Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot schorsing van de in artikel 56, lid 2, punt c), van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad bedoelde rechten van het gemeenschappelijk douanetarief betreffende de opening en het beheer van autonome tariefcontingenten voor bepaalde meststoffen
Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot schorsing van de in artikel 56, lid 2, punt c), van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad bedoelde rechten van het gemeenschappelijk douanetarief betreffende de opening en het beheer van autonome tariefcontingenten voor bepaalde meststoffen
VERORDENING VAN DE RAAD
Brussel, 20.2.2026 |
COM(2026) 99 final |
2026/0062(NLE) |
Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot schorsing van de in artikel 56, lid 2, punt c), van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad bedoelde rechten van het gemeenschappelijk douanetarief betreffende de opening en het beheer van autonome tariefcontingenten voor bepaalde meststoffen |
TOELICHTING
Het bijgevoegde voorstel voor een verordening heeft tot doel de in artikel 56, lid 2, punt c), van Verordening (EU) nr. 952/2013 bedoelde rechten van het gemeenschappelijk douanetarief tijdelijk te schorsen voor goederen die worden gebruikt voor de productie van stikstofhoudende meststoffen, bepaalde stikstofhoudende meststoffen en mengsels die stikstof bevatten, momenteel ingedeeld onder post 2814 van de gecombineerde nomenclatuur (GN) en postonderverdelingen 3102 10, 3102 21, 3102 60, 3102 80, 3105 20, 3105 30 en 3105 40, tot een bepaald volume van invoer in de Unie.
De markt van de Unie voor bepaalde stikstofhoudende meststoffen, met inbegrip van goederen voor de productie ervan, is sterk afhankelijk van invoer uit derde landen. In 2024 voerde de Unie 2 miljoen ton ammoniak en 5,9 miljoen ton ureum in voor de productie van stikstofhoudende meststoffen. Daarnaast voerde de Unie in totaal 6,7 miljoen ton stikstofhoudende meststoffen en mengsels die stikstof bevatten in onder de andere betrokken postonderverdelingen. Dit zijn allemaal koolstofintensieve meststoffen, waarvan de productie gepaard gaat met aanzienlijke koolstofemissies en waarvan de diversificatie en vervanging moeilijk is en tijd vergt. Voor deze goederen is de Russische Federatie de belangrijkste producent wereldwijd en de dominante leverancier van de Unie. Deze meststoffen zijn essentieel voor landbouwers. De Europese landbouwers hebben behoefte aan een veilige en regelmatige handelsstroom van meststoffen tegen concurrerende prijzen om de landbouwproductie en de voedselzekerheid in de Unie en op de wereldmarkten te waarborgen — aangezien de Unie een toonaangevende mondiale exporteur van veel belangrijke akkerbouwgewassen is. De prijzen voor stikstofhoudende meststoffen in de Unie zijn sterk gestegen na de Russische invasie van Oekraïne, en ze zijn na de prijspieken in 2023 en 2024 slechts gedeeltelijk hersteld. Bovendien zijn de prijzen van stikstofhoudende meststoffen in 2025 weer gestegen en lagen zij in december 2025 23 % hoger dan het gemiddelde van 2024 1 .
Om de kosten voor de meststoffenproducenten in de Unie te verlichten en aldus de kosten voor landbouwers in de Unie te verlagen en bij te dragen tot een passende levering van in de Unie geproduceerd voedsel, is het passend de douanerechten die van toepassing zijn op goederen die worden gebruikt voor de productie van stikstofhoudende meststoffen, bepaalde stikstofhoudende meststoffen en mengsels die stikstof bevatten, tijdelijk op te schorten tot een bepaald invoerniveau. Om de stabiliteit van het aanbod te vergroten, is het ook passend het geografische toepassingsgebied van de invoer uit niet-preferentiële landen uit te breiden, aangezien de meeste niet-preferentiële invoer van de betrokken producten momenteel nog steeds van oorsprong is uit de Russische Federatie, ondanks de verhoogde tariefmaatregelen die sinds 1 juli 2025 van toepassing zijn op bepaalde meststoffen van Russische oorsprong 2 . In feite heeft het bestaan van douanerechten voor de invoer van ammoniak en ureum in de Unie, met name in tijden van schaarste op de internationale markten voor stikstofhoudende meststoffen, een ontmoedigend effect op de voorziening van de markt van de Unie, vergeleken met andere wereldmarkten waar dergelijke invoerrechten niet worden opgelegd. Aangezien het bij de in deze categorie verhandelde goederen voornamelijk om grondstoffen gaat, staat dit verschil in douanerechten de inspanningen om de invoer in de Unie te diversifiëren in de weg. Voor stikstofhoudende meststoffen die onder het toepassingsgebied van deze verordening vallen, is de EU een grote structurele netto-importeur uit de rest van de wereld, waarbij dit aanbod, voor zowel ammoniak als ureum, geconcentreerd is bij slechts drie belangrijke handelspartners, waar de Russische Federatie er in beide gevallen een van is.
