Home

Arrest van het Hof (Achtste kamer) van 19 juli 2012

Arrest van het Hof (Achtste kamer) van 19 juli 2012

Gegevens

Instantie
Hof van Justitie EU
Datum uitspraak
19 juli 2012

Uitspraak

Arrest van het Hof (Achtste kamer)

19 juli 2012(*)

"Gemeenschappelijk douanetarief - Tariefindeling - Gecombineerde nomenclatuur - Polijstlappen uitsluitend bestemd voor machines voor het polijsten van schijven van halfgeleidermateriaal - Tariefposten 3919 en 8466 (of 8486) - Begrippen delen of toebehoren "

In zaak C-336/11,

betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door de cour d’appel de Lyon (Frankrijk) bij beslissing van 16 juni 2011, ingekomen bij het Hof op 1 juli 2011, in de procedure

Receveur principal des douanes de Roissy Sud,

Receveur principal de la recette des douanes de Lyon Aéroport,

Direction régionale des douanes et droits indirects de Lyon,

Administration des douanes et droits indirects

tegen

Rohm & Haas Electronic Materials CMP Europe GmbH,

Rohm & Haas Europe SARL,

Rohm & Haas Europe Trading APS-UK Branch,

wijst HET HOF (Achtste kamer),

samengesteld als volgt: A. Prechal, kamerpresident, L. Bay Larsen en E. Jarašiūnas (rapporteur), rechters,

advocaat-generaal: J. Kokott,

griffier: R. Şereş, administrateur,

gezien de stukken en na de terechtzitting op 18 april 2012,

  1. gelet op de opmerkingen van:

    • Rohm & Haas Electronic Materials CMP Europe GmbH, Rohm & Haas Europe SARL en Rohm & Haas Europe Trading APS-UK Branch, vertegenwoordigd door P. De Baere en F. Citron, avocats,

    • de Franse regering, vertegenwoordigd door G. de Bergues, C. Candat en M. Perrot als gemachtigden,

    • de Europese Commissie, vertegenwoordigd door B.-R. Killmann en L. Bouyon als gemachtigden,

gelet op de beslissing, de advocaat-generaal gehoord, om de zaak zonder conclusie te berechten,

het navolgende

Arrest

1 Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van de posten 3919 en 8466 (of 8486 vanaf 2007) van de gecombineerde nomenclatuur (hierna: „GN”) die is opgenomen in bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256, blz. 1), in de versies die achtereenvolgens voortvloeien uit de volgende verordeningen tot wijziging van bijlage I bij verordening nr. 2658/87: verordening (EG) nr. 1789/2003 van de Commissie van 11 september 2003 (PB L 281, blz. 1), verordening (EG) nr. 1810/2004 van de Commissie van 7 september 2004 (PB L 327, blz. 1), verordening (EG) nr. 1719/2005 van de Commissie van 27 oktober 2005 (PB L 286, blz. 1), en verordening (EG) nr. 1549/2006 van de Commissie van 17 oktober 2006 (PB L 301, blz. 1).

2 Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen Rohm & Haas Electronic Materials CMP Europe GmbH, Rohm & Haas Europe SARL en Rohm & Haas Europe Trading APS-UK Branch (hierna samen: „Rohm & Haas”) enerzijds en de douaneadministratie anderzijds over de tariefindeling van door Rohm & Haas ingevoerde polijstlappen en het verzoek om terugbetaling van de huns inziens tussen 2004 en 2007 onverschuldigd betaalde douanerechten.

Toepasselijke bepalingen

GN

3 De GN is bij verordening nr. 2658/87 ingesteld ten behoeve van zowel het gemeenschappelijke douanetarief als de statistieken van de buitenlandse handel van de Europese Gemeenschap. Zij is gebaseerd op het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen (hierna: „GS”), dat is opgesteld door de Internationale Douaneraad, thans de Werelddouaneorganisatie, en is ingevoerd bij het Internationaal Verdrag van Brussel van 14 juni 1983, dat namens de Gemeenschap is goedgekeurd bij besluit 87/369/EEG van de Raad van 7 april 1987 (PB L 198, blz. 1).

