Home

Gerechtshof Amsterdam, 11-06-2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:3795, 18/00231 tot en met 18/00234

Gerechtshof Amsterdam, 11-06-2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:3795, 18/00231 tot en met 18/00234

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
11 juni 2019
Datum publicatie
23 oktober 2019
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2019:3795
Zaaknummer
18/00231 tot en met 18/00234

Inhoudsindicatie

Douanerecht. Indeling schoonmaakdoekjes. Hof is op basis van de Engelse en Franse taalversies van aantekening 7 op afdeling XI van de GN van oordeel dat geen sprake is van geconfectioneerde artikelen. Artikelen dienen te worden ingedeeld onder post 6003. Beroep gegrond.

Uitspraak

kenmerken 18/00231 tot en met 18/00234

11 juni 2019

uitspraak van de meervoudige douanekamer

op het hoger beroep van

[X] , gevestigd te [Z] , belanghebbende,

(gemachtigde: mr. M.C. van de Leur)

tegen de uitspraak van 12 maart 2018 in de zaak met kenmerken HAA 15/3468 tot en met HAA 15/3471 van de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank) in het geding tussen

belanghebbende

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Douane, de inspecteur.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De inspecteur heeft op 9 december 2014 een viertal BTI’s afgegeven waarbij schoonmaakdoekjes (hierna: de schoonmaakdoekjes) zijn ingedeeld onder onderverdeling 6307 10 10 van de GN.

1.2.

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de BTI’s. Bij afzonderlijke uitspraken op bezwaar van 16 juni 2015 heeft de inspecteur het bezwaar afgewezen en de BTI’s gehandhaafd.

1.3.

Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij de rechtbank. Bij uitspraak van 12 maart 2018 heeft de rechtbank de ingestelde beroepen ongegrond verklaard.

1.4.

Het tegen de uitspraak van de rechtbank door belanghebbende ingestelde hoger beroep is bij het Hof ingekomen op 18 april 2018. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 mei 2019. Namens

belanghebbende is verschenen de gemachtigde voornoemd, bijgestaan door [A] . Namens de inspecteur is verschenen mr. W. Kuik, bijgestaan door N. van Stokkem, M. Vredeveld en dr. B.N. Zegers. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.

2 Feiten

2.1.

De rechtbank heeft in haar uitspraak, voor zover in hoger beroep van belang, de navolgende feiten vastgesteld. Belanghebbende wordt in de uitspraak van de rechtbank aangeduid als ‘eiseres’, de inspecteur als ‘verweerder’.

“Zaak HAA 15/3468

1. Op 9 december 2014 is aan eiseres een bti afgegeven met bti-referentie NL RTD- 2014- [#1] , waarbij een product met de handelsbenaming [product 1] (Synthetic) is ingedeeld onder GN-code 6307 10 10. Het product is in de bti als volgt omschreven:

“Een schoonmaakdoekje met onder andere de volgende kenmerken:

-vervaardigd van breiwerk van 100% polyester;

-vierkant van vorm;

-gesneden;

-gewassen;

-gereed voor direct gebruik;

-voor diverse toepassingen;

-afmetingen ongeveer 23 x 23 cm.

Het artikel is opgemaakt voor de verkoop in het klein en per 75 stuks verpakt in een zak van kunststof. Het artikel wordt aangemerkt als een ander geconfectioneerd artikel zoals bedoeld bij GS-post 6307 van de gecombineerde nomenclatuur.”

Zaak HAA 15/3469

2. Op 9 december 2014 is aan eiseres een bti afgegeven met bti-referentie NL RTD- 2014- [#2] , waarbij een product met de handelsbenaming [product 2] (Synthetic) is ingedeeld onder GN-code 6307 10 10. Het product is in de bti als volgt omschreven:

“Een schoonmaakdoekje met onder andere de volgende kenmerken:

-vervaardigd van breiwerk van 100% polyamide;

-vierkant van vorm;

-gesneden;

-gewassen;

-voor direct gebruik;

-voor diverse toepassingen;

-afmetingen van ongeveer 10 x 10 cm.

Het artikel is opgemaakt voor de verkoop in het klein en is per 150 stuks verpakt in een zak van kunststof. Het artikel wordt aangemerkt als een ander geconfectioneerd artikel zoals bedoeld bij GS-post 6307 van de gecombineerde nomenclatuur.”

Zaak 15/3470

3. Op 9 december 2014 is aan eiseres een bti afgegeven met bti-referentie NL RTD- 2014- [#3] , waarbij een product met de handelsbenaming [product 3] (Synthetic) is ingedeeld onder GN-code 6307 10 10. Het product is in de bti als volgt omschreven:

“Een schoonmaakdoekje met onder andere de volgende kenmerken:

-vervaardigd van breiwerk van 100% polyester;

-rechthoekig van vorm;

-gesneden;

-gewassen;

-voor direct gebruik;

-voor diverse toepassingen;

-afmetingen van ongeveer 60 x 25 cm.

Het artikel is opgemaakt voor de verkoop in het klein en is per 50 stuks verpakt in een zak van kunststof Het artikel wordt aangemerkt als een ander geconfectioneerd artikel zoals bedoeld bij GS-post 6307 van de gecombineerde nomenclatuur.”

Zaak HAA 15/3471

4. Op 9 december 2014 is aan eiseres een bti afgegeven met bti-referentie NL RTD- 2014- [#4] , waarbij een product met de handelsbenaming [product 4] (Synthetic) is ingedeeld onder GN-code 6307 10 10. Het product is in de bti als volgt omschreven:

“Een schoonmaakdoekje met onder andere de volgende kenmerken:

-vervaardigd van breiwerk van 100% polyester;

-vierkant van vorm;

-gesneden;

-gewassen;

- voor direct gebruik;

-voor diverse toepassingen;

-afmetingen van ongeveer 23 x 23 cm.

Het artikel is opgemaakt voor de verkoop in het klein en is per 75 stuks verpakt in een zak van kunststof Het artikel wordt aangemerkt als een ander geconfectioneerd artikel zoals bedoeld bij GS-post 6307 van de gecombineerde nomenclatuur.”

Alle zaken

5. In de bti’s is in vak 9 ‘Motivering voor de indeling van het goed’ het volgende vermeld:

“De indeling is vastgesteld op basis van de algemene regels 1 en 6 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur, aantekening 7, letter b op afdeling XI, aantekening 1 op hoofdstuk 63 en de tekst van de GN-codes 6307, 6307 10 en 6307 1010 Laboratorium geraadpleegd d.d. 10 november 2014, met kenmerk 629 SO 14.”

2.2.

Nu de hiervoor vermelde feiten door partijen op zichzelf niet zijn bestreden zal ook het Hof daarvan uitgaan.

3 Geschil in hoger beroep

3.1.

Evenals bij de rechtbank is bij het Hof in geschil de indeling van de schoonmaakdoekjes in de GN. Belanghebbende staat indeling onder post 6003, GN-onderverdeling 6003 3090, voor en de inspecteur bepleit indeling onder post 6307, GN-onderverdeling 6307 1010.

3.2.

Voor een toelichting op de standpunten van partijen wordt verwezen naar de gedingstukken. Voor het verhandelde ter zitting wordt verwezen naar het proces-verbaal van de zitting.

4 Overwegingen van de rechtbank

6 Kosten

7 Beslissing