Home

Gerechtshof Amsterdam, 11-07-2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:2449, 18/00697

Gerechtshof Amsterdam, 11-07-2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:2449, 18/00697

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
11 juli 2019
Datum publicatie
17 juli 2019
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2019:2449
Formele relaties
Zaaknummer
18/00697

Inhoudsindicatie

Belanghebbende is in 2017 erfpachter van een woning geworden en verzoekt (i.v.m. de zgn. erfpacht-overstapregeling) om een WOZ-beschikking voor het jaar 2015. Artikel 26 of 28 Wet WOZ biedt hiervoor evenwel geen mogelijkheid. Omdat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen (art. 26 Awr) van toepassing is en de afwijzing op het verzoek niet is aangewezen als voor bezwaar vatbaar, heeft de heffingsambtenaar het bezwaar tegen de afwijzing terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep van belanghebbende op schending van het vertrouwens- dan wel het gelijkheidsbeginsel alsook op schending van artikel 1 Eerste Protocol EVRM, slaagt niet.

Uitspraak

kenmerk 18/00697

11 juli 2019

uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[X] , te Amsterdam, belanghebbende,

gemachtigde: mr. A. Bakker,

tegen de uitspraak van 6 november 2018 in de zaak met kenmerk AMS 18/679 van de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) in het geding tussen

belanghebbende

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, de heffingsambtenaar.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De heffingsambtenaar heeft een verzoek van belanghebbende om voor het kalenderjaar 2015 een voor bezwaar vatbare waardebeschikking als bedoeld in de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) te nemen afgewezen. Tegen deze afwijzing heeft belanghebbende bezwaar gemaakt.

1.2.

De heffingsambtenaar heeft het bezwaar (kennelijk) niet-ontvankelijk verklaard. Belanghebbende heeft daartegen beroep bij de rechtbank ingesteld.

1.3.

De rechtbank heeft bij de uitspraak van 6 november 2018 het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep bij het Hof ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

Belanghebbende heeft bij brief van 24 mei 2019 een nader stuk ingediend. Een kopie daarvan is aan de heffingsambtenaar toegezonden.

1.6.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 juni 2019. Namens belanghebbende is verschenen de gemachtigde voornoemd, bijgestaan door K.M. de Lange en mr. J. Bax. Namens de heffingsambtenaar is verschenen mr. H. Oderkerk, bijgestaan door mr. P.E.H.A Ingenhou, C. Sint, mr. B. Reiptert, mr. K. Goosens, mr. N.M Kell, D.J.L. van Ee, mr. Weisman en A. Pelser. Gelijktijdig en met instemming van partijen zijn ter zitting ook behandeld de hoger beroepen met kenmerken 18/00696, 18/00698 tot en met 18/00700, 19/00034, 19/00075, 19/00082, 19/00085, 19/00086, 19/00157 tot en met 19/00188, 19/00190 tot en met 19/00201 en 19/00209 tot en met 19/00216. Al hetgeen in één van deze zaken is overgelegd of verklaard, wordt eveneens geacht te zijn overgelegd of verklaard in de andere gelijktijdig behandelde zaken. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.

2 Feiten

2.1.

De rechtbank heeft in haar uitspraak de volgende feiten vastgesteld (belanghebbende is in deze uitspraak aangeduid als ‘eisers’ of ‘eiser 2’ en de heffingsambtenaar als ‘verweerder’):

“1.1. Eisers hebben woningen in Amsterdam in erfpacht. Het eigendomsrecht berust bij de gemeente Amsterdam. Op 9 mei 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders een Overstapregeling van voortdurende naar eeuwigdurende erfpacht voor woonbestemmingen 2017 vastgesteld (de overstapregeling). Het college heeft de overstapregeling vervolgens vanwege het grote maatschappelijke en financiële belang van het erfpachtstelsel voorgelegd aan de gemeenteraad voor instemming. In zijn vergadering van 31 mei 2017 heeft de gemeenteraad ingestemd met de overstapregeling. Erfpachters kunnen bij de overstapregeling kiezen voor verschillende opties. Kern van de overstapregeling is dat de canon eeuwigdurend wordt vastgesteld en dat deze eeuwigdurende canon ook kan worden afgekocht. Erfpachters kunnen er ook voor kiezen om niet over te stappen en te blijven bij het voorheen geldende systeem. Bij de berekening van de eeuwigdurende canon en de afkoop daarvan vormt de WOZ‑waarde op de peildatum 1 januari 2014 dan wel 1 januari 2015 de basis. Het betreft dus de WOZ-waarde die is vastgesteld voor de kalenderjaren 2015 dan wel 2016.[voetnoot 1 rechtbank: Zie artikel 18, tweede lid, van de Wet WOZ.]

1.2.

Niet in geschil is dat aan eisers niet eerder een WOZ-beschikking over 2015 is verstrekt. Eisers hebben een WOZ-beschikking gevraagd omdat de WOZ-waarde van belang is bij de overstap naar eeuwigdurende erfpacht. Zij vinden dat de WOZ-waarde voor hun woningen te hoog is vastgesteld en dat zij in de gelegenheid moeten worden gesteld om die waarde aan te vechten.

1.3.

De heffingsambtenaar heeft de verzoeken afgewezen omdat de Wet WOZ het verstrekken van een voor bezwaar vatbare WOZ-beschikking aan eisers niet toelaat. Eiser 1 heeft namelijk te laat verzocht om een waardebeschikking [Hof: inzake eiser 1 doet het Hof separaat uitspraak, zie zaaknr. 18/00696]. Eiser 2 is pas in 2017 eigenaar van de woning geworden. Eisers hebben daartegen bezwaar gemaakt. In de uitspraken op bezwaar heeft de heffingsambtenaar de bezwaren niet-ontvankelijk verklaard.”

2.2.

Nu de hiervoor vermelde feiten door partijen op zichzelf niet zijn bestreden, zal ook het Hof daarvan uitgaan. Het Hof voegt hieraan het volgende toe.

2.3.

Belanghebbende is in 2017 erfpachter van de woning geworden. Belanghebbende verzoekt de heffingsambtenaar in het jaar 2017 in verband met de erfpachtoverstapregeling om voor het kalenderjaar 2015 een voor bezwaar vatbare waardebeschikking als bedoeld in de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) af te geven. Dit verzoek is afgewezen.

3 Geschil in hoger beroep

In hoger beroep is nog in geschil of het Hof bevoegd is de onderhavige zaak te behandelen. Bij bevestigende beantwoording van die vraag is nog in geschil of de heffingsambtenaar belanghebbende terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn bezwaar tegen de afwijzing van het verzoek om afgifte van een waardebeschikking, met als reden dat een rechtsingang ontbreekt. Tevens is in geschil of de heffingsambtenaar alle op de zaak betrekking hebbende stukken heeft overgelegd en of hij de hoorplicht heeft geschonden.

4 Relevante wettelijke bepalingen en wetsgeschiedenis

5 Beoordeling van het geschil

6 Kosten

7 Beslissing