Home

Gerechtshof Amsterdam, 23-10-2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:3818, 17/00513

Gerechtshof Amsterdam, 23-10-2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:3818, 17/00513

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
23 oktober 2018
Datum publicatie
11 juli 2019
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2018:3818
Zaaknummer
17/00513

Inhoudsindicatie

Proceskosten; vergoeding deskundigenrapport; belanghebbende kon ervan uitgaan dat de taxateur met zijn inventarisatie van een vakantiepark (woning/niet-woning) een relevante bijdrage zou leveren aan een voor haar gunstige beantwoording van een voor de uitkomst van het geschil relevante vraag

Uitspraak

kenmerk 17/00513

23 oktober 2018

uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[X] B.V. gevestigd te [Z], belanghebbende

gemachtigde: G. Gieben (Previcus B.V.)

tegen de uitspraak van 29 augustus 2017 in de zaak met kenmerk ALK 17/1067 van de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank) in het geding tussen

belanghebbende

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Koggenland, de heffingsambtenaar.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende met dagtekening 30 juni 2016 voor het jaar 2016 aanslagen onroerendezaakbelastingen (ozb) opgelegd van € 1.080,14 en € 872,38 in verband met de eigendom respectievelijk het gebruik van de onroerende zaak [het vakantiepark].

1.2.

Na daartegen gemaakt bezwaar, heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak van 3 januari 2017 de aanslagen ozb vernietigd en een kostenvergoeding van in totaal € 492 toegekend.

1.3.

De rechtbank heeft bij de uitspraak van 29 augustus 2017 het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de rechtbank op 9 oktober 2017 hoger beroep bij het Hof ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 september 2018. Namens belanghebbende is verschenen M.O.E. Uyen, kantoorgenoot van de gemachtigde voornoemd. bijgestaan door E.M.J. Brandsen (taxateur). Namens de heffingsambtenaar is verschenen R. van den Heuvel. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.

2 Feiten

2.1.

De rechtbank heeft in haar uitspraak – waarin belanghebbende en de inspecteur zijn aangeduid als ‘eiseres’ respectievelijk ‘verweerder’ – de volgende feiten vastgesteld:

“1. Eiseres is eigenaar en gebruiker van de onroerende zaak.

2. In haar bezwaarschrift heeft de gemachtigde van eiseres met betrekking tot de onroerende zaak het volgende aangevoerd:

“Middels dit schrijven maken wij namens onze cliënt, [X] BV., bezwaar tegen de volledige aanslag/beschikking met kenmerk [aanslagnummer] voor het belastingjaar 2016.

De WOZ-waarden op deze aanslag zijn te hoog vastgesteld.

(…)

Tevens zijn de heffingsgrondslagen OZB-Gebruiker en de OZB-tarieven onjuist. Om de WOZ-waarden te controleren verzoek ik u ons de taxatieverslagen toe te zenden. Indien de WOZ-waarden op basis van uw taxatieverslagen toch juist blijken te zijn zullen wij het bezwaarschrift intrekken.”

Op 22 december 2016 om 10.00 uur is eiseres onder andere naar aanleiding van haar bezwaar met betrekking tot de onroerende zaak telefonisch door verweerder gehoord. Daarbij is vastgesteld dat de bezwaargronden nog niet waren aangevuld en is eiseres in de gelegenheid gesteld deze alsnog aan te vullen.

Bij faxbericht van 22 december 2016 14.51 uur heeft eiseres aan verweerder een taxatierapport toegezonden. Dit faxbericht bevatte tevens een brief van de gemachtigde van eiseres met als onderwerp ‘nadere aanvulling van het bezwaarschrift’. Met betrekking tot de onroerende zaak bevat deze brief de volgende passage:

“De WOZ waarde van [het vakantiepark] is niet te hoog vastgesteld. De grondslag voor de gebruikersaanslag OZB van [het vakantiepark] wel te hoog vastgesteld.”

3. Verweerder heeft het bezwaar van eiseres gegrond verklaard. Verweerder heeft hierbij in de ‘Bijlage kostenvergoeding’ aangegeven dat de door eiser gemaakte kosten voor rechtsbijstand worden vergoed op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Verweerder heeft met betrekking tot het taxatierapport van [het vakantiepark] het standpunt ingenomen dat het opstellen van het taxatierapport niet nodig is geweest, omdat de WOZ-waarde van dat object niet in geschil was. ”

2.2.

Nu de hiervoor vermelde feiten door partijen op zichzelf niet zijn bestreden, zal ook het Hof daarvan uitgaan. Het Hof vult de feiten als volgt aan.

2.3.

De onroerende zaak is een vakantiepark met recreatiewoningen. De heffingsambtenaar heeft de WOZ-waarde daarvan voor het jaar 2016 vastgesteld op € 1.060.000. Tegelijk zijn de onder 1.1 vermelde aanslagen ozb aan belanghebbende (als eigenaar en gebruiker van het vakantiepark) bekendgemaakt; de aanslag in de eigenarenbelasting is opgelegd met toepassing van het niet-woningentarief.

