„Bij Privatstiftungen die niet onder § 5, punt 6 of 7, of § 7, lid 3, vallen, worden niet bij de inkomsten of het inkomen in aanmerking genomen, maar worden overeenkomstig § 22, lid 3, afzonderlijk belast:
-
Binnen- en buitenlandse kapitaalopbrengsten uit
-
deposito’s en andere vorderingen bij kredietinstellingen (§ 93, lid 2, punt 3, [EStG 1988]),
-
schuldtitels in de zin van § 93, lid 3, punten 1 tot en met 3, [EStG 1988], indien zij bij de uitgifte zowel in juridisch als in feitelijk opzicht worden aangeboden aan een onbepaalde kring van personen,
-
schuldtitels in de zin van § 93, lid 3, punten 4 en 5, [EStG 1988], voor zover die kapitaalopbrengsten behoren tot de inkomsten uit kapitaal in de zin van § 27 [EStG 1988].
-
-
Inkomsten uit de verkoop van deelnemingen in de zin van § 31 [EStG 1988], voor zover lid 4 niet van toepassing is.