4 Het eerste deel van de GN bevat een geheel van inleidende bepalingen. In titel I ervan, houdende de algemene regels, voorziet afdeling A in verschillende regels op grond waarvan de indeling van goederen in de GN gebeurt. Zo wordt met name gesteld dat de indeling wettelijk wordt bepaald volgens de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken en dat de indeling van goederen onder de onderverdelingen van eenzelfde post wettelijk wordt bepaald volgens de bewoordingen van die onderverdelingen en de aantekeningen op de onderverdelingen, terwijl de aantekeningen op de afdelingen en op de hoofdstukken in beginsel eveneens van toepassing zijn.

5 Het tweede deel van de GN omvat een afdeling VII met hoofdstuk 39 met het opschrift „Kunststof en werken daarvan”. Volgens aantekening 2, sub p [of sub s, in verordening nr. 1549/2006], van GN-hoofdstuk 39 omvat dit hoofdstuk geen „artikelen bedoeld bij afdeling XVI (machines en toestellen, elektrotechnisch materieel)”.

6 GN-post 3919 luidt:

„3919 Platen, vellen, foliën, stroken, strippen en andere platte producten, van kunststof, zelfklevend, ook indien op rollen:

[...]

3919 90 – andere:

3919 90 10 ‐ ‐ anders bewerkt dan aan het oppervlak, of anders versneden dan vierkant of rechthoekig

[...]”.

7 Aantekening 2, sub b, van afdeling XVI van het tweede deel van de GN met het opschrift „Machines, toestellen en elektronisch materieel, alsmede delen daarvan; toestellen voor het opnemen en het weergeven van geluid, voor het opnemen en het weergeven van beelden en geluid voor televisie, alsmede delen en toebehoren van deze toestellen” bepaalt: „Behoudens het bepaalde in aantekening 1 op deze afdeling en in de aantekening[en] 1 op de hoofdstukken 84 en 85, worden delen van machines (andere dan delen van artikelen bedoeld bij post 8484, 8544, 8545, 8546 of 8547) ingedeeld met inachtneming van de volgende regels: [...] delen, andere dan die bedoeld onder a hiervoor, waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor een bepaalde machine of voor verschillende onder eenzelfde post vallende machines [...], worden ingedeeld onder de post waaronder die machine valt of die machines vallen of onder een der posten 8409, 8431, 8448, 8466, 8473, 8503, 8522, 8529 of 8538, naargelang van het geval.”

8 GN-post 8464, die tot 31 december 2006 van kracht was, luidt:

„Gereedschapswerktuigen voor het bewerken van steen, van keramische producten, van beton, van asbestcement en van dergelijke minerale stoffen, alsmede voor het koud bewerken van glas:

8464 20 – Slijp- en polijstmachines:

8464 20 05 ‐ ‐ machines voor het bewerken van schijven (wafers) van halfgeleidermateriaal

[...]”.

9 GN-post 8466, die tot 31 december 2006 van kracht was, bepaalt:

„Delen en toebehoren waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor de machines bedoeld bij de posten 8456 tot en met 8465, daaronder begrepen werkstukhouders en gereedschaphouders, zelfopenende draadsnijkoppen, verdeelkoppen en andere speciale toestellen, voor montage op gereedschapswerktuigen; gereedschaphouders voor handgereedschap van alle soorten:

[...]

8466 30 00 ‐ verdeelkoppen en andere speciale toestellen voor montage op gereedschapswerktuigen

‐ andere:

[...]

8466 91 ‐ ‐ voor machines bedoeld bij post 8464:

8466 91 15 ‐ ‐ ‐ voor machines bedoeld bij onderverdeling 8464 10 10, 8464 20 05 of 8464 90 10.”