Om deze diversificatie te bevorderen en tegelijkertijd de binnenlandse productie van de Unie te beschermen en de afhankelijkheid van invoer niet verder te vergroten, worden de tijdelijke handelsliberaliseringsmaatregelen van dit voorstel voor de GN-codes 2814, 3102 10, 3102 21, 3102 60, 3102 80, 3105 20, 3105 30 en 3105 40 uitgevoerd in het kader van een contingentsysteem dat neerkomt op een rechtenvrij contingent per product waarvoor de omvang van het contingent overeenkomt met de omvang van de invoer in de Unie van de meest begunstigde natie (MFN) van 2024, met uitzondering van de invoer uit de Russische Federatie en de Republiek Belarus, maar verhoogd met 20 % van de omvang van de invoer in de Unie uit deze twee landen in 2024. Een quotumbeperking is gerechtvaardigd aangezien het aandeel van deze meststoftypen in de binnenlandse productie in de Unie hoog blijft. Van de drie belangrijkste soorten meststoffen die door landbouwers worden gebruikt, zijn stikstofhoudende meststoffen de enige die onderworpen zijn aan de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief die van toepassing zijn op goederen die essentieel zijn voor de productie ervan, in tegenstelling tot potas en fosfor, waarbij belangrijke goederen die nodig zijn voor de productie ervan reeds in aanmerking komen voor een gemeenschappelijk douanetarief met nulrecht. Stikstofhoudende meststoffen zijn ook het meest verbruikte type meststoffen in de Unie, en ook het type waarvoor de Unie afhankelijk is van invoer en waarvoor de kosten in verband met koolstofemissies het hoogst zijn. Daarom zijn de voorgestelde maatregelen gericht op de invoer van goederen voor de productie van stikstofhoudende meststoffen en op de invoer van de meest ingevoerde stikstofhoudende meststoffen.
Momenteel zijn derde landen die op grond van preferentiële handelsovereenkomsten rechtenvrije preferentiële toegang tot de markt van de Unie genieten, de belangrijkste leveranciers van ammoniak en ureum. Een aanzienlijk deel van de invoer is echter van oorsprong uit landen die onder het gemeenschappelijk douanetarief vallen, met tarieven die momenteel variëren van 5,5 tot 6,5 %. Om de stabiliteit van het aanbod te vergroten, is het passend het geografische toepassingsgebied van de leverende landen die in aanmerking komen voor een rechtenvrije behandeling tijdelijk uit te breiden tot andere landen dan die welke van de voordelen van een vrijhandelsovereenkomst genieten. De reden hiervoor is dat het aanbod momenteel geconcentreerd is bij een relatief klein aantal niet-preferentiële leveranciers, waarvan de Russische Federatie een van de belangrijkste is. In tegenstelling tot de rechtenvrije toegang via preferentiële handelsovereenkomsten zijn de in dit voorstel voorgestelde maatregelen voor tariefschorsingen echter tijdelijk en qua volume beperkt tot het niveau van specifieke tariefcontingenten. Het is ook passend producten uit de Russische Federatie en de Republiek Belarus uit te sluiten van de tariefverlaging die van toepassing is op de geopende contingenten, met name in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 1227/2025, waarin specifiek hogere tarieven op de invoer van meststoffen van deze oorsprong zijn vastgesteld, en in overeenstemming met de internationale verplichtingen van de Unie.
De in dit voorstel vervatte handelsliberaliseringsmaatregelen hebben tot doel te waarborgen dat de tijdelijke schorsing van het gemeenschappelijk douanetarief van de Unie geschiedt in het kader van de in artikel 21 VEU neergelegde beginselen en doelstellingen van het externe optreden van de Unie, en dat er samenhang bestaat tussen de diverse onderdelen van het externe optreden van de Unie, en tussen het externe optreden en het beleid van de Unie op andere terreinen. Het is derhalve passend producten van oorsprong uit De Russische Federatie en de Republiek Belarus van de verlaging van douanerechten uit te sluiten, in overeenstemming met de beperkende maatregelen die de Unie ten aanzien van deze landen heeft genomen naar aanleiding van de Russische agressie tegen Oekraïne.
