Home

Gerechtshof Amsterdam, 22-10-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:3614, 23/415 en 23/462

Gerechtshof Amsterdam, 22-10-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:3614, 23/415 en 23/462

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
22 oktober 2024
Datum publicatie
29 januari 2026
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2024:3614
Formele relaties
Zaaknummer
23/415 en 23/462
Relevante informatie
Art. 16 Wet WOZ, Art. 17 Wet WOZ, Art. 18 Wet WOZ, Art. 28 Wet WOZ, Art. 220d Gemw, Art. 6 EVRM, Art. 19 VWEU, artikel 1 van de Grondwet, artikel 3, tweede lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht

Inhoudsindicatie

Er bestaat geen wettelijke grondslag op basis waarvan de heffingsambtenaar een beschikking als bedoeld in Hoofdstuk IV van de Wet WOZ kan nemen voor een woning of een woning in aanbouw. Het nemen van een WOZ-beschikking voor het jaar 2015 voor de woning van belanghebbende door de heffingsambtenaar is terecht geweigerd. Vertrouwensbeginsel.

Uitspraak

kenmerken 23/415 en 23/462

22 oktober 2024

uitspraak van de vijfde meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[belanghebbende] , wonende te [plaats], belanghebbende,

(gemachtigde: mr. A. Bakker)

alsmede op het hoger beroep van

de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, de heffingsambtenaar.

tegen de uitspraak van 14 april 2023 in de zaak met kenmerk AMS 21/6042 van de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) in het geding tussen

belanghebbende

en

de heffingsambtenaar.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

Belanghebbende heeft met een beroep op artikel 28, eerste lid, van de Wet WOZ bij de heffingsambtenaar een verzoek gedaan tot afgifte van een WOZ-beschikking voor het object [straat] te Amsterdam (hierna: de woning).

1.2.

De heffingsambtenaar heeft de afgifte van de aangevraagde beschikking geweigerd.

1.3.

Belanghebbende heeft hiertegen bezwaar gemaakt. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft als volgt beslist (in de uitspraak van de rechtbank is belanghebbende aangeduid als eiseres):

“De rechtbank:

-

verklaart het beroep gegrond;

-

vernietigt de uitspraak op bezwaar van 3 november 2021;

-

draagt de heffingsambtenaar op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuwe uitspraak te doen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;

-

draagt de heffingsambtenaar op het betaalde griffierecht van € 49 aan eiseres te vergoeden;

-

veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 697,50.”

1.5.

De heffingsambtenaar heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld (zaaknummer 23/415). Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.

1.6.

Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak ook hoger beroep ingesteld (zaaknummer 23/462). De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend. Belanghebbende heeft een nader stuk ingediend.

1.7.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 oktober 2024. Beide hoger beroepen zijn op de zitting gelijktijdig, maar niet gevoegd behandeld. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.

2 Feiten

2.1.

Gemeente Amsterdam heeft erfpachters de mogelijkheid geboden om over te stappen naar eeuwigdurende erfpacht of afkoop van de erfpacht (hierna: de overstapregeling). De canon of afkoopsom wordt in de regel mede bepaald aan de hand van de WOZ-waardebeschikking voor het jaar 2015 of 2016. Indien geen WOZ-beschikking voor het jaar 2015 of 2016 is afgegeven, of wanneer de WOZ-waarde is gebaseerd op een woning in aanbouw, wordt de canon of afkoopsom bepaald aan de hand van een door het gemeentelijke grondbedrijf (de afdeling Grond & Ontwikkeling van gemeente Amsterdam) bepaalde waarde, de ‘onbezwaarde waarde’ geheten.

2.2.

Belanghebbende was in 2021 erfpachter van de woning en heeft in het kader van de overstapregeling de heffingsambtenaar verzocht om voor het jaar 2015 een WOZ-waarde vast te stellen. De heffingsambtenaar heeft het verzoek afgewezen omdat de woning op 1 januari 2015 nog niet was opgeleverd en daarom geen WOZ-waarde voor een afgebouwde woning beschikbaar was.

2.3.

De (daadwerkelijke) bouw van het appartementencomplex waarin belanghebbendes woning zich bevindt, is aangevangen in het jaar 2017.

2.4.

In de brochure van gemeente Amsterdam inzake “Onbezwaarde aarde, maatwerk BSQ en procedure van bedenkingen” (versie 1.0 van 27 juni 2019), staat onder meer het volgende; Erfpachters vernemen de ‘onbezwaarde waarde’ en het overstapaanbod via een persoonlijk informatiepakket op het overstapportaal van gemeente Amsterdam. De erfpachter die het niet eens is met de ‘onbezwaarde waarde’ kan bij het gemeentelijke grondbedrijf bedenkingen uiten. De procedure voor het uiten van bedenkingen schrijft voor dat de directeur Grond en Ontwikkeling een reactie met een inhoudelijke beoordeling stuurt op de geuite bedenkingen. Indien de erfpachter zich niet kan vinden in de reactie, kan de erfpachter zich wenden tot de ombudsman of de (civiele rechter bij de) rechtbank.

3 Geschil in hoger beroep

In hoger beroep is in geschil of het nemen van een WOZ-beschikking voor het jaar 2015 voor de woning van belanghebbende door de heffingsambtenaar terecht is geweigerd.

4 Het oordeel van de rechtbank

5 Beoordeling van het geschil in hoger beroep

6 Kosten

7 Beslissing