2.4.1.

Belanghebbende heeft bij brief van 22 december 2016 (zie ook onderdeel 2 rechtbankuitspraak) haar bezwaar tegen de aanslagen ozb – voor zover hier van belang – als volgt nader aangevuld:

“(…)

2 Ten minste 70% van de [WOZ-]waarde van een onroerende zaak kan worden toegerekend aan gedeelten die tot woning dienen of volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Op grond van artikel 220a Gemeentewet, dient de gehele onroerende zaak voor de aanslag onroerendezaakbelasting dan ook als woning te worden aangemerkt. Daarnaast dient de aanslag OZB gebruik te worden vernietigd.

3 Ter onderbouwing van de bovenstaande argumenten heeft mijn cliënt een taxatierapport laten opstellen door [taxatiebureau A] (bijlage 1). Dit rapport is in het kader van deze procedure opgesteld door een taxateur. Dit rapport concludeert tot een waarde van woondelen van ruim 91% van de WOZ-waarde. (…)”.

2.4.2.

Vorenbedoeld rapport (hierna: het rapport) is in opdracht van [Y] B.V. te [Z] (hierna: [Y]) opgemaakt. De kosten van het rapport bedragen blijkens een overlegde factuur € 880 (8 uur * € 110 (exclusief omzetbelasting) en zijn door [Y] betaald. [Y] is bestuurder en enig aandeelhouder van belanghebbende. [Y] heeft de kosten van het rapport doorberekend aan belanghebbende.

2.4.3.

Het rapport is opgemaakt en (digitaal) ondertekend door E.M.J. Brandsen (taxateur bij [taxatiebureau A] B.V.) op 14 december 2016; taxateur Brandsen heeft ter zitting bij het Hof desgevraagd bevestigd dat het rapport van zijn hand is. Op voormelde datum heeft volgens het rapport een opname plaatsgevonden. Het rapport heeft als bijlage een zogenoemde taxatiekaart. Volgens de taxatiekaart is 91,7 percent van de op € 1.060.000 vastgestelde WOZ-waarde toerekenbaar aan woningdelen: de waarde van de vakantiewoningen in eigendom (21 stuks), verhuurde kavels met opstallen van derden (45 stuks) en daarbij horende percelen is getaxeerd op in totaal € 972.500 en de waarde van de ‘niet-woningdelen’ (o.a. receptie, 36 kampeerplaatsen, toiletgebouw, wasserette en zwembad) is getaxeerd op in totaal € 87.500.

2.5.

Taxateur Brandsen heeft naar aanleiding van het bezwaar van belanghebbende tegen de voor het jaar 2014 opgelegde aanslagen ozb een ‘Onderzoeksrapport’ d.d. 14 juli 2014 opgemaakt. Volgens dat rapport is 75 percent van de voor het jaar 2014 vastgestelde WOZ-waarde toerekenbaar aan woningdelen. In verband met de afhandeling van het bezwaar voor 2014 (en 2015) schrijft de heffingsambtenaar in een email-bericht van 8 december 2015 aan de gemachtigde van belanghebbende – voor zover van belang – het volgende:

“(…)

[het vakantiepark] (camping): akkoord met waarde (…). Belastingjaar 2016 wordt opnieuw beoordeeld a.d.h.v. inventarisatieformulier.

De discussie; waarde OZB gebruik (woning/niet-woning) voor een camping. De VNG adviseert de gemeenten om de lijn van Rechtbank Gelderland [Hof: ECLI:NL:RBGEL:2015:5308] aan te houden in afwachting van cassatie Hoge Raad [Hof: arrest van 16 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2084]. We kunnen wel afspreken dat na deze uitspraak de aanslag opnieuw onder de loep wordt gehouden en zo nodig vernietigd en aangepast. (…)”

2.6.

De WOZ-waarde voor 2016 is bij de uitspraak op bezwaar gehandhaafd; de aanslagen ozb (gebruikers- en eigenarenbelasting) zijn vernietigd. Voor het jaar 2016 zal – zo staat verder in de uitspraak op bezwaar – een nieuwe aanslag in de eigenarenbelasting worden opgelegd met het woningentarief in plaats van het eerder gehanteerde niet-woningentarief.

3 Geschil in hoger beroep

Evenals in eerste aanleg is in hoger beroep in geschil of belanghebbende aanspraak kan maken op vergoeding van de kosten die zij in verband met de behandeling van het bezwaar heeft gemaakt (van in totaal € 1.064 inclusief en € 880 exclusief omzetbelasting) voor het opstellen van het rapport (hierna: de taxatiekosten).

4 Beoordeling van het geschil

5 Kosten

6 Beslissing