De rechtsgrondslag van dit voorstel voor een verordening is artikel 31 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).
Het subsidiariteitsbeginsel is niet van toepassing, aangezien het voorstel onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie valt.
Op grond van artikel 31 VWEU worden "de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief [...] door de Raad vastgesteld op voorstel van de Commissie". Een verordening van de Raad is dus het geschikte instrument. Krachtens artikel 31 VWEU stelt de Raad de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief met gekwalificeerde meerderheid van stemmen op voorstel van de Commissie vast.
Niet van toepassing.
Niet van toepassing.
Niet van toepassing.
Gezien de aanzienlijke toename van de invoer van goederen uit derde landen die worden gebruikt voor de productie van stikstofhoudende meststoffen, die nog wordt verergerd door de noodsituatie die de invasie van Oekraïne door de Russische Federatie — voorheen de grootste leverancier van stikstofhoudende meststoffen aan de Unie — heeft veroorzaakt, is het belangrijk dat de verordening zo spoedig mogelijk in werking treedt om de diversificatie van de leveringen van de goederen die nodig zijn voor de productie van meststoffen en een verlaging van de productiekosten te bevorderen, in de aanloop naar het komende plant- en zaaiseizoen. Daarom is er voor de betrokken maatregel geen effectbeoordeling uitgevoerd. Verwacht wordt echter dat de voorgestelde maatregel het profiel van de leveranciers van stikstofhoudende meststoffen en bepaalde stikstofhoudende meststoffen aan de Unie wijzigt en bijdraagt tot diversificatie weg van de Russische Federatie en van de bestaande concentratie van leveranciers.
De maatregel leidt niet tot meer administratieve lasten voor bedrijven.
Het voorstel heeft geen financiële gevolgen voor de uitgaven maar wel voor de ontvangsten, De derving van douanerechten in verband met de schorsing zal ongeveer 59,5 miljoen EUR bedragen voor de periode van 12 maanden waarin de maatregel van toepassing is. De maatregel heeft een looptijd van één jaar, tot medio 2027.
Voor de traditionele eigen middelen van de begroting komt dit neer op minder ontvangsten ten belope van 44,7 miljoen EUR (dat wil zeggen 75 % van het totale bedrag). Het financieel memorandum bevat nadere informatie over de gevolgen van het voorstel voor de begroting.
De derving van de ontvangsten uit de traditionele eigen middelen zal worden gecompenseerd door de bijdragen aan de eigen middelen op basis van het bruto nationaal inkomen (bni) van de lidstaten.
2026/0062 (NLE) |
Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot schorsing van de in artikel 56, lid 2, punt c), van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad bedoelde rechten van het gemeenschappelijk douanetarief betreffende de opening en het beheer van autonome tariefcontingenten voor bepaalde meststoffen |
Onlineverslagen over de ontwikkeling van de invoer in de Unie van stikstofhoudende meststoffen zijn beschikbaar op specifieke websites van de Europese Commissie (Eurostat).
Niet van toepassing.
VERORDENING VAN DE RAAD
tot schorsing van de in artikel 56, lid 2, punt c), van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad bedoelde rechten van het gemeenschappelijk douanetarief betreffende de opening en het beheer van autonome tariefcontingenten voor bepaalde meststoffen
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 31,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Handelend volgens een bijzondere wetgevingsprocedure,
Overwegende hetgeen volgt:
De markt van de Unie voor bepaalde basisproducten voor stikstofhoudende meststoffen is sterk afhankelijk van de invoer uit derde landen. In 2024 voerde de Unie 2 miljoen ton ammoniak en 5,9 miljoen ton ureum in, met name voor de productie van stikstofhoudende meststoffen. Daarnaast voerde de Unie in totaal 6,7 miljoen ton stikstofhoudende meststoffen en mengsels die stikstof bevatten in. Dit zijn koolstofintensieve goederen voor meststoffen waarbij diversificatie moeilijk is en tijd vergt. Deze meststoffen zijn ook van essentieel belang voor Europese landbouwers die een veilige en regelmatige handelsstroom van meststoffen tegen concurrerende prijzen nodig hebben om de landbouwproductie en de voedselzekerheid te waarborgen. De prijzen van deze producten zijn sinds 2021 aanzienlijk gestegen.
