Home

Gerechtshof Amsterdam, 22-12-2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:3865, 19/00818

Gerechtshof Amsterdam, 22-12-2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:3865, 19/00818

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
22 december 2020
Datum publicatie
24 maart 2021
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2020:3865
Formele relaties
Zaaknummer
19/00818

Inhoudsindicatie

hoogte dwangsom

Uitspraak

kenmerk 19/00818

22 december 2020

uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[X] , wonende te [Z] , belanghebbende,

gemachtigde: G. Veldhuisen

tegen de uitspraak van 2 mei 2019 in de zaak met kenmerk HAA 18/3400 van de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank) in het geding tussen

belanghebbende,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Haarlem, de heffingsambtenaar.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

Belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij brief, gedagtekend 2 mei 2017,

in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op haar bezwaar van 26 mei 2016 inzake een naheffingsaanslag parkeerbelasting.

1.2.

De heffingsambtenaar heeft op 24 mei 2017 uitspraak op bezwaar gedaan.

Bij beschikking van 1 augustus 2017 heeft de heffingsambtenaar een dwangsom toegekend van € 40.

1.3.

Belanghebbende heeft tegen de dwangsombeschikking bezwaar gemaakt.

De heffingsambtenaar heeft het bezwaar bij uitspraak van 28 juni 2018 afgewezen.

1.4.

De rechtbank heeft het beroep in haar uitspraak van 2 mei 2019 ongegrond verklaard.

1.5.

Het tegen deze uitspraak door belanghebbende ingestelde hoger beroep is bij het Hof ingekomen op 18 juni 2019 en aangevuld bij brief van 1 augustus 2018.

De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.6.

Belanghebbende heeft een nader stuk ingediend met dagtekening 4 september 2020.

De heffingsambtenaar heeft daarop gereageerd bij brief van 10 september 2020. Een afschrift hiervan is verstrekt aan de wederpartij.

1.7.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 september 2020. De gemachtigde is verschenen. De heffingsambtenaar is, met kennisgeving daarvan, niet verschenen.

Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.

2 Feiten

2.1.

De rechtbank heeft de feiten als volgt vastgesteld (belanghebbende en de heffingsambtenaar worden in de uitspraak van de rechtbank aangeduid als ‘eiseres’ respectievelijk ‘verweerder’).

“1. Verweerder heeft aan eiseres op 15 april 2016 een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd ter hoogte van € 64,10 (€ 4,10 aan parkeerbelasting en

€ 60 aan kosten in verband met het opleggen van de naheffingsaanslag). Met dagtekening 31 mei 2016 heeft verweerder een duplicaatnaheffingsaanslag aan eiseres verzonden. In de toelichting onder “4. BEZWAARSCHRIFT” staat het volgende vermeld.

U kunt het bezwaarschrift schriftelijk indienen bij de gemeente Haarlem, t.a.v. de Inspecteur Belastingen, Postbus 796, 2130 AT Hoofddorp.

2. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting. Dit bezwaar is gedagtekend 26 mei 2016 en op 30 mei 2016 door verweerder ontvangen.

3. Eiseres heeft een kopie van haar bezwaarschrift verstuurd naar het volgende adres en daarbij de volgende gegevens opgenomen.

“De Inspecteur Belastingen (…)

Gemeente Haarlemmermeer Fax: 023-5563561 (buiten gebruik)

Antwoordnummer 400 Email: info@haarlemmermeer.nl

2130 WB Hoofddorp (…)”

Als bijlage bij het bezwaarschrift is een ‘formulier dwangsom bij niet tijdig beslissen’ opgenomen. In voormeld formulier staat bij de datum vermeld: 2 mei 2017. In het formulier staat het volgende ‘voorgedrukt’:

“Dit formulier volledig ingevuld en ondertekend opsturen naar het bestuurs

-orgaan waar u de aanvraag of het bezwaar heeft ingediend.”

Vervolgens is daarbij ingevuld:

“(…) Gemeente Haarlem, t.a.v. de Inspecteur Belastingen

(…) Postbus 796

(…) 2130 AT HOOFDDORP”

4. Op het bezwaarschrift staat het volgende gestempeld:

INGEKOMEN

08 MEI 2017

5. De gemachtigde van eiseres, G. Veldhuizen, is een professioneel gemachtigde welke optreedt in verschillende bestuursrechtelijke procedures.”

2.2.

Nu de hiervoor vermelde feiten door partijen op zichzelf niet zijn bestreden zal ook het Hof daarvan uitgaan. Het Hof voegt hier nog de volgende feiten aan toe.

2.3.

Belanghebbende heeft in hoger beroep de volgende stukken overlegd: (i) een – naar belanghebbende stelt – faxverzendbewijs d.d. 2 mei 2017 betreffende een formulier dwangsom bij niet tijdig beslissen op bezwaar van 26 mei 2016 , (ii) een faxverzendbewijs d.d. 2 mei 2017 betreffende een pro forma bezwaarschrift d.d. 26 mei 2016, (iii) een e-mail d.d. 2 mei 2017 afkomstig van ‘info@juradvin.nl’ en gericht aan ‘info’ met als onderwerp “20160526; proformabezwaar.doc; 20170502; Ingebrekestelling.pdf”, en (iv) een e-mail d.d. 3 mei 2017 afkomstig van ‘info <Info@haarlemmermeer.nl’> en gericht aan ‘Juradvin’ met als onderwerp ‘Read: RE: Ontvangstbevestiging’.

3 Geschil in hoger beroep

Evenals in eerste aanleg is in hoger beroep de hoogte van de dwangsom in geschil.

4 Overwegingen van de rechtbank

5 Beoordeling van het geschil

6 Kosten

7 Beslissing