„De inkomsten en uitgaven die het inkomen bepalen dat in de belastinggrondslag moet worden opgenomen, worden volgens de volgende criteria toegerekend op het overeenkomstige belastingtijdvak:
-
Inkomsten uit arbeid en vermogen worden toegerekend op het belastingtijdvak waarin zij door de ontvangers ervan opeisbaar zijn.
-
Inkomsten uit economische activiteiten worden toegerekend overeenkomstig de voorschriften van de regeling inzake de vennootschapsbelasting, onverminderd eventuele bij wet bepaalde specifieke voorschriften.
-
Meerwaarden en waardeverminderingen worden toegerekend op het belastingtijdvak waarin de wijziging in het vermogen heeft plaatsgevonden.”