Voor stikstofhoudende meststoffen die onder het toepassingsgebied van deze verordening vallen, is de Unie een structurele netto-importeur, met een aanbod dat geconcentreerd is in enkele landen, waarbij de Russische Federatie een van de belangrijkste leveranciers is.
Momenteel wordt een aanzienlijk deel van deze goederen voor de productie van stikstofhoudende meststoffen en van stikstofhoudende meststoffen reeds rechtenvrij in de Unie ingevoerd uit derde landen die preferentiële toegang tot de markt van de Unie genieten. Desondanks voert de Unie nog steeds een grote hoeveelheid van deze goederen van oorsprong uit landen die onder het gemeenschappelijk douanetarief vallen in, met douanerechten die momenteel variëren van 5,5 % tot 6,5 %.
Deze rechten verhogen de kosten voor producenten van stikstofhoudende meststoffen en beïnvloeden de prijs van meststoffen, wat op zijn beurt van invloed is op de voedselprijs, wat aanleiding geeft tot bezorgdheid over de koopkracht van consumenten, waaronder Europese landbouwers. De afgelopen jaren zijn de prijzen van meststoffen in de Unie aanzienlijk gestegen, terwijl de prijzen van bepaalde landbouwproducten niet volledig dezelfde trend volgden. Deze situatie zet de levensvatbaarheid van de landbouwproductie van de Unie onder druk.
Om een sterke dynamiek van de meststoffenmarkt van de Unie te waarborgen en de toeleveringsketens te diversifiëren, moet de invoer van goederen die worden gebruikt voor de productie van stikstofhoudende meststoffen, bepaalde stikstofhoudende meststoffen en mengsels die stikstof bevatten, worden vergemakkelijkt. Bovendien is het van cruciaal belang dat de bevoorradingsbronnen dringend worden gediversifieerd, weg van de Russische Federatie, met name gezien de maatregelen die zijn vastgesteld bij Verordening (EU) 2025/1227 van het Europees Parlement en de Raad, waardoor de tarieven voor sommige van de goederen die binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen, geleidelijk zullen worden verhoogd.
De Unie heeft de afgelopen jaren te maken gehad met hoge energiekosten, die een negatieve weerslag hebben gehad op de productie van meststoffen in de Unie en met name stikstofhoudende meststoffen, aangezien aardgas de belangrijkste energiebron en een grondstof ervoor is. Dit heeft aanzienlijke gevolgen gehad voor de productie en de verkoop van de meststoffenindustrie van de Unie. De meststoffenproducenten in de Unie moeten zich nog steeds aanpassen aan deze complexe omgeving als gevolg van geopolitieke factoren. Daarom moet ervoor worden gezorgd dat de maatregelen die worden genomen om het aanbod van meststoffen te verbeteren, de meststoffenproducenten in de Unie niet benadelen.
Aangezien de bestaande meststoffenproductie in de Unie beschermd moet blijven, moet de veerkracht van deze toeleveringsketen worden vergroot door de diversificatie van de inputs ervan te bevorderen en het risico van externe afhankelijkheid verder tot een minimum te beperken.
Het is ook passend maatregelen te nemen om de kosten te verlagen van de invoer van goederen voor de productie van stikstofhoudende meststoffen, bepaalde stikstofhoudende meststoffen en mengsels die stikstof bevatten waarvoor de productie in de Unie ontoereikend is.
Daarom is het passend het in artikel 56, lid 2, punt c), van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad 3 bedoelde recht van het gemeenschappelijk douanetarief voor ureum en ammoniak, alsmede voor bepaalde stikstofhoudende meststoffen en mengsels die stikstof bevatten, tijdelijk tot een bepaald invoervolume te schorsen. Om de belangen van de producenten in de Unie en die van de consumenten van meststoffen in de Unie in evenwicht te brengen, is de tijdelijke schorsing van de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief per product beperkt tot het volume van de invoer in de Unie van de meest begunstigde natie (MFN) voor 2024, met uitzondering van de invoer uit de Russische Federatie en de Republiek Belarus, maar verhoogd met een aanvulling van 20 % van de uit deze twee landen ingevoerde volumes in 2024. De tijdelijke tariefschorsing moet voor één jaar gelden. De Commissie zal de situatie op de meststoffenmarkt monitoren en zo nodig voorstellen de tariefschorsing te verlengen om voldoende diversificatie te bereiken en de beschikbaarheid van concurrerend geprijsde meststoffen voor Europese landbouwers te verbeteren.