10 Verordening nr. 1549/2006, die op 1 januari 2007 in werking is getreden, voerde GN-post 8486 in, die luidt:

„8486 Machines en apparaten van de soort die uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt voor de vervaardiging van staven of schijven (wafers) van halfgeleidermateriaal, van elementen of schakelingen van halfgeleidermateriaal, van elektronische geïntegreerde schakelingen of van platte beeldschermen; machines en apparaten bedoeld bij aantekening 9, onder C, op dit hoofdstuk; delen en toebehoren:

[...]

8486 90 ‐ delen en toebehoren daarvan:

[...]

8486 90 90 ‐ ‐ andere.”

GS-toelichtingen

11 De Internationale Douaneraad, thans de Werelddouaneorganisatie, keurt onder de voorwaarden die zijn vastgesteld in artikel 8 van het internationale Verdrag betreffende het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen, de toelichtingen en de indelingsadviezen goed die door het Comité voor het GS worden vastgesteld.

12 De GS-toelichting op post 8466 luidt:

„De onderhavige post omvat, behoudens de algemene indelingsbepalingen van partijen [...] en behalve het gereedschap van hoofdstuk 82:

  1. de delen van de gereedschapswerktuigen die binnen de tien voorgaande posten vallen (nrs. 8456-8465).

  2. toebehoren bij deze machines, namelijk verwisselbare uitrusting tot aanpassing van deze machines aan het soort te verrichten werk, mechanismen voor extra mogelijkheden of grotere precisie en toestellen voor een bijzondere dienst die verband houdt met de hoofdfunctie van de machine.

[...]”

13 De GS-toelichtingen op post 8486, in de versie die van toepassing is op de feiten in het hoofdgeding vanaf 2007, bepalen:

„De delen en toebehoren van de machines en apparaten van de onderhavige post worden hier opgenomen behoudens de algemene indelingsbepalingen van partijen (zie de algemene overwegingen van deze afdeling). Delen en toebehoren, ingedeeld onder de onderhavige post, omvatten dus met name werkstukhouders en gereedschaphouders alsook speciale toestellen die uitsluitend of hoofdzakelijk zijn bestemd voor de machines en apparaten van deze post.”

Hoofdgeding en prejudiciële vraag

14 Rohm & Haas voerde in Frankrijk polijstlappen in bestemd voor machines voor het polijsten van schijven van halfgeleidermateriaal; deze schijven, doorgaans bekend als „wafers”, worden met name gebruikt voor de vervaardiging van geïntegreerde schakelingen. Het gaat om kleeflappen die bestaan uit verschillende lagen, uit kunststof, in de vorm van schijven van ongeveer 40 cm in diameter en 3 mm dik, tot uitrusting van deze machines.

15 Acta klaarde namens Rohm & Haas bij douaneaangifte van 3 juni 2004 twee pakketten „schuurvilt” in onder tariefpost 5911 10 00, die van toepassing is op „weefsels, vilt of met vilt gevoerd weefsel, bekleed of bedekt met, dan wel met inlagen van rubber, leder of andere stoffen, van de soort gebruikt voor de vervaardiging van kaardbeslag, alsmede dergelijke producten voor ander technisch gebruik, lint van fluweel, geïmpregneerd met rubber voor het bekleden van kettingbomen daaronder begrepen”, waarvoor douanerechten van 5,3 % gelden.

16 Die tariefpost werd betwist door de douaneadministratie, volgens welke de ingevoerde producten onder tariefpost 3919 90 10 vielen, waarvoor douanerechten van 6,5 % gelden.

17 Rohm & Haas klaarde de betrokken polijstlappen tussen 8 juli 2004 en 9 augustus 2006 verder in onder GN-post 5911 10 00.

