Home

Gerechtshof Amsterdam, 03-10-2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:3245, 12/00124

Gerechtshof Amsterdam, 03-10-2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:3245, 12/00124

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
3 oktober 2013
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2013:3245
Zaaknummer
12/00124

Inhoudsindicatie

Vermenging communautaire benzine met niet-communautaire bio-ethanol tot E85. Vergunning passieve veredeling. Begrip veredelaars.

Naar ’s Hofs oordeel lijdt het geen twijfel dat met de term ‘communautaire veredelaars’ in artikel 148, sub c, van het CDW enkel wordt gedoeld op bedrijven in de Europese Unie die dezelfde veredelingshandelingen (kunnen) verrichten als de veredelingshandelingen die met gebruikmaking van de regeling passieve verdeling worden uitbesteed aan bedrijven buiten de Europese Unie. Beroep gegrond.

Uitspraak

kenmerk 12/00124

3 oktober 2013

uitspraak van de meervoudige douanekamer

op het hoger beroep van

[X] B.V., (voorheen [XX] B.V, voorheen [XXX] B.V.) te Rotterdam, belanghebbende,

gemachtigden: mr. J.A.G. Winkels en mr. O.R.L. Gemin (Ernst & Young Belastingadviseurs LLP),

tegen de uitspraak in de zaak met kenmerk 11/1344 van de rechtbank Haarlem (hierna: de rechtbank) in het geding tussen

belanghebbende

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Douane, kantoor Roosendaal,

de inspecteur.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

Belanghebbende heeft bij brief met dagtekening 27 juni 2008 een aanvraag ingediend voor een vergunning passieve veredeling. De inspecteur heeft bij beschikking van 13 april 2010 de aanvraag afgewezen.

1.2.

Na daartegen gemaakt bezwaar heeft de inspecteur bij uitspraak, gedagtekend 26 januari 2011, de beschikking gehandhaafd. Bij uitspraak van 21 december 2011 heeft de rechtbank het door belanghebbende ingestelde beroep ongegrond verklaard.

1.3.

Het tegen deze uitspraak ingestelde hoger beroep is bij het Hof ingekomen op 30 januari 2012, aangevuld bij fax van 27 februari 2012. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.4.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 september 2013. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.

2 Feiten

2.1.

De rechtbank heeft de navolgende feiten vastgesteld. Belanghebbende wordt daarin aangeduid als ‘eiseres’, de inspecteur als ‘verweerder’.

“2.1. Op 30 juni 2008 heeft eiseres een aanvraag ingediend voor een vergunning passieve veredeling voor het mengen van communautaire (lichte) benzine (circa 15%) en niet- communautaire ethanol (circa 85%) tot de biobrandstof E85. Deze brandstof is geschikt voor zogenoemde ‘Flexi-Fuel’ motoren. Het vermengen van de benzine en ethanol, welke componenten afzonderlijk worden geladen in een schip gelegen in een Nederlandse haven, vindt plaats in een schip buiten de territoriale wateren van de Europese Unie (hierna: EU). Na de vermenging komt het schip terug naar Nederland waarna de E85 door eiseres ten invoer wordt aangegeven onder GN-code 3824 9097. Eiseres beschikt ter zake over twee bindende tariefinlichtingen (BTI’s):

NL RTD-2007-003861 - mix van ethanol en benzine (80% - 20% mix)

NL RDT-2007-003862 - mix van ethanol en benzine (88% - 12% mix)

2.2.

Op 1 september 2008 heeft verweerder eiseres meegedeeld dat de

Belastingdienst/Douane West een identieke aanvraag in behandeling heeft in welk verband onderzoek wordt gedaan naar de vraag of in dat kader dient te worden getoetst aan de economische voorwaarden zoals bedoeld in artikel 148 van het communautair douanewetboek (hierna: CDW). In afwachting van de beslissing van de Europese Commissie (hierna: de Commissie) hierover heeft verweerder de aanvraag van eiseres aangehouden.

2.3.

In de vergadering van 27 oktober 2008 van het Comité douanewetboek, bedoeld in de artikelen 247bis en 248bis van het CDW (hierna: het Comité), is de onderhavige kwestie behandeld. In het verslag van deze vergadering is, voor zover hier van belang, het volgende opgenomen:

“(…)

IV. Any Other Business

1 Mixing of petrol and ethanol under outward processing

COM summarised the replies provided by MSs according which there were no authorisations granted for mixing Community petrol and non-Community ethanol under outward processing. Some MSs expressed their opinion that an examination of economic conditions in the Committee is required under Article 148(c) CCC and Article 502(4) CCIP before granting authorisation. No authorisations granted for the inward processing procedure involving ethanol were reported in the ISPP. There are no difficulties indicated, but COM saw a need to discuss how to handle this issue in future, COM proposed to have an examination of economic conditions at Community level for the outward and inward processing customs procedures with regard to agricultural ethanol intended to be processed into biofuels.

Several MSs supported this idea stressing that ethanol is a sensitive product. One MS said that there is no requirement for this in the current legislation.

COM welcomed the support and pointed out that Article 503 (a) and (c) CCIP allows an examination at Community level. However, inward processing cases which are covered by Article 539(2) CCIP cannot he subject to examinations of the economic conditions.

With regard to outward processing it can be concluded that indications exist that the essential interests of Community processors might be adversely affected by the use of outward processing (see Article 585(1) CCIP).

Some delegates agreed with COM’s proposal to examine the economic conditions concerning processing of agricultural ethanol into biofuels under outward processing. However, they need to consult their administrations on inward processing and they would report subsequently to COM.

The chairman said that any comments on this issue should be sent to COM within the next two weeks (by 10 November 2008).

(…)”

2.4.

Bij brief van 21 november 2008 heeft verweerder, voor zover hier van belang, eiseres het volgende meegedeeld:

“(…)

Inmiddels heeft de Commissie het standpunt ingenomen dat bij vergunningen passieve veredeling voor bio-brandstoffen er altijd een toetsing van de economische voorwaarden moet plaatsvinden. De Cie heeft het standpunt ingenomen dat bij de regeling PV voor bio-brandstoffen er indicaties zijn dat de belangen van communautaire producenten geschaad worden. Om die reden moeten alle aanvragen voor de regeling PV van bio-brandstoffen (communautaire benzine wordt gemengd met niet-communautaire bio-ethanol) worden voorgelegd aan het Comité Economische Douane Regelingen.

Ik verzoek U daarom in dit kader een degelijke onderbouwing te geven aan de vergunningaanvraag i.c. de reden waarom de productie onder de regeling passieve veredeling moet plaatsvinden.

(…)”

2.5.

Bij haar schrijven van 8 juli 2009 heeft eiseres aan dit verzoek voldaan. In een bijlage bij deze brief is, voor zover hier van belang, het volgende opgenomen:

Examination of the economic conditions for an authorization for Outward Processing Relief for processing E85

1 Introduction

2 Products involved

4 Fulfillment of economic conditions

3 Het oordeel van de rechtbank

4 Geschil in hoger beroep

5 Relevante wettelijke bepalingen

6 Beoordeling van het geschil

7 Kosten

8 Beslissing