„De belastingplicht ontstaat:
-
in de in § 1, lid 1, punten 1 tot en met 3, genoemde gevallen, voor alle overgaande vermogensbestanddelen, wanneer de erflater ten tijde van zijn overlijden, [...] of de verkrijger ten tijde van het belastbare feit, ingezetene is. Als ingezetenen worden beschouwd:
-
natuurlijke personen die op het nationale grondgebied wonen of er gewoonlijk verblijven,
-
[...]
-
in alle andere gevallen voor de vermogensbestanddelen uit het binnenlands vermogen als bedoeld in § 121 van het Bewertungsgesetz (wet inzake de waardering van goederen). [...]”