18 Een vervolgens op verzoek van deze vennootschappen door de Franse Commission de Conciliation et d’Expertise Douanière (hierna: „CCED”) verstrekt advies van 26 juni 2007 deelde de goederen in het hoofdgeding in onder tariefpost 8466 als „delen en toebehoren waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor de machines bedoeld bij de posten 8456 tot en met 8465”. De goederen van GN-post 8466 zijn vrijgesteld van douanerechten.

19 Rohm & Haas verzocht de douaneadministratie derhalve om terugbetaling van de haar inziens tussen 2004 en 2007 onverschuldigd betaalde douanerechten.

20 Na afwijzing van dit verzoek vorderde Rohm & Haas terugbetaling van deze douanerechten voor het tribunal d’instance de Lyon, dat het beroep toewees bij vonnis van 20 april 2009 waarin het oordeelde dat de betrokken goederen onder de door de CCED aanbevolen tariefpost vielen als onmisbaar voor de werking van de polijstmachines en als een deel van deze machines.

21 De douaneadministratie stelde tegen dit vonnis beroep in bij de cour d’appel de Lyon.

22 Zij betwist in dat beroep de relevantie van het advies van de CCED, want dit advies berust haars inziens niet op de eigen kenmerken van deze goederen, maar op het feit dat de goederen in het hoofdgeding volgens het etiket bij het aangeboden monster bestemd waren voor machines van GN-posten 8456 tot en met 8465.

23 Haars inziens vallen de betrokken polijstlappen onder GN-post 3919, daar het gaat om platte schijven, van kunststof, met een kleefzijde. Zij beroept zich ook op verordening (EU) nr. 336/2010 van de Commissie van 21 april 2010 tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur (PB L 102, blz. 25), die later is vastgesteld voor soortgelijke machines als die waarop lappen als in het hoofdgeding worden gebruikt.

24 Rohm & Haas stelt voor de verwijzende rechter dat de lappen in het hoofdgeding uitsluitend zijn bestemd voor machines voor het polijsten van schijven van halfgeleidermateriaal, die onder GN-post 8464 vallen, en dat elk soort lap bestemd is voor een enkel machinemodel en voor een soort bijzonder werk. Huns inziens zijn de polijstlappen delen, waarvan kan worden onderkend dat zij noodzakelijk zijn voor de werking van deze machines, zodat het als monster genomen product aldus was geëtiketteerd. Zij blijft bij haar betoog dat het onmogelijk is deze polijstlappen onder GN-post 3919 in te delen want deze laatste hebben geen zijde die kleeft bij gewoon contact, of onder post 8207 want zij maken het polijstwerk als zodanig niet mogelijk. Zij gaan daarbij uit van het advies van de CCED. Zij stellen ook dat verordening nr. 336/2010 zelfs naar analogie geen terugwerkende kracht heeft, niet dezelfde producten betreft en ongeldig is.

25 Onder deze omstandigheden heeft de cour d’appel de Lyon de behandeling van de zaak geschorst en het Hof de volgende prejudiciële vraag gesteld:

“Moet de [GN], [...] die is opgenomen in bijlage I bij verordening [nr. 2658/87], zoals gewijzigd bij verordeningen [nr. 1549/2006] en (EG) nr. 1214/2007 van de Commissie van 20 september 2007 [(PB L 286, blz. 1)], aldus worden uitgelegd dat polijstlappen die zijn bestemd voor een polijstmachine voor het bewerken van halfgeleidermateriaal – welke machine als zodanig onder tariefpost 8460 valt – die los van die machine zijn ingevoerd, die de vorm hebben van schijven die in het midden zijn geperforeerd, die bestaan uit een harde laag van polyurethaan, een laag van polyurethaanschuim, een kleeflaag en een beschermfolie van kunststof, die geen enkel metalen deel, noch een polijststof bevatten, die worden gebruikt om met een polijstvloeistof ‚wafers’ te polijsten en die moeten worden vervangen naargelang hun slijtsnelheid, vallen onder tariefpost 8466 91 15 als delen of toebehoren waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor de machines bedoeld bij de posten nrs. 8456 tot en met 8465, of op basis van het materiaal waaruit zij bestaan, vallen onder tariefpost 3939 90 10 als andere platte producten, van kunststof, zelfklevend?”

