Gerechtshof Amsterdam, 27-06-2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:1451, 200.322.991/01
Gerechtshof Amsterdam, 27-06-2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:1451, 200.322.991/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 27 juni 2023
- Datum publicatie
- 11 juli 2023
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2023:1451
- Zaaknummer
- 200.322.991/01
Inhoudsindicatie
Bekrachtiging bestreden beschikking. De gronden voor verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige waren ten tijde van de bestreden beschikking aanwezig en zijn dat ook nu nog. Moeder niet-ontvankelijk in haar verzoek tot vervanging van de GI.
Uitspraak
Afdeling civiel recht en belastingrecht
Team III (familie -en jeugdrecht)
zaaknummer: 200.322.991/01
zaaknummers rechtbank: C/15/332777/JU RK 22-1545 en C/15/333129/ JU RK 22-1616
beschikking van de meervoudige kamer van 27 juni 2023 in de zaak van
[de moeder] ,
wonende te [plaats A] , gemeente [gemeente] ,
verzoekster in hoger beroep,
verder te noemen: de moeder,
advocaat: mr. M.S. Gerson te Amsterdam,
en
de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Regio [plaats B] ,
gevestigd te [plaats B] ,
verweerster in hoger beroep,
verder te noemen: de GI.
Als belanghebbenden zijn aangemerkt:
- de minderjarige [minderjarige 1] ,
- [de vader] (hierna te noemen: de vader),
In zijn adviserende taak is in de procedure gekend:
de Raad voor de Kinderbescherming,
gevestigd te Den Haag, locatie Haarlem,
hierna te noemen: de raad.
1 Het verloop van het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar (hierna: de rechtbank), van 13 december 2022, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.
2 Het geding in hoger beroep
De moeder is op 20 februari 2023 in hoger beroep gekomen van een gedeelte van voormelde beschikking.
De GI heeft op 17 maart 2023 een verweerschrift ingediend.
Voorts zijn bij het hof de volgende stukken ingekomen:
- een bericht van de zijde van de moeder van 23 februari 2023, met bijlage;
- een emailbericht van de vader van 4 maart 2023.
De mondelinge behandeling heeft op 20 april 2023 plaatsgevonden. Verschenen zijn:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat,
- de vader,
- de GI, vertegenwoordigd door de gezinsmanager,
- de raad, vertegenwoordigd door mevrouw R.N. Planting.
Bijzondere toegang is verleend aan [begeleider] (begeleider van de moeder, werkzaam bij LOEK [plaats] ).
3 De feiten
Uit de inmiddels verbroken affectieve relatie tussen de moeder en de vader (hierna gezamenlijk te noemen: de ouders) is [minderjarige 1] geboren, [in] 2019 te [plaats B] .
De ouders zijn beiden belast met het gezag over [minderjarige 1] .
Uit de moeder zijn eveneens geboren:
- [minderjarige 2] , [in] 2010, en
- [minderjarige 3] , geboren [in] 2012.
Zij verblijven sinds oktober 2021 bij hun vader.
Daarnaast is uit de relatie tussen de moeder en haar huidige partner, [partner] , [minderjarige 4] (hierna te noemen: [minderjarige 4] ) geboren, [in] 2022 te [plaats B] .
Bij beschikking van de kinderrechter in de rechtbank van 30 december 2021 is [minderjarige 1] onder toezicht gesteld voor de duur van een jaar. Deze maatregel is nadien telkens verlengd, inmiddels tot 30 december 2023. Tevens is bij de beschikking van 30 december 2021 een machtiging verleend tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] in een voorziening voor (crisis)pleegzorg met ingang van 30 december 2021 tot 30 juni 2022. Die beschikking is op 5 april 2022 door dit hof bekrachtigd. De machtiging tot uithuisplaatsing is bij beschikking van de kinderrechter van 15 juni 2022 verlengd tot 30 december 2022.
[minderjarige 1] verbleef sinds 16 november 2021 in een pleeggezin (in het vrijwillig kader). Sinds 22 januari 2022 verblijft [minderjarige 1] in een therapeutisch gezinshuis.
De moeder en de vader hebben ieder één uur per maand begeleide omgang met [minderjarige 1] .