De invoer uit de Russische Federatie en de Republiek Belarus van goederen die worden gebruikt voor de productie van stikstofhoudende meststoffen, bepaalde stikstofhoudende meststoffen en mengsels die stikstof bevatten, moet worden uitgesloten van het toepassingsgebied van de in deze verordening vastgestelde tijdelijke tariefmaatregel. De uitsluiting van de invoer uit de Russische Federatie en de Republiek Belarus van de in deze verordening vastgestelde tijdelijke opschorting is in overeenstemming met het externe optreden van de Unie op andere gebieden, zoals bepaald in artikel 21, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie.
De betrekkingen tussen de Unie en de Russische Federatie zijn de afgelopen jaren, en met name sinds 2022, sterk verslechterd. Dit is te wijten aan de flagrante schending van het internationaal recht door de Russische Federatie en aan haar niet-uitgelokte en ongerechtvaardigde aanvalsoorlog tegen Oekraïne. Als reactie op de acties van de Russische Federatie tegen Oekraïne heeft de Unie sinds juli 2014 geleidelijk beperkende maatregelen ingesteld op de handel met de Russische Federatie. De Unie heeft ook hogere tarieven ingesteld op de invoer van stikstofhoudende meststoffen uit de Russische Federatie die ook onder het toepassingsgebied van deze verordening vallen.
De Russische Federatie is lid van de Wereldhandelsorganisatie (World Trade Organization — WTO). Krachtens de uitzonderingen die van toepassing zijn uit hoofde van de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (de “WTO-overeenkomst”), en met name artikel XXI van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel 1994 (uitzonderingen op grond van veiligheidsoverwegingen), mag de Unie momenteel echter de verplichting negeren om aan uit de Russische Federatie ingevoerde goederen de meestbegunstigingsbehandeling toe te kennen, en wordt het haar niet belet hogere invoerrechten te heffen dan die welke zijn opgenomen in de lijst van tariefverbintenissen van de Unie voor de handel in goederen, indien de Unie dergelijke maatregelen noodzakelijk acht om haar wezenlijke veiligheidsbelangen te beschermen.
Ook de betrekkingen tussen de Unie en de Republiek Belarus zijn de afgelopen jaren verslechterd als gevolg van de veronachtzaming van het internationaal recht, de fundamentele vrijheden en de mensenrechten door de Republiek Belarus en haar steun voor de aanvalsoorlog van de Russische Federatie tegen Oekraïne. Sinds oktober 2020 heeft de Unie ten aanzien van de Republiek Belarus geleidelijk beperkende maatregelen op het gebied van handel ingesteld. De Unie heeft ook hogere tarieven ingesteld op de invoer van stikstofhoudende meststoffen uit Belarus.
De Republiek Belarus is geen lid van de WTO. De Unie is derhalve krachtens de WTO-overeenkomst niet verplicht goederen uit de Republiek Belarus een meestbegunstigingsbehandeling en andere behandeling in overeenstemming met die overeenkomst toe te kennen. Bovendien bieden de bestaande handelsovereenkomsten tussen de Unie en de Republiek Belarus de mogelijkheid om maatregelen te nemen die gerechtvaardigd zijn op basis van toepasselijke uitzonderingsclausules, met name uitzonderingen met betrekking tot de veiligheid.
Om de diversificatie van het aanbod en een verlaging van de productiekosten in de aanloop naar het komende plant- en zaaiseizoen te bevorderen, moet deze verordening in werking treden op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 56, lid 2, punt c), van Verordening (EU) nr. 952/2013 bedoelde rechten van het gemeenschappelijk douanetarief worden geschorst voor de volgende GN-codes, voor de in de bijlage bij deze verordening vermelde totale bedragen:
GN-codes 2814 10 00 en 2814 20 00;
GN-codes 3102 10 12, 3102 10 15, 3102 10 19 en 3102 10 90;
GN-code 3102 21 00;
GN-code 3102 60 00;
GN-code 3102 80 00;
GN-codes 3105 20 10 en 3105 20 90;
GN-code 3105 30 00;
GN-code 3105 40 00.