Beantwoording van de prejudiciële vraag

26 Om te beginnen dient te worden opgemerkt dat verordening nr. 1214/2007, die wordt vermeld in de gestelde vraag, op 1 januari 2008 in werking is getreden zodat de daarin opgenomen GN-versie niet van toepassing is op de invoer van de polijstlappen in het hoofdgeding, die, zoals verzoeksters in het hoofdgeding ter terechtzitting bevestigden, plaatsvond van 2004 tot 2007. De gestelde vraag moet dus worden geacht te verwijzen naar de GN-versies in de verordeningen nr. 1789/2003, nr. 1810/2004, nr. 1719/2005 en nr. 1549/2006.

27 Bovendien dient erop te worden gewezen dat de vermelding in de tekst van deze vraag van GN-post 8460 en GN-postonderverdeling 3939 90 10 kennelijk voortvloeit uit een materiële vergissing en dat deze vraag moet worden geacht te zien op GN-post 8464 (of 8486 sinds de inwerkingtreding van verordening nr. 1549/2006) respectievelijk GN-postonderverdeling 3919 90 10.

28 Derhalve wenst de verwijzende rechter met zijn vraag in wezen te vernemen of de GN aldus moet worden uitgelegd dat polijstlappen bestemd voor polijstmachines – van GN-post 8464 (of post 8486 sinds de inwerkingtreding van verordening nr. 1549/2006) – die los van die machines zijn ingevoerd, die de vorm hebben van schijven die in het midden zijn geperforeerd, die bestaan uit een harde laag van polyurethaan, een laag van polyurethaanschuim, een kleeflaag en een beschermfolie van kunststof, die geen enkel metalen deel, noch een polijststof bevatten, die worden gebruikt om met een polijstvloeistof „wafers” te polijsten en die moeten worden vervangen naargelang hun slijtsnelheid, vallen onder GN-postonderverdeling 8466 91 15 (of onder GN-postonderverdeling 8486 90 90 sinds de inwerkingtreding van verordening nr. 1549/2006) als delen en toebehoren van dit werktuig, dan wel aldus moet worden uitgelegd dat bovengenoemde schijven, op basis van het materiaal waaruit zij bestaan, vallen onder GN-postonderverdeling 3919 90 10 als platte producten, anders versneden dan vierkant of rechthoekig, zelfklevend en van kunststof.

29 De polijstlappen in het hoofdgeding zijn, aldus Rohm & Haas, delen die uitsluitend of hoofdzakelijk zijn bestemd voor polijstmachines van GN-post 8464 (of 8486 sinds de inwerkingtreding van verordening nr. 1549/2006), die zonder deze lappen niet correct kunnen werken, en kunnen alleen met dit soort polijstmachines worden gebruikt. Huns inziens moeten de vóór 1 januari 2007 ingevoerde lappen derhalve onder post 8466 en de na deze datum ingevoerde lappen onder post 8486 worden ingedeeld.

30 Volgens de Franse regering en de Europese Commissie moeten deze polijstlappen op basis van het materiaal waaruit zij bestaan, worden ingedeeld onder GN-post 3919 als platte producten, van kunststof, zelfklevend.

31 Het is vaste rechtspraak dat in het belang van de rechtszekerheid en van een gemakkelijke controle het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen in de regel moet worden gevonden in de objectieve kenmerken en eigenschappen ervan, zoals deze in de tekst van de GN-posten en in de aantekeningen bij de afdelingen of hoofdstukken zijn omschreven (zie met name arresten van 19 februari 2009, Kamino International Logistics, C-376/07, Jurispr. blz. I-1167, punt 31; 14 april 2011, British Sky Broadcasting Group en Pace, C-288/09 en C-289/09, Jurispr. blz. I-2851, punt 60, en 16 juni 2011, Unomedical, C-152/10, Jurispr. blz. I-5433, punt 25).

