met de opmerkingen die de betrokken lidstaat eventueel wenst te maken, alvorens, na een algehele evaluatie te hebben gemaakt, te besluiten of er al dan niet een buitensporig tekort bestaat. In het geval van Finland leidt de algehele evaluatie tot de onderstaande conclusies.
Volgens de op 21 oktober 2025 door Eurostat verstrekte gegevens 6 bedroeg het overheidstekort in Finland 4,4 % van het bbp in 2024, en de overheidsschuld 82,5 % van het bbp eind 2024. In 2025 zal het overheidstekort van Finland naar verwachting uitkomen op 4,3 % van het bbp 7 . Het feitelijke overheidstekort in 2024 en het voor 2025 geplande tekort liggen boven en niet dicht bij de in het Verdrag vastgelegde referentiewaarde van 3 % van het bbp, en de tekorten boven de referentiewaarde worden niet als tijdelijk beschouwd. Op basis van de najaarsprognoses 2025 van de Commissie 8 zal het overheidstekort in 2025, 2026 en 2027 naar verwachting hoger dan 3 % van het bbp blijven. In het verslag van de Commissie overeenkomstig artikel 126, lid 3, VWEU is geoordeeld dat de tekorten boven de referentiewaarde in 2024 en 2025 uitzonderlijk zijn vanwege de effecten van ongunstige macro-economische ontwikkelingen en van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne op de overheidsfinanciën.
Overeenkomstig het bepaalde in artikel 126, lid 3, VWEU heeft de Commissie in haar verslag overeenkomstig artikel 126, lid 3, VWEU alle relevante factoren onderzocht. Overeenkomstig artikel 2, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1467/97 wordt, indien de verhouding tussen de overheidsschuld en het bbp de referentiewaarde overschrijdt, bij de nalevingsbeoordeling op basis van het tekortcriterium in de in artikel 126, lid 3, VWEU bedoelde stappen die voorafgaan aan het besluit over het bestaan van een buitensporig tekort enkel met de relevante factoren rekening gehouden indien het overheidstekort dicht bij de referentiewaarde blijft en de overschrijding van de referentiewaarde slechts van tijdelijke aard is. In het geval van Finland is niet aan de tweeledige voorwaarde voldaan. Om die reden wordt geen rekening gehouden met de relevante factoren.
Bijgevolg is niet voldaan aan het tekortcriterium in de zin van het Verdrag en Verordening (EG) nr. 1467/97.
De Raad heeft op 8 juli 2025 een nationale ontsnappingsclausule geactiveerd om een stijging van de defensie-uitgaven in Finland 9 in de periode 2025-2028 mogelijk te maken. In artikel 2, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1467/97 is bepaald dat indien een nationale ontsnappingsclausule wordt geactiveerd, de Commissie en de Raad kunnen besluiten om niet tot een conclusie betreffende het bestaan van een buitensporig tekort te komen. Op basis van de najaarsprognose 2025 van de Commissie wordt het tekort in 2025 voor Finland echter geraamd op 3,4 % van het bbp zonder de stijging van de defensie-uitgaven sinds 2021. Het tekort boven de referentiewaarde in Finland in 2025 kan derhalve niet volledig worden verklaard door een stijging van de defensie-uitgaven sinds het referentiejaar 2021. Artikel 2, lid 5, is dan ook niet van toepassing.
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Uit een algemene evaluatie volgt dat er in Finland een buitensporig tekort bestaat wegens niet-naleving van het tekortcriterium.
Artikel 2
Dit besluit is gericht tot de Republiek Finland.
Gedaan te Brussel,