De schorsing van rechten op goederen onder de in lid 1, punt a), bedoelde GN-codes is niet van toepassing op de invoer van goederen onder die GN-codes uit de Russische Federatie en de Republiek Belarus.
De schorsing van rechten op goederen onder de in lid 1, punten b), c), d), e), f), g) en h), bedoelde GN-codes is niet van toepassing op de invoer van goederen onder die codes uit de Russische Federatie en de Republiek Belarus die binnen het toepassingsgebied van Verordening (EU) 2025/1227 van het Europees Parlement en de Raad vallen.
Nieuwe contingentvolgnummers worden geopend met de in de bijlage bij deze verordening vermelde referenties.
Artikel 2
De Commissie en de lidstaten beheren de in artikel 1 van deze verordening vastgestelde in volume uitgedrukte invoercontingenten overeenkomstig de in de artikelen 49 tot en met 54 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie 4 vastgestelde regeling voor het beheer van tariefcontingenten.
Artikel 3
De Commissie houdt toezicht op de situatie op de meststoffenmarkt en stelt zo nodig de verlenging van de in artikel 1 bedoelde schorsing voor.
Artikel 4
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing tot en met [PO please add: 1 year after the date of entry into force of this Regulation].
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel,
FINANCIEEL MEMORANDUM “ONTVANGSTEN” — VOOR VOORSTELLEN DIE GEVOLGEN HEBBEN AAN DE ONTVANGSTENZIJDE VAN DE BEGROTING
Voorstel voor een verordening van de Raad houdende schorsing van de in artikel 56, lid 2, punt c), van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad bedoelde rechten van het gemeenschappelijk douanetarief betreffende de opening en het beheer van autonome tariefcontingenten voor bepaalde meststoffen.
Begrotingsonderdeel voor ontvangsten (hoofdstuk/artikel/post): hoofdstuk 12, artikel 120
Begroot bedrag voor het betrokken jaar: 2026: 21 368 300 000 EUR
Het voorstel heeft geen financiële gevolgen
X Het voorstel heeft geen financiële gevolgen voor de uitgaven maar wel voor de ontvangsten
Het voorstel heeft financiële gevolgen voor de bestemmingsontvangsten,
namelijk:
(in miljoen EUR, tot op 1 decimaal)
|
Begrotingsonderdeel voor ontvangsten |
Periode van 12 maanden vanaf |
Jaar N |
|
|
GN 2814 |
6,1 miljoen EUR |
1.5.2026 |
2026 |
|
GN 3102 10 12, 3102 10 12, 3102 10 15, 3102 10 19 en 3102 10 90 |
14,6 miljoen EUR |
1.5.2026 |
2026 |
|
GN 3102 21 |
4,3 miljoen EUR |
1.5.2026 |
2026 |
|
GN 3102 60 |
0,4 miljoen EUR |
1.5.2026 |
2026 |
|
GN 3102 80 |
5,4 miljoen EUR |
1.5.2026 |
2026 |
|
GN 3105 20 |
7,0 miljoen EUR |
1.5.2026 |
2026 |
|
GN 3105 30 |
4,0 miljoen EUR |
1.5.2026 |
2026 |
|
GN 3105 40 |
2,9 miljoen EUR |
1.5.2026 |
2026 |
|
Situatie na de actie |
|||||
|
Begrotingsonderdeel voor ontvangsten |
[N+1] |
[N+2] |
[N+3] |
[N+4] |
[N+5] |
|
GN 2814 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
GN 3102 10 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
GN 3102 21 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
GN 3102 60 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
GN 3102 80 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
GN 3105 20 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
GN 3105 30 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
GN 3105 40 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
Nee
In 2024 bedroeg de totale waarde van de invoer onder GN-code 2814 1,1 miljard EUR. Het conventionele douanerecht voor deze GN-code is 5,5 %. Het grootste deel van deze invoer was vrij van rechten als gevolg van de uitvoering van vrijhandelsovereenkomsten. De overige invoer betrof invoer waarvoor het recht van het gemeenschappelijk douanetarief werd betaald, en de waarde per eenheid van die invoer, met uitzondering van de Russische Federatie en de Republiek Belarus, waarvoor geen tariefverlaging zal gelden, bedroeg 489 EUR/ton. De geraamde derving van rechten voor een contingent van 300 000 ton bedraagt derhalve 8,1 miljoen EUR (489 x 300 000 x 5,5 %) per jaar. De inningskosten van 25 % worden van deze waarde afgetrokken, zodat de geraamde maximale gederfde rechten voor de EU-begroting voor dit product 6,1 miljoen EUR bedragen voor een periode van 12 maanden.
