„De belastingplichtige dient in zijn boekhouding het bedrag van de aftrekbare en van de niet-aftrekbare voorbelasting afzonderlijk op te voeren (positief onderscheid). De belastingplichtige die subsidies uit overheidsmiddelen ontvangt welke overeenkomstig artikel 22, leden 1 en 2, van de onderhavige wet niet in de belastinggrondslag zijn opgenomen, kan, tenzij de jaarlijkse begrotingswet anders bepaalt,
-
in geval van subsidies voor de aanschaf van bepaalde goederen, zijn recht op aftrek slechts uitoefenen met betrekking tot het bedrag van de btw dat betrekking heeft op het niet-gesubsidieerde deel van de betrokken aanschaf;
[...]”