Home

Gerechtshof Amsterdam, 11-05-2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:1140, 21/01666

Gerechtshof Amsterdam, 11-05-2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:1140, 21/01666

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
11 mei 2023
Datum publicatie
24 mei 2023
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2023:1140
Zaaknummer
21/01666
Relevante informatie
Art. 4:17 Awb, Art. 7:14 Awb, Art. 2:14 Awb

Inhoudsindicatie

In hoger beroep is in geschil of het dwangsombesluit rechtmatig is genomen en bekend is gemaakt aan belanghebbende.

Uitspraak

kenmerk 21/01666

11 mei 2023

uitspraak van de vijfde meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[X] , wonende te [Z] , belanghebbende,

(gemachtigde: P. Lashley)

tegen de uitspraak van 31 augustus 2021 in de zaak met kenmerk AMS 20/2825 van de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) in het geding tussen

belanghebbende

en

de heffingsambtenaar van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht, de heffingsambtenaar.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende met dagtekening 30 november 2019 een aanslag waterschapsbelasting 2019 naar een bedrag van € 10,50 (hierna: de aanslag) opgelegd over de periode 22 oktober 2019 tot en met 31 december 2019 met betrekking tot het adres [A-straat] te [plaats] . De heffingsambtenaar heeft met dagtekening 7 januari 2020 de aanslag verlaagd naar € 5,62.

1.2.

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslag en de heffingsambtenaar in gebreke gesteld. In de uitspraak op bezwaar gedateerd 15 mei 2020 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar ongegrond verklaard. Met het besluit van 8 mei 2020 heeft de heffingsambtenaar het verzoek van belanghebbende om toekenning van een dwangsom afgewezen (hierna: het dwangsombesluit).

1.3.

Belanghebbende heeft daartegen beroep bij de rechtbank ingesteld. De rechtbank heeft in haar uitspraak van 31 augustus 2021 het beroep ongegrond verklaard.

1.4.

Het door belanghebbende ingestelde hoger beroep is bij het Hof ingekomen op

6 oktober 2021. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

Het Hof heeft van belanghebbende en van de heffingsambtenaar nadere stukken ontvangen. Afschriften zijn over en weer aan de wederpartij verstrekt.

1.6.

Het onderzoek ter zitting is aangevangen op 14 september 2022. Van de zijde van belanghebbende is niemand verschenen. Een bericht van verhindering van belanghebbende en haar gemachtigde met daarin een verzoek om uitstel van de zitting, verzonden op 14 september 2022 om 09:12 uur, kort voor aanvang van het onderzoek ter zitting, heeft het Hof eerst na de sluiting daarvan bereikt.

1.7.

Het Hof heeft aanleiding gezien het verzoek om uitstel te honoreren en het onderzoek te heropenen.

1.8.

De voortzetting van het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 januari 2023. Van de zijde van belanghebbende is aldaar, met bericht van verhindering, niemand verschenen. Van het verhandelde ter zitting zijn processen-verbaal opgemaakt die met deze uitspraak worden meegezonden.

2 Feiten

2.1.

De rechtbank heeft de volgende feiten vastgesteld (in de uitspraak van de rechtbank wordt belanghebbende aangeduid als ‘eiseres’):

Feiten

1. Eiseres woonde op het adres van haar vader aan de [A-straat] te [plaats] . Op 1 oktober 2019 is hij overleden. Na zijn overlijden is eiseres in de woning blijven wonen. Zij heeft zich op 22 oktober 2019 op dit adres in de Basisregistratie personen (BRP) laten inschrijven.

2. De heffingsambtenaar heeft op 30 november 2019 aan eiseres een aanslag Waterschapsbelasting 2019 opgelegd over de periode van 22 oktober 2019 tot 1 januari 2020. De aanslag bedraagt € 10,50. De heffingsambtenaar heeft de aanslag op 7 januari 2020 verlaagd met € 4,88 omdat uit de ambtshalve door de heffingsambtenaar ontvangen gegevens van de BRP is gebleken dat eiseres eerder is verhuisd. De aanslag betreft de periode van 22 oktober 2019 tot en met 29 november 2020 [het Hof begrijpt: 2019] en bedraagt € 5,62.”

