Vóór het einde van elk verkoopseizoen worden geconstateerd:
-
de verwachte hoeveelheden A- en B-suiker, A- en B-isoglucose en A- en B-inulinestroop die voor het lopende verkoopseizoen worden geproduceerd;
-
de hoeveelheden suiker, isoglucose en inulinestroop waarvan wordt verwacht dat zij in het lopende verkoopseizoen voor verbruik binnen de Gemeenschap zullen worden afgezet;
-
het uit te voeren overschot, berekend door de sub a bedoelde hoeveelheden te verminderen met de sub b bedoelde hoeveelheden;
-
het verwachte gemiddelde verlies of de verwachte gemiddelde opbrengst per ton suiker voor de verbintenissen tot uitvoer voor rekening van het lopende verkoopseizoen.
Dit gemiddelde verlies of deze gemiddelde opbrengst is gelijk aan het verschil tussen het totale bedrag van de restituties en het totale bedrag van de heffingen, gerelateerd aan de totale omvang van de desbetreffende verbintenissen tot uitvoer;
-
het verwachte totale verlies of de verwachte totale opbrengst, berekend door vermenigvuldiging van het sub c bedoelde overschot met het sub d bedoelde gemiddelde verlies of de sub d bedoelde gemiddelde opbrengst.