32 In casu moeten de polijstlappen in het hoofdgeding, gelet op hun fysieke kenmerken, in beginsel worden ingedeeld onder GN-hoofdstuk 39. Volgens aantekening 2, sub p, van dit hoofdstuk omvat dit hoofdstuk evenwel geen artikelen bedoeld bij GN-afdeling XVI, die met name betrekking heeft op delen en toebehoren die bestemd zijn voor machines van de posten van deze afdeling. Bijgevolg dient te worden nagegaan of dergelijke polijstlappen kunnen worden ingedeeld onder deze afdeling XVI en in het bijzonder onder GN-post 8466 (of 8486 sinds de inwerkingtreding van verordening nr. 1549/2006) als „delen” of „toebehoren” van machines voor het polijsten van schijven van halfgeleidermateriaal, die vallen onder GN-post 8464 als „[g]ereedschapswerktuigen voor het bewerken van steen, van keramische producten, van beton, van asbestcement en van dergelijke mineralen stoffen, alsmede voor het koud bewerken van glas” (of onder GN-post 8486 als „[m]achines en apparaten van de soort die uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt voor de vervaardiging van [...] schijven (wafers) van halfgeleidermateriaal” sinds de inwerkingtreding van verordening nr. 1549/2006).

33 Dienaangaande dient te worden opgemerkt dat volgens aantekening 2, sub b, van GN-afdeling XVI de delen van machines „waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor een bepaalde machine of voor verschillende onder eenzelfde post vallende machines”, worden ingedeeld onder de post waaronder die machine valt of die machines vallen of naargelang van het geval onder andere posten van GN-afdeling XVI, waaronder post 8466, die „[d]elen en toebehoren waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor de machines bedoeld bij de posten 8456 tot en met 8465” omvat.

34 De GN, in de op het hoofdgeding toepasselijke versies, definieert evenwel niet de begrippen „delen” en „toebehoren” in de zin van haar GN-hoofdstuk 84. Uit de rechtspraak van het Hof blijkt echter dat het begrip „delen” de aanwezigheid impliceert van een geheel voor de werking waarvan deze delen onmisbaar zijn, en het begrip „toebehoren” de aanwezigheid impliceert van een verwisselbare uitrusting waardoor een apparaat voor speciale werkzaamheden kan worden aangepast of die het geschikt maakt voor bijkomende mogelijkheden of voor bijzondere werkzaamheden die verband houden met de hoofdfunctie van de machine (zie in die zin arresten van 19 oktober 2000, Peacock, C-339/98, Jurispr. blz. I-8947, punt 21, en 7 februari 2002, Turbon International, C-276/00, Jurispr. blz. I-1389, punten 30 en 32, alsook Unomedical, reeds aangehaald, punt 29).

35 Ook al kunnen, zoals Rohm & Haas stelt, machines voor het polijsten van schijven van halfgeleidermateriaal zonder de polijstlappen niet voldoen aan de behoefte waarvoor zij zijn bestemd, staat evenwel in casu in de eerste plaats vast dat de mechanische en elektrische werking van deze machines niet afhangt van de aanwezigheid van een dergelijke polijstlap. Bijgevolg zijn de polijstlappen niet onmisbaar voor de werking van de machines voor het polijsten van dergelijke schijven.

36 Deze vaststelling wordt bevestigd doordat, zoals Rohm & Haas ter terechtzitting stelde, bij machines voor het polijsten van schijven van halfgeleidermateriaal meerdere polijstlappen kunnen worden gebruikt.