2.2.

Het Hof zal ook van deze feiten uitgaan en voegt hier het volgende aan toe.

2.3.

Tot de stukken van het geding behoren:

- Een e-mailbericht van belanghebbende aan de afdeling betalingen van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht van 7 april 2020 die op diezelfde dag is doorgezonden aan de heffingsambtenaar. Het bericht bevat als bijlage een bezwaarschrift met datering 23 januari 2020.

- Een e-mailbericht van belanghebbende aan diezelfde afdeling betalingen van 23 april 2020 met een ingebrekestelling wegens het niet tijdig beslissen op een bezwaar van belanghebbende tegen de aanslag. Het bericht bevat als bijlage een bezwaarschrift met datering 14 december 2019.

- Een derde e-mailbericht van 7 mei 2020 van belanghebbende waarin zij reageert op de haar toegezonden beschikking op bezwaar.

De genoemde berichten zijn alle verzonden met hetzelfde e-mailadres als afzender, te weten [e-mailadres] . Dit e-mailadres is ook door de gemachtigde van belanghebbende gebruikt in zijn communicatie met de griffie van het Hof.

2.4.

In een schrijven van de gemachtigde van belanghebbende van 10 januari 2023, waarin hij reageert op de mededeling van de griffier van het Hof dat het Hof hem op diezelfde dag verwacht om op de zitting te verschijnen, staat onder andere het volgende vermeld:

“Dat wordt dan erg moeilijk, daar gemachtigde vanwege mantelzorg activiteiten nog steeds in Portugal zit en NOOIT meer (op tijd) om 15:00 uur kan verschijnen voor de mondelinge behandeling van deze zaak!

Maar wat het nog erger maakt, is dat de handtekening die zgn. op de ontvangst zou zijn getekend, absoluut NIET de handtekening van belanghebbende NOCH van gemachtigde is!

Dit kunt U nogmaals verifiëren met de handtekening van gemachtigde (naar wiens adres dit schijnbaar verstuurd is) op de originele machtiging die behoorde bij de zaak AMS 20/2825 WASCHB en alle ander communicatie met belanghebbende in deze procedure!

Bovendien waren zowel belanghebbende als gemachtigde op de dag dat dit zou zijn getekend voor ontvangst (26/11/2022 om 19:54uur) NIET EENS in NL, maar in Portugal (vanwege mantelzorg)!

Wij ontkennen dan ook categorisch OOIT getekend te hebben voor ontvangst van dit Aangetekend Schrijven, maar kunnen zelf GEEN klacht hierover indienen bij PostNL (als zgn. ontvanger)!

Dat kan alleen het Hof doen, als afzender/verzender van dit Aangetekend Schrijven!

Wij hebben al meerdere keren meegemaakt dat de bezorgers van PostNL, die worden betaald voor de hoeveelheid afgeleverde brieven en pakketjes, ZELF tekenen voor de ontvangst hiervan!

Zowel belanghebbende als gemachtigde voelen zich absoluut NIET geroepen om dit te moeten bewijzen!

Het Hof, als afzender, zal moeten aantonen dat één van ons daadwerkelijk getekend heeft met de laatste 3-cijfers van een ID-kaart (als wettelijk bewijs van aanbieding door PostNL)!

Wij verzoeken dan ook om uitstel van deze zaak, totdat een en ander is uitgezocht door het Hof, en een hernieuwde oproep voor de mondelinge behandeling hiervan!

Anders zullen wij (helaas) genoodzaakt zijn dit tot aan de Hoge Raad uit te (moeten) vechten! (…)”

3 Geschil in hoger beroep

In hoger beroep is in geschil of het dwangsombesluit rechtmatig is genomen en bekend is gemaakt aan belanghebbende.

4 Beoordeling van het geschil in hoger beroep

5 Kosten