In 2024 bedroeg de totale waarde van de invoer onder GN-code 3102 10 2 miljard EUR. Het conventionele douanerecht voor deze GN-code is 6,5 %. Het grootste deel van deze invoer was vrij van rechten als gevolg van de uitvoering van vrijhandelsovereenkomsten. Voor de overige invoer werd het tarief van het gemeenschappelijk douanetarief betaald, en de waarde per eenheid van die invoer, met uitzondering van de Russische Federatie en de Republiek Belarus, waarvoor geen tariefverlaging zal gelden, bedroeg 336 EUR/ton. De geraamde derving van rechten voor een contingent van 890 000 ton bedraagt derhalve 19,5 miljoen EUR (336 x 890 000 x 6,5 %) per jaar. De inningskosten van 25 % worden van deze waarde afgetrokken, zodat de geraamde maximale gederfde rechten voor de EU-begroting voor dit product 14,6 miljoen EUR bedragen voor een periode van 12 maanden.
In 2024 bedroeg de totale waarde van de invoer onder GN-code 3102 21 119 miljoen EUR. Het conventionele douanerecht voor deze GN-code is 6,5 %. Het grootste deel van deze invoer was vrij van rechten als gevolg van de uitvoering van vrijhandelsovereenkomsten. Voor de overige invoer werd het tarief van het gemeenschappelijk douanetarief betaald, en de waarde per eenheid van die invoer, met uitzondering van de Russische Federatie en de Republiek Belarus, waarvoor geen tariefverlaging zal gelden, bedroeg 212 EUR/ton. De derving van rechten wordt daarom geraamd op 5,7 miljoen EUR (212 × 413 000 × 6,5 %) per jaar. De inningskosten van 25 % worden van deze waarde afgetrokken, zodat de geraamde maximale gederfde rechten voor de EU-begroting voor dit product 4,3 miljoen EUR bedragen voor een periode van 12 maanden.
In 2024 bedroeg de totale waarde van de invoer onder GN-code 3102 60 84 miljoen EUR. Het conventionele douanerecht voor deze GN-code is 6,5 %. Het grootste deel van deze invoer was vrij van rechten als gevolg van de uitvoering van vrijhandelsovereenkomsten. Voor de overige invoer werd het tarief van het gemeenschappelijk douanetarief betaald, en de waarde per eenheid van die invoer, met uitzondering van de Russische Federatie en de Republiek Belarus, waarvoor geen tariefverlaging zal gelden, bedroeg 298 EUR/ton. De derving van rechten wordt daarom geraamd op 0,5 miljoen EUR (298 × 27 000 × 6,5 %) per jaar. De inningskosten van 25 % worden van deze waarde afgetrokken, zodat de geraamde maximale gederfde rechten voor de EU-begroting voor dit product 0,4 miljoen EUR bedragen voor een periode van 12 maanden.
In 2024 bedroeg de totale waarde van de invoer onder GN-code 3102 80 269 miljoen EUR. Het conventionele douanerecht voor deze GN-code is 6,5 %. Een deel van deze invoer was vrij van rechten als gevolg van de uitvoering van vrijhandelsovereenkomsten. Voor de overige invoer werd het tarief van het gemeenschappelijk douanetarief betaald, en de waarde per eenheid van die invoer, met uitzondering van de Russische Federatie en de Republiek Belarus, waarvoor geen tariefverlaging zal gelden, bedroeg 190 EUR/ton. De derving van rechten wordt daarom geraamd op 7,2 miljoen EUR (190 × 583 000 × 6,5 %) per jaar. De inningskosten van 25 % worden van deze waarde afgetrokken, zodat de geraamde maximale gederfde rechten voor de EU-begroting voor dit product 5,4 miljoen EUR bedragen voor een periode van 12 maanden.