37 In de tweede plaats staat vast dat de polijstlappen de machines voor het polijsten van dergelijke schijven niet geschikt kunnen maken voor andere diensten dan die waarvoor zij zijn bestemd. Bijgevolg maken deze lappen het niet mogelijk deze machines aan te passen voor een bijzonder werk en evenmin geven zij eraan bijkomende mogelijkheden of maken zij ze geschikt voor een bijzondere dienst in verband met de hoofdfunctie ervan.

38 Mitsdien kunnen de polijstlappen in het hoofdgeding niet worden gekwalificeerd als „delen” of „toebehoren” van een machine voor het polijsten van schijven van halfgeleidermateriaal, zodat zij niet kunnen vallen onder GN-post 8466 (of 8486 sinds de inwerkingtreding van verordening nr. 1549/2006).

39 Het betoog van Rohm & Haas dat de polijstlappen in het hoofdgeding uitsluitend zijn bestemd voor een bepaald soort machines voor het polijsten van dergelijke schijven en dat deze machines reeds uitgerust met een polijstlap worden geleverd, laat de vaststelling in het vorige punt van dit arrest onverlet. Noch de uitsluitende bestemming van een goed voor een gegeven soort machine, noch de omstandigheid dat een machine eventueel reeds uitgerust met dit goed kan worden geleverd, is gelet op de in punt 34 van het onderhavige arrest aangehaalde rechtspraak namelijk relevant voor de kwalificatie van dit goed als „deel” of „toebehoren”.

40 Bijgevolg dient op de gestelde vraag te worden geantwoord dat de GN, in de versies die achtereenvolgens voortvloeien uit verordeningen nr. 1789/2003, nr. 1810/2004, nr. 1719/2005 en nr. 1549/2006, aldus moet worden uitgelegd dat polijstlappen bestemd voor polijstmachines voor het bewerken van halfgeleidermateriaal – die als zodanig vallen onder tariefpost 8464 (of 8486 vanaf 1 januari 2007) – die los van die machines zijn ingevoerd, die de vorm hebben van schijven die in het midden zijn geperforeerd, die bestaan uit een harde laag van polyurethaan, een laag van polyurethaanschuim, een kleeflaag en een beschermfolie van kunststof, die geen enkel metalen deel, noch een polijststof bevatten, die worden gebruikt om met een polijstvloeistof „wafers” te polijsten en die moeten worden vervangen naargelang hun slijtsnelheid, onder postonderverdeling 3919 90 10 vallen als platte producten, anders versneden dan vierkant of rechthoekig, zelfklevend en van kunststof.

Kosten

41 Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

Het Hof (Achtste kamer) verklaart voor recht:

De gecombineerde nomenclatuur die is opgenomen in bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, in de versies die achtereenvolgens voortvloeien uit de verordeningen tot wijziging van bijlage I bij verordening nr. 2658/87, te weten verordening (EG) nr. 1789/2003 van de Commissie van 11 september 2003, verordening (EG) nr. 1810/2004 van de Commissie van 7 september 2004, verordening (EG) nr. 1719/2005 van de Commissie van 27 oktober 2005 en verordening (EG) nr. 1549/2006 van de Commissie van 17 oktober 2006, moet aldus worden uitgelegd dat polijstlappen bestemd voor polijstmachines voor het bewerken van halfgeleidermateriaal – die als zodanig vallen onder tariefpost 8464 (of 8486 vanaf 1 januari 2007) – die los van die machines zijn ingevoerd, die de vorm hebben van schijven die in het midden zijn geperforeerd, die bestaan uit een harde laag van polyurethaan, een laag van polyurethaanschuim, een kleeflaag en een beschermfolie van kunststof, die geen enkel metalen deel, noch een polijststof bevatten, die worden gebruikt om met een polijstvloeistof „wafers” te polijsten en die moeten worden vervangen naargelang hun slijtsnelheid, onder postonderverdeling 3919 90 10 vallen als platte producten, anders versneden dan vierkant of rechthoekig, zelfklevend en van kunststof.

ondertekeningen