In 2024 bedroeg de totale waarde van de invoer onder GN-code 3105 20 915 miljoen EUR. Het conventionele douanerecht voor deze GN-code is 6,5 %. Een deel van deze invoer was vrij van rechten als gevolg van de uitvoering van vrijhandelsovereenkomsten. Voor de overige invoer werd het tarief van het gemeenschappelijk douanetarief betaald, en de waarde per eenheid van die invoer, met uitzondering van de Russische Federatie en de Republiek Belarus, waarvoor geen tariefverlaging zal gelden, bedroeg 401 EUR/ton. De derving van rechten wordt daarom geraamd op 9,4 miljoen EUR (401 × 360 000 × 6,5 %) per jaar. De inningskosten van 25 % worden van deze waarde afgetrokken, zodat de geraamde maximale gederfde rechten voor de EU-begroting voor dit product 7 miljoen EUR bedragen voor een periode van 12 maanden.
In 2024 bedroeg de totale waarde van de invoer onder GN-code 3105 30 881 miljoen EUR. Het conventionele douanerecht voor deze GN-code is 6,5 %. Het grootste deel van deze invoer was vrij van rechten als gevolg van de uitvoering van vrijhandelsovereenkomsten. Voor de overige invoer werd het tarief van het gemeenschappelijk douanetarief betaald, en de waarde per eenheid van die invoer, met uitzondering van de Russische Federatie en de Republiek Belarus, waarvoor geen tariefverlaging zal gelden, bedroeg 945 EUR/ton. De derving van rechten wordt daarom geraamd op 5,3 miljoen EUR (945 × 87 000 × 6,5 %) per jaar. De inningskosten van 25 % worden van deze waarde afgetrokken, zodat de geraamde maximale gederfde rechten voor de EU-begroting voor dit product 4 miljoen EUR bedragen voor een periode van 12 maanden.
In 2024 bedroeg de totale waarde van de invoer onder GN-code 3105 40 357 miljoen EUR. Het conventionele douanerecht voor deze GN-code is 6,5 %. Het grootste deel van deze invoer was vrij van rechten als gevolg van de uitvoering van vrijhandelsovereenkomsten. Voor de overige invoer werd het tarief van het gemeenschappelijk douanetarief betaald, en de waarde per eenheid van die invoer, met uitzondering van de Russische Federatie en de Republiek Belarus, waarvoor geen tariefverlaging zal gelden, bedroeg 710 EUR/ton. De derving van rechten wordt daarom geraamd op 3,8 miljoen EUR (710 × 83 000 × 6,5 %) per jaar. De inningskosten van 25 % worden van deze waarde afgetrokken, zodat de geraamde maximale gederfde rechten voor de EU-begroting voor dit product 2,9 miljoen EUR bedragen voor een periode van 12 maanden.
Op basis van het bovenstaande wordt de inkomstenderving voor de EU-begroting als gevolg van deze verordening geraamd op 44,7 miljoen EUR per jaar (6,1 miljoen EUR + 14,6 miljoen EUR + 4,3 miljoen EUR + 0,4 miljoen EUR + 5,4 miljoen EUR + 7 miljoen EUR + 4 miljoen EUR + 2,9 miljoen EUR).
Voor de toepassingsperiode van 12 maanden in 2026 en 2027 wordt het effect op de derving van traditionele eigen middelen voor de EU-begroting geraamd op 75 % van het totale gederfde brutobedrag aan douanerechten van 59,5 miljoen EUR, d.w.z. 44,7 miljoen EUR.
De derving van de ontvangsten uit de traditionele eigen middelen zal worden gecompenseerd door de bijdragen aan de eigen middelen op basis van het bruto nationaal inkomen (bni) van de lidstaten.
BIJLAGE bij Voorstel voor een verordening van de Raad tot schorsing van de in artikel 56, lid 2, punt c), van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad bedoelde rechten van het gemeenschappelijk douanetarief betreffende de opening en het beheer van autonome tariefcontingenten voor bepaalde meststoffen
Brussel, 20.2.2026 |
COM(2026) 99 final |
BIJLAGE
|
GN-code |
Omvang tariefcontingent (ton) |
Volgnummer |
|
|
||
|
2814 10 00, 2814 20 00 |
300 000 |
09.0172 |
|
3102 10 12, 3102 10 15, 3102 10 19, 3102 10 90 |
890 000 |
09.0173 |
|
3102 21 00 |
413 000 |
09.0174 |
|
3102 60 00 |
27 000 |
09.0175 |
|
3102 80 00 |
583 000 |
09.0176 |
|
3105 20 10, 3105 20 90 |
360 000 |
09.0177 |
|
3105 30 00 |
87 000 |
09.0178 |
|
3105 40 00 |
83 